Lees ook: Maggie De Block: 'Dokters die veel geld willen verdienen, kunnen beter iets anders gaan doen'
...

Het budget van de ziekteverzekering stijgt in 2017 met 902 miljoen euro minder dan eerder voorzien. "Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) heeft die besparing verdeeld over alle geledingen van de gezondheidszorg", zegt Lieven Annemans, hoogleraar gezondheidseconomie van UGent. "Ze heeft inspanningen gevraagd van de farmaceutische industrie, de ziekenhuizen en de zorgverleners." De Block wilde uitdrukkelijk de patiënten sparen. Maar nu blijkt dat sommige zorgverleners de factuur van de besparingen doorschuiven naar de patiënt. "Er is in oktober vorig jaar beslist 247 miljoen euro te besparen op de indexering van de honoraria van de zorgverleners", zegt Annemans. "Alle zorgverleners die werken op honoraria zijn daarbij betrokken. Dat zijn niet enkel artsen, ook thuisverpleegkundigen, logopedisten en bandagisten." Al die zorgverleners zagen twee derde van de indexering waarop ze voor 2017 recht hadden, aan hun neus voorbijgaan. De honoraria of erelonen zijn de tarieven die worden afgesproken met het Riziv voor behandelingen die worden terugbetaald. Zorgverleners die zich aansluiten bij die conventie - de zogenoemde geconventioneerden - mogen in de regel niet meer dan dat tarief aanrekenen aan hun patiënten. Niet-geconventioneerde zorgverleners mogen naar keuze supplementen aanrekenen, die daardoor buiten de terugbetaling van de ziekteverzekering vallen. Zonder tariefakkoorden kunnen zorgverleners aanrekenen wat ze willen en is er geen tariefzekerheid voor de patiënten. Het Socialistisch Ziekenfonds pakte uit met het bewijs dat de kinesisten, tandartsen en artsen-specialisten de besparing voor een deel verhalen op de patiënten. Volgens het ziekenfonds trokken vooral de kinesisten hun prijzen begin dit jaar op. Uit de ingeleverde getuigschriften blijkt dat 27 procent van de geconventioneerde kinesisten in januari supplementen van 10 procent of meer aanrekende, tegenover 7 procent in december. Ook de niet-geconventioneerde kinesisten lieten hun patiënten fors meer supplementen betalen. "Er was vorig jaar al geen tariefakkoord meer met de kinesisten", verklaart Peter Bruynooghe, de voorzitter van de beroepsvereniging van de kinesitherapeuten Axxon. "We hebben het toen juridisch niet hard gespeeld, maar we zijn onderhandelingen begonnen over een nieuw tariefakkoord. Wij zijn geen geldwolven. U moet weten dat wij in 2014, 2015 en 2016 ook al geen indexe-ring hebben gehad, terwijl onze kosten wel zijn gestegen, en nu krijgen we slechts een derde van de indexering. Kinesitherapie is al jaren onderbetaald en nu moeten we wel op tafel slaan." De kinesisten mochten volgens het laatste akkoord, dat in feite op 31 december 2015 afliep, 22,26 euro aanrekenen voor een behandeling van een halfuur in hun praktijk en 22,65 euro voor een behandeling bij de patiënt thuis. Bruynooghe: "We hebben aan onze leden richttarieven van 25 en 27 euro gegeven. Dat is bruto en daar moeten dus nog alle kosten en sociale bijdragen af." De patiënten betalen het verschil tussen het laatste officiële tarief en het richttarief van Axxon uit eigen zak. "Sommige beroepsverenigingen hebben hun achterban blijkbaar opgeroepen om aan de patiënt door te rekenen wat ze aan indexering mislopen. We spreken in de meeste gevallen over enkele euro's per behandeling", nuanceert Annemans. Volgens de hoogleraar zijn er ook al jaren specialisten, zoals de dermatologen, die vinden dat de Riziv-tarieven te laag zijn en die zich in groten getale weigeren aan te sluiten bij de conventie. Bij de kinesitherapeuten dreigt nu hetzelfde scenario. Wat betekent het voor een modaal gezin om meer supplementen te betalen? Een gezin met twee kinderen betaalt volgens de Onafhankelijke Ziekenfondsen gemiddeld 315 euro aan remgeld en 241 euro aan