De fiscus erkent schenkingen in bepaalde situaties niet. De belastingdienst gaat ervan uit dat er geen schenking van geld of effecten heeft plaatsgevonden, tenzij de belastingplichtige het tegendeel kan bewijzen. Als er geen bewijs van de schenking is, moet de begunstigde die de schenking ontving na het overlijden van de schenker erfbelasting betalen over het volle pond. Sinds enkele jaren eist Vlabel als 'tegenbewijs' dat op de schenking belasting is betaald. Voor schenkingen van ouders aan kinderen gaat het om 3 procent schenkbelasting, in andere gevallen om 7 procent. Maar de Raad van State haalde die eis van de fiscus vorige week onderuit.
...

De fiscus erkent schenkingen in bepaalde situaties niet. De belastingdienst gaat ervan uit dat er geen schenking van geld of effecten heeft plaatsgevonden, tenzij de belastingplichtige het tegendeel kan bewijzen. Als er geen bewijs van de schenking is, moet de begunstigde die de schenking ontving na het overlijden van de schenker erfbelasting betalen over het volle pond. Sinds enkele jaren eist Vlabel als 'tegenbewijs' dat op de schenking belasting is betaald. Voor schenkingen van ouders aan kinderen gaat het om 3 procent schenkbelasting, in andere gevallen om 7 procent. Maar de Raad van State haalde die eis van de fiscus vorige week onderuit."Het begon met een standpunt van de federale belastingdienst van 13 juli 2013 over de gesplitste aankoop", zegt advocaat Jos Ruysseveldt, die gespecialiseerd is in vermogensplanning. De gesplitste aankoop is een techniek om een successie te plannen, waarbij de ene partij het vruchtgebruik van een onroerend goed koopt en de andere de naakte eigendom. Het gaat meestal om ouders, die eerst een som geld aan hun kinderen schenken en daarna samen met hun kinderen een onroerend goed kopen. De ouders strijken tot hun overlijden de huurinkomsten op. Na hun dood dooft het vruchtgebruik uit en verwerven de kinderen de volle eigendom, zonder dat ze nog erfbelasting op het goed moeten betalen. De federale belastingdienst besliste vijf jaar geleden dat de begiftigden - de kinderen - als tegenbewijs een schenkingsakte of een registratie moesten kunnen voorleggen, die dateerde van voor de aankoop. Hadden ze dat bewijs niet, dan moesten de kinderen bij het overlijden van hun ouders alsnog erfbelasting afdragen op het onroerend goed. Ruysseveldt legt uit dat de beslissing van de federale belastingdienst vrij geruisloos is gepasseerd. "Je hebt zestig dagen om zo'n standpunt aan te vechten, maar niemand heeft dat gedaan. Daarna krijgt zo'n beslissing rechtskracht. Vlabel is op die beslissing van de federale belastingdienst verder beginnen te bouwen." Vlabel besliste eerst dat sinds 19 juni 2015 enkel nog de schenkingsakte voor een Belgische notaris of een registratiedocument van een Belgisch registratiekantoor als tegenbewijs kon gelden. Als de schenking voor een Belgische notaris gebeurt, betaalt de begiftigde schenkbelasting. De kaasroute via de Nederlandse notaris, die weleens werd gebruikt om de schenkbelasting te vermijden, werd daarmee afgesloten. Ook als de schenking wordt geregistreerd in een registratiekantoor, betaalt de begiftigde schenkbelasting. De administratie gaf dus de keuze aan de begiftigde: hij betaalt nu een lage schenkbelasting of hij betaalt later een hoge erfbelasting. Sinds 1 juni 2016 besliste Vlabel dat dezelfde logica van toepassing moest zijn op de gesplitste inschrijving. Dat is een schenking van effecten of geld, waarbij de schenker het vruchtgebruik behoudt. De effectenrekening wordt gesplitst in het vruchtgebruik - voor de ouders bijvoorbeeld - en de blote eigendom voor de kinderen. De geschonken effecten vielen de voorbije drie jaar automatisch in de nalatenschap, tenzij de begiftigden konden aantonen dat er al schenkbelasting of registratierechten op de schenking waren voldaan. Voor advocaat en hoogleraar Nicolas Geelhand de Merxem ging Vlabel met die beslissing te ver. Hij vroeg op 3 juni 2016 aan de Raad van State het standpunt van Vlabel te annuleren. Op 1 juni 2017 ging Vlabel nog een stapje verder met een standpunt over de schenkingen van deelbewijzen van een burgerlijke maatschap - met geld en beleggingen - met behoud van vruchtgebruik. Een maatschap is een controlevehikel dat ouders in staat stelt hun vermogen door te geven aan de volgende generatie met behoud van een controle. Het standpunt kwam erop neer dat zo'n schenking van deelbewijzen van de maatschap voor een Belgische notaris moest gebeuren om vrijgesteld te zijn van erfbelasting. Bovendien beschouwde de fiscus het voorbije jaar alle gereserveerde winsten van de maatschap als een gesplitste inschrijving. Als de maatschap alle inkomsten meteen uitkeerde aan de vruchtgebruikers en daarvan een boekhouding bijhield, was er geen probleem. Als de maatschap de rente en de dividenden opnieuw investeerde, moest op de gereserveerde winsten schenk- of erfbelasting worden betaald.Vorig jaar riep ook Ruysseveldt Vlabel op het matje. Hij nam een advocaat in de arm om de vernietiging van het standpunt van Vlabel over de maatschap te bepleiten voor de Raad van State. De zaak werd gekoppeld aan die van Geelhand de Merxem. Vorige week besliste de Raad van State niet enkel de twee betwistte standpunten van Vlabel te vernietigen, maar ook het standpunt van de federale belastingdienst uit 2013. De Raad van State heeft dus in één pennentrek drie beslissingen van de fiscus van tafel geveegd. "Dit is goed nieuws voor toekomstige schenkingen. Het verandert spijtig genoeg niets voor de mensen die hun schenking ondertussen hebben geregistreerd", zegt Ruysseveldt. Om te vermijden dat de begiftigden bij het overlijden van de schenkers onverwacht met erfbelasting worden overvallen, zijn mensen de voorbije jaren hun schenkingen massaal beginnen te registreren. "Belastingplichtigen kunnen wel een bezwaarschrift indienen, binnen de wettelijke bezwaartermijn van drie maanden na de verzenddatum van het aanslagbiljet, als een van de vernietigde standpunten aan de basis ligt van de aanslag", voegt Ruysseveldt eraan toe. Voor Geelhand de Merxem en Ruysseveldt is het een principekwestie. "Het is belangrijk dat Vlabel beseft dat ze niet om het even wat kan stellen in haar standpunten", vindt Geelhand de Merxem. "De uitvoerende macht stelde zich in de plaats van de wetgevende macht", zegt Ruysseveldt. "Het ging niet meer om een interpretatie van de wet. Ze herschreven de wetten." Het zou kunnen dat hun vreugde van korte duur is. Vlabel werd vorig jaar in maart in het ongelijk gesteld door het Hof van Cassatie over het verrekenbeding. Dat is een clausule die kon worden toegevoegd in een huwelijkscontract met een scheiding van goederen, om ervoor te zorgen dat de langstlevende partner geen erfbelasting betaalde op het vermogen van de overleden partner. Eind vorig jaar paste de Vlaamse overheid de wet aan. En zo lachte Vlabel toch als laatste.