Wanneer u een studentenkamer huurt, staat meestal in het huurcontract vermeld dat u zich dient in te dekken tegen schade door bijvoorbeeld brand of wateroverlast. Dat is niet verwonderlijk, want op kot kan weleens iets foutlopen: een kookpot die te lang op het vuur blijft staan, een douchekraan die niet goed werd dichtgedraaid,... Volgens de wet bent u dan als huurder burgerlijk aansprakelijk voor de schade die daaruit voortvloeit, tenzij u kunt bewijzen dat die het gevolg is van overmacht of van een fout door derden.

Indien u verantwoordelijk geacht wordt voor de schade, kan de verzekeraar van de kotbaas de kosten op u verhalen. Daarom bevatten sommige huurovereenkomsten een 'afstand van verhaal'-clausule. In dat geval draait u als huurder niet op voor de schade die u per ongeluk aan het gebouw veroorzaakt. De meeste eigenaars vragen daarvoor een financiële compensatie. Zo draagt u zo onrechtstreeks bij tot de extra kosten die de verhuurder betaalt voor de uitbreiding van zijn eigen brandverzekering.

De 'afstand van verhaal'-clausule is verleidelijk, omdat ze gemakkelijk en goedkoop is. Maar er zijn risico's aan verbonden. Als de kotbaas zijn verzekeringspremie niet betaald heeft, draait u alsnog op voor de schade. Bovendien is de clausule enkel van toepassing op de relatie tussen de huurder en de verhuurder. Voor schade aan derden - bijvoorbeeld buren of kotgenoten - kunt u nog altijd aansprakelijk gesteld worden. En wanneer een bezoeker iets beschadigt, komt de brandverzekering van de eigenaar evenmin tussen.

Eigen brandverzekering

Wie zeker wil zijn, kiest dus beter voor een eigen brandverzekering. Die is niet wettelijk verplicht, maar ze kan u wel heel wat ellende besparen. De student-huurder kan zelf zo'n woningverzekering afsluiten, maar wellicht is dat niet eens nodig. In de meeste gevallen is de studentenkamer van uw kind mee gedekt via de brandverzekering van uw eigen woning, voor zover die afgesloten werd voor uw hoofdverblijfplaats. Een bijkomende voorwaarde is dat de student in dat ouderlijk huis gedomicilieerd is.

Hebt u meerdere studerende kinderen? Met wat geluk zijn hun studentenkoten allemaal verzekerd. Ga wel na bij uw verzekeraar of dat effectief het geval is, en wat de dekking precies inhoudt. Vraag indien nodig een uitbreiding van de polis. Vergeet niet te checken of ook de inboedel gedekt is bij brand of waterschade. Dat is niet altijd het geval. Is het wel zo, dan is er mogelijk een plafondbedrag voorzien. Als de dekking onvoldoende blijkt, kunt u informeren naar bijkomende waarborgen.

Denk aan de plaatsbeschrijving

De opmaak van een beginplaatsbeschrijving is wettelijk verplicht en dient te gebeuren in de eerste maand van het gebruik van het studentenkot. Zo'n beschrijving is enkel geldig wanneer ze door de huurder en de verhuurder samen opgesteld en ondertekend is. Ze moet gedetailleerd de toestand weergeven van onder andere de gordijnen, het behang, de vloerbekleding, de meubels, de verwarmingsapparatuur, enzovoort. Foto's kunnen daarbij helpen.

Worden na de opmaak van de plaatsbeschrijving belangrijke wijzigingen in de kamer aangebracht, of ontdekt u later een verborgen gebrek? Maak dan een bijvoegsel op. Aan het einde van de huurovereenkomst maken de huurder en de verhuurder opnieuw een eindplaatsbeschrijving op. De verschilpunten tussen de eerste en de tweede inventaris bewijzen de schade waarvoor de huurder aansprakelijk is. Voor schade veroorzaakt door ouderdom of overmacht draait de student sowieso niet op.

Extra dekkingen

Afhankelijk van de waarde van de inboedel, is ook een diefstalverzekering geen overbodige luxe. Elektronische apparatuur zoals smartphones, tablets, computers en spelconsoles zijn immers begeerd bij dieven. Indien u al tegen diefstal ingedekt bent via uw woonverzekering (de meeste verzekeraars bieden die optie, in ruil voor een wat hogere premie), dan zijn in principe ook de persoonlijke spullen op het kot van uw zoon of dochter mee gedekt. Lees er zeker uw contract eens op na, of neem contact op met uw verzekeraar.

Wanneer u een familiale verzekering (burgerlijke aansprakelijkheid) hebt afgesloten, dan dekt de polis in principe ook uw kinderen op hun kot. Veroorzaakt uw zoon of dochter per ongeluk brand en raakt een van de kotgenoten daarbij gewond, dan kan hij of zij daarvoor aansprakelijk gesteld worden. De familiale verzekering dekt dan de schade aan derden. Ook daar geldt de voorwaarde dat uw kind nog in het ouderlijk huis gedomicilieerd moet zijn.

Studeren in het buitenland

Studeert uw zoon of dochter in het buitenland, bijvoorbeeld in het kader van een Erasmus-uitwisseling? In principe verzekert uw eigen brandpolis dan ook het kot ter plaatse. Afhankelijk van de verzekeraar kunnen wel beperkingen gelden in verband met de periode of de regio. Een rondvraag leerde ons dat alle landen in de Europese Unie doorgaans geen probleem vormen. Sommige verzekeraars bieden zelfs een wereldwijde bescherming aan.

Meestal hoeft u evenmin een bijkomende familiale verzekering af te sluiten wanneer uw kinderen in het buitenland studeren. Zolang ze bij u gedomicilieerd zijn, zijn ze in principe gedekt door uw huidige polis. Soms zelfs wereldwijd. Informeer u sowieso vooraf. Weet dat u altijd een aparte familiale verzekering kunt afsluiten voor een bepaalde periode. Check ook welke verzekeringen de universiteit of de hogeschool al voor uw kind is aangegaan, en in welke mate die in het buitenland van toepassing zijn.

Sommige onderwijsinstellingen voorzien bijvoorbeeld niet in een ongevallenverzekering voor buitenlandse studenten. Is die er niet is, of is ze te beperkt, dan kunt u overwegen een extra polis af te sluiten. Zeker wanneer uw kind buiten Europa gaat studeren. Studenten moeten overigens het ziekenfonds verwittigen wanneer ze zulke plannen hebben. Ze krijgen dan een Europese ziekteverzekeringskaart, die de terugbetaling van de medische kosten garandeert. Voor landen buiten Europa kunt u een bijkomende ziekteverzekering afsluiten.

Meer tips voor kotstudenten vindt u hier.