supplementen. Het remgeld is het deel van de erelonen dat de ziekteverzekering niet terugbetaalt. De Onafhankelijke Ziekenfondsen hebben niet onmiddellijk zicht op wat een gezin jaarlijks aan medicijnen besteedt. Volgens de PVDA betaalt een Belg gemiddeld 240 euro aan geneesmiddelen die niet worden terugbetaald en aan remgeld. We moeten dat cijfer vermenigvuldigen met vier om het te vergelijken met een gezin van vier personen. De uitgaven aan geneesmiddelen wegen met andere woorden veel zwaarder in het gezinsbudget dan de supplementen. En dat is nog altijd het geval als we bijvoorbeeld rekening houden met een stijging van de supplementen met 10 à 20 procent. De regering heeft al verschillende maatregelen genomen om de prijs van de geneesmiddelen te drukken. Annemans: "De regering heeft met de farmasector afspraken gemaakt over het prijzenbeleid. Er is bijvoorbeeld de patentcliff die ervoor zorgt dat de prijs van geneesmiddelen onmiddellijk sterk daalt nadat het patent is vervallen. Daarnaast zijn er ook afspraken met de artsen gemaakt." Zo vroeg minister De Block de huisartsen in 2015 om voor 50 procent van de voorschriften te kiezen voor een van de drie goedkoopste geneesmiddelen, of voor een geneesmiddel waarvan de prijs minder dan 5 procent afwijkt van het goedkoopste. Vanaf 1 januari trok de minister dat percentage op van 50 naar 60 procent. Haar kabinet liet een maand geleden weten dat bijna één op de vijf huisartsen in meer dan 60 procent van de gevallen het goedkoopste geneesmiddel voorschrijft, en meer dan drie op de vier huisartsen in meer dan 50 procent van de gevallen. Dat bleek uit een analyse van het voorschrijfgedrag door het Riziv. "Als een meerderheid van de huisartsen 60 procent het goedkoopst voorschrijft, dan betekent dit dat de patiënten op jaarbasis 10 miljoen euro minder betalen voor hun geneesmiddelen dan anders", klonk het in een persbericht. De Onafhankelijke Ziekenfondsen gaan nog een stap verder. "Als we alle merkgeneesmiddelen waarvoor een alternatief bestaat, vervangen door generische producten of kopieën, zouden de patiënten 55 miljoen euro minder betalen voor hun geneesmiddelen en de overheid 150 miljoen euro minder", zegt Chris Van Hul van de Onafhankelijke Ziekenfondsen. De ziekenfondsen merken dat er meer en meer generische geneesmiddelen en kopieën worden voorgeschreven. Het percentage goedkopere middelen steeg van 24 procent in 2012 naar 30 procent in 2015. Dat is nog altijd weinig in vergelijking met Duitsland (80%) en Nederland (70%) bijvoorbeeld. Patiënten kunnen ook zelf iets doen. Annemans: "Veel mensen willen per se geneesmiddelen gebruiken. Belgen nemen er meer dan de burgers in de buurlanden. Patiënten stellen zich zelden de vraag of ze een middel kunnen afbouwen. En als er een geneesmiddel nodig is, kan de patiënt vragen een goedkopere versie voor te schrijven." Of u kunt vragen naar een voorschrift op stofnaam. De apotheker verkoopt u dan een geneesmiddel uit de groep van de goedkoopste geneesmiddelen. Bij een voorschrift op merknaam mag hij geen goedkopere variant voorstellen, tenzij het om antibiotica of antimyotica gaat. De Onafhankelijke Ziekenfondsen stellen voor het substitutierecht van de apotheker uit te breiden naar andere klassen van geneesmiddelen. Zorgverleners moeten aan de ingang van hun praktijk of in de wachtkamer ophangen of ze geconventioneerd zijn of niet. Aan een geconventioneerde zorgverlener betaalt u minder supplementen. In het zeldzame geval dat een chirurg of een andere zorgverlener u geld onder tafel vraagt, moet u onmiddellijk het ziekenfonds verwittigen. Ook als u denkt dat op een ziekenhuisfactuur zaken ten onrechte worden aangerekend, kunt u bij het ziekenfonds terecht. "Het is de taak van de ziekenfondsen dat soort uitwassen aan te pakken", vindt Annemans. "Minister De Block wil een meldpunt oprichten voor dat soort financiële kwesties."