De eerste stijging was spectaculair maar kort (van maart tot mei 2009), daarna volgde een eerste consolidatiefase (tot begin juli). De tweede stijging duurde van juli tot september, met daarop volgend een langere consolidatieperiode tot begin januari. Op de eerste dag van het nieuwe beursjaar hebben heel wat beursindexen een nieuwe top neergezet en dat zou de inleiding kunnen zijn tot een derde opwaartse fase in de herstelbeweging.

We wachten nu op bevestiging en zullen dan wel zien waar deze beweging eindigt. Het feit dat er eind vorig jaar in ons land een recordbedrag van 188 miljard EUR op weinig renderende spaarboekjes stond, bewijst dat er geld aan de zijlijn staat dat de weg naar de beurs nog zou kunnen vinden. Van overdreven optimisme getuigt dat risicoloos belegde monsterbedrag in elk geval niet.

We zijn verheugd dat het thema landbouw, dat we naar voren hebben geschoven als een van de belangrijkste thema's voor 2010, op de beurzen een flitsende start heeft genomen. De katalysator daarvoor was de afspraak tussen een van de grootste exporteurs van kalimeststoffen, Belarusian Potash Corp., en de Chinese klanten, om aan 350 USD per ton te leveren. Daar zaten de markten eigenlijk al weken op te wachten. De prijs op zich is verre van schitterend, maar wordt wel als de bodem beschouwd.

De prijzen van andere meststoffen zijn in elk geval al in herstel, maar waren ook een stuk dieper gezakt. Het grote probleem met de kalimeststoffen was dat de onzekerheid over de prijs ervoor zorgde dat er weinig werd gekocht en de verhandelde volumes laag bleven. Dat is dan ook de grootste verdienste van het akkoord: de omzet kan terug naar boven! Dat vooruitzicht doet de beurskoersen herleven.

We moeten wel steeds in het achterhoofd houden dat de gunstige beurstrend van tijdelijke aard is. De grote spelbreker wordt de volgende drie tot vijf jaar de gevaarlijke combinatie van inflatie en stijgende rente. Het vorige decennium wordt nu door zowat alle strategen beschouwd als een verloren decennium voor de aandelenmarkten. De basis daarvoor was dat we het decennium begonnen met een technologiezeepbel en extreem hoge waarderingen. Dat kon niet anders dan uitmonden in een berenmarkt voor aandelen, waar we vandaag nog niet van zijn hersteld. Begin 2009 bedroeg de Amerikaanse langetermijnrente amper 2%. Overheidsobligaties van andere geïndustrialiseerde landen noteerden met een niet veel hogere rente. De bijhorende obligatiekoersen waren een even grote zeepbel als de aandelenkoersen in 2000. Dat verdiende al de prijs van 'meest verkeerd geprijsde beleggingsactief van het decennium'. We voorspellen dan ook een 'verloren decennium' voor beleggers in westerse overheidsobligaties op tien jaar. Wie obligaties van 2% heeft gekocht en wacht tot de afloopdatum, zal een beroerd reëel rendement realiseren.

Het doorprikken van de zeepbel is trouwens al bezig zonder dat velen het in de gaten hebben. Want van 2% zijn we al naar 3,7% geklommen voor de 10-jarige rente op overheidsobligaties. Maar we hebben nog een lange weg te gaan. Beleggers en analisten onderschatten de gaten die in de begrotingen zijn geslagen en de opbouw van schulden in de westerse wereld die daar een gevolg van is. Zelfs als de zeer rooskleurige voorspelling dat de Amerikaanse economie het komende decennium geen enkele recessie zal ondergaan en tot 2015 een gemiddelde jaarlijkse groei van meer dan 3,5% zal kennen, uitkomt, zal de schuld van de Amerikaanse overheid blijven oplopen tot 2019 en 150% meer bedragen dan in 2008. In termen van bruto binnenlands product zou de schuldgraad in de buurt van 100% uitkomen. Enkel in de naoorlogse periode lag dat percentage nog hoger. Een lagere groei of een nieuwe recessie zou ervoor kunnen zorgen dat die percentages opnieuw bereikt of zelfs overschreden worden. In een aantal Europese landen is de situatie even zorgwekkend. In die context zullen beleggers een steeds hogere premie in de vorm van een hoge(re) (reële) rente vragen om nog in overheidspapier te beleggen. Dat komt dan bovenop een hogere inflatie. Een schuldencrisis lijkt vroeg of laat onvermijdelijk in de westerse wereld.

De eerste stijging was spectaculair maar kort (van maart tot mei 2009), daarna volgde een eerste consolidatiefase (tot begin juli). De tweede stijging duurde van juli tot september, met daarop volgend een langere consolidatieperiode tot begin januari. Op de eerste dag van het nieuwe beursjaar hebben heel wat beursindexen een nieuwe top neergezet en dat zou de inleiding kunnen zijn tot een derde opwaartse fase in de herstelbeweging. We wachten nu op bevestiging en zullen dan wel zien waar deze beweging eindigt. Het feit dat er eind vorig jaar in ons land een recordbedrag van 188 miljard EUR op weinig renderende spaarboekjes stond, bewijst dat er geld aan de zijlijn staat dat de weg naar de beurs nog zou kunnen vinden. Van overdreven optimisme getuigt dat risