Als u een lening aangaat om een huis te kopen, kunt u baat hebben bij een schuldsaldoverzekering. Wie zo'n verzekering afsluit en overlijdt alvorens de lening is terugbetaald, krijgt de garantie dat de verzekeringsmaatschappij de afbetaling van het resterende bedrag geheel of gedeeltelijk op zich neemt. Een schuldsaldoverzekering biedt dus zowel bescherming aan de nabestaanden als aan de kredietgever.

Maar niet iedereen kan die dekking tegen dezelfde voorwaarden afsluiten. De meeste mensen betalen een basispremie, maar wie een hoger risico loopt om te overlijden alvorens de lening is afgelost, moet een bijpremie afdragen. Het kan ook gebeuren dat iemand wordt geweigerd, als de verzekeraar het risico te hoog vindt.

Basispremie of bijpremie

Om te bepalen of een kandidaat-verzekerde wordt aanvaard en tegen welke voorwaarden dat gebeurt, maken verzekeraars gebruik van vragenlijsten waarin ze peilen naar diens gezondheidstoestand. De cliënt moet die lijsten waarheidsgetrouw invullen. Soms wordt nadien nog extra informatie gevraagd aan de arts bij wie de cliënt in behandeling is. Zodra de verzekeraar over alle nodige informatie beschikt, is hij wettelijk verplicht de cliënt binnen de vijftien werkdagen op de hoogte te brengen van zijn beslissing.

'Hebben mensen met een bepaalde aandoening 50 procent meer kans om vroegtijdig te overlijden, dan zal de premie ook met 50 procent stijgen'

"Wanneer we een bijpremie aanrekenen, baseren we ons altijd op de actuele medische literatuur. We gaan na of de kandidaat-verzekerde behoort tot een bevolkingsgroep met een hoger overlijdensrisico dan de standaardpopulatie. Bijpremies worden bepaald in verhouding tot het risico: hebben mensen met een bepaalde aandoening 50 procent meer kans om vroegtijdig te overlijden, dan zal de premie ook met 50 procent stijgen, om het risico te dekken", zegt Gerrit Feyaerts, de woordvoerder van AG Insurance.

Assuralia, de koepel van de verzekeringsondernemingen, benadrukt dat meestal de basispremie wordt aangerekend. "In 2017 betaalde meer dan 94 procent van de personen die een schuldsaldoverzekering kregen de normale premie. Minder dan 6 procent moest een bijpremie betalen vanwege hun gezondheidstoestand", zegt woordvoerder Wauthier Robyns. Nog volgens Robyns blijven de meeste bijpremies beperkt. "Slechts 21 procent van de bijpremies ligt hoger dan 75 procent van de basispremie."

Onder vuur

De mensen die een schuldsaldoverzekering willen afsluiten en worden geconfronteerd met hoge bijpremies, vormen een minderheid. Toch is het een controversieel thema, dat geregeld het nieuws haalt. Vorig jaar diende Test-Aankoop een klacht in tegen de verzekeraars AG Insurance, AXA en Belfius. Volgens de consumentenorganisatie waren de vragen op hun lijsten te vaag en konden ze leiden tot een inbreuk op de privacy.

'Er wordt nog te veel gebruikgemaakt van open en suggestieve vragen, waardoor cliënten irrelevante, maar gevoelige informatie moeten vrijgeven'

Hoewel Test-Aankoop deels gelijk kreeg, liet het onlangs weten in beroep te gaan. "De privacywet bepaalt uitdrukkelijk dat de verzamelde gegevens over de gezondheidstoestand van een persoon adequaat, relevant en niet buitensporig mogen zijn met betrekking tot het doel waarvoor ze worden verzameld", zegt woordvoerder Simon November. "Toch wordt nog te veel gebruikgemaakt van open en suggestieve vragen, waardoor cliënten irrelevante, maar gevoelige informatie moeten vrijgeven. Volgens de verzekeringswet mag bovendien enkel met de actuele gezondheidstoestand rekening worden gehouden. Ook dat wordt te weinig gerespecteerd."

Bij het Vlaams Patiëntenplatform, dat meer dan 110 patiëntenverenigingen en zelfhulpgroepen samenbrengt, is te horen dat sommige aandoeningen te gemakkelijk tot bijpremies leiden. "We raden mensen dan ook aan zich niet te snel neer te leggen bij een hogere premie of een weigering", zegt directeur Ilse Weeghmans. "Het loont doorgaans zeker de moeite om, eventueel samen met een makelaar, met je dossier de markt te verkennen. Dat één verzekeraar je weigert, betekent niet dat anderen dat ook zullen doen. Ook de hoogte van de bijpremies varieert van maatschappij tot maatschappij."

Wet-Partyka

Wat kunt u doen om toch gunstigere voorwaarden af te dwingen? Eerst en vooral is het belangrijk dat u uw rechten kent. Volgens de wet-Partyka, die sinds 1 januari 2015 van kracht is, zijn verzekeraars wettelijk verplicht aan te geven hoeveel de bijpremie precies bedraagt. Bovendien moeten ze hun beslissing motiveren en mag u de documenten opvragen waarop de bijpremie of de weigering is gebaseerd. U hebt recht op zowel de medische als de verzekeringstechnische informatie.

Als de bijpremie minstens 25 procent van de basispremie bedraagt, kunt u uw dossier laten herevalueren bij een herverzekeraar. Bedraagt de bijpremie meer dan 75 procent van de basispremie, dan kunt u zich bovendien richten tot het Opvolgingsbureau voor Tarifering. Dat bureau is samengesteld uit vertegenwoordigers van zowel verzekeraars, consumenten als patiënten.

Bedraagt de bijpremie meer dan 75 procent van de basispremie, dan kunt u zich richten tot het Opvolgingsbureau voor Tarifering

Oordeelt een herverzekeraar of het Opvolgingsbureau dat een bijpremie of een weigering niet gerechtvaardigd is, dan moet een nieuw voorstel worden geformuleerd. Dat voorstel is, op enkele uitzonderlijke gevallen na, bindend. Verzekeraars mogen uiteraard nog altijd beslissen de verzekering niet aan te bieden, maar als ze dat wel doen, zijn ze verplicht het voorstel van de herverzekeraar of het Opvolgingsbureau over te nemen. Een blik op het jongste jaarverslag van het Opvolgingsbureau leert dat vorig jaar 315 aanvragen zijn onderzocht. Meestal ging het om bijpremies of weigeringen als gevolg van kanker, polypathologie (een combinatie van aandoeningen) en problemen met hart en bloedvaten. In iets meer dan drie op de vier gevallen werd de initiële beslissing van de verzekeraar bevestigd.

Een cliënt betaalt als bijpremie maximaal 125 procent van de basispremie. Voor hogere bijpremies moet de verzekeringsmaatschappij de Compensatiekas inschakelen. Die kas, die wordt beheerd en gefinancierd door schuldsaldoverzekeraars en kredietverleners, past het verschil boven die grens bij.

De wet-Partyka en de tussenkomst van het Opvolgingsbureau zijn enkel van toepassing op schuldsaldoverzekeringen die zijn aangevraagd vanaf 2015, met het oog op de aankoop of de bouw van een enige en eigen gezinswoning.

Niet verplicht, wel wenselijk

Het afsluiten van een schuldsaldoverzekering is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een brandverzekering, niet wettelijk verplicht. Maar kunt u zonder, als u een hypotheeklening wilt verkrijgen? "Voor het toekennen van een woonkrediet kijken we in de eerste plaats naar de quotiteit (de verhouding tussen het geleende bedrag en de waarde van het huis) en de terugbetalingscapaciteit (de verhouding tussen het inkomen en de lasten)", verduidelijkt woordvoerder Hilde Junius het beleid van BNP Paribas Fortis. "Maar we kunnen niet blind zijn voor de financiële problemen die een overlijden van een van de kredietnemers kan veroorzaken. Zeker in situaties waarin de lasten zwaar wegen op het budget van de kredietnemers, dringen we aan op een schuldsaldoverzekering. Is dat niet mogelijk, dan proberen we in de mate van het mogelijke samen met de cliënt een alternatief te zoeken."

Ook bij KBC, ING en Belfius, de andere grootbanken in ons land, is een schuldsaldoverzekering officieel geen harde voorwaarde voor een woonkrediet. Er wordt doorgaans wel op aangestuurd. Zo kunnen banken aan hun cliënten zelf een schuldsaldoverzekering aanbieden of hen doorverwijzen naar verzekeraars. Wie ingaat op het aanbod, krijgt gunstigere rentevoorwaarden voor de hypotheeklening.

Geen enkele bank bezorgde concrete cijfers over het aantal woonkredieten dat ze hebben toegekend aan mensen zonder schuldsaldoverzekering. Volgens Simon November is een schuldsaldoverzekering dan ook "enkel in theorie niet verplicht". "In de praktijk legt vrijwel elke kredietinstelling die als voorwaarde op om een lening te krijgen tegen een aanvaardbare intrestvoet."

Vier tips om beter te onderhandelen

Naast de mogelijkheden waar u wettelijk recht op hebt, kunt u zelf nog proberen te bemiddelen. Het Vlaams Patiëntenplatform geeft enkele tips.

1. Vraag dat uw behandelende arts aan de adviserende arts van de verzekeraar een attest bezorgt waarin staat dat uw aandoening stabiel is of gunstig ontwikkelt, en dat u goed wordt opgevolgd.

2. Stel voor een kleiner percentage van het kapitaal te verzekeren. Als u overlijdt, betekent dat wel dat uw nabestaanden het resterende bedrag moeten terugbetalen.

3. Vraag aan de verzekeraar om vast te leggen dat de hoogte van de bijpremie kan worden herzien als uw gezondheidstoestand verbetert of stabiel is.

4. Hebt u een groepsverzekering van het werk? Probeer dan met de bank te onderhandelen. Zo biedt u de kredietgever de overlijdensdekking van de groepsverzekering als waarborg.