Elke wagen die in het verkeer wordt gebracht moet verzekerd zijn voor de schade die je ermee kan toebrengen aan anderen, de zogenaamde BA-verzekering of burgerlijke aansprakelijkheid.

Dat principe geldt ook voor een vervangwagen. Mocht het voertuig toch niet verzekerd zijn, dan biedt je eigen BA-verzekering soelaas. Die verleent je immers dekking als je een onverzekerd vervangingsvoertuig bestuurt. Hiervoor moeten wel een aantal voorwaarden vervuld zijn. Zo geldt de dekking maar voor een periode van maximaal 30 dagen. Bovendien moet het vervangingsvoertuig eigendom zijn van iemand anders en moet het voor hetzelfde gebruik bestemd zijn als je eigen voertuig.

En de eigen schade?

De schade die je veroorzaakt aan de vervangwagen zelf kan gedekt zijn door een omniumverzekering. Vraag dit na aan je garagist. Als er door hem geen omniumverzekering werd afgesloten, sta je zelf in voor eventuele stoffelijke schade die je toebrengt aan de vervangwagen.

Werd er wel een omniumverzekering afgesloten maar is er een franchise, dan moet je die bij een schadegeval betalen. Deze franchise kan aanzienlijk zijn.

Hou er rekening mee dat je familieleden niet altijd met de vervangwagen mogen rijden. In het verzekeringscontract van je garagist kan immers een gebruiksbeperking staan. Zo kan het bijvoorbeeld verboden worden dat jongere chauffeurs met de wagen rijden.(JR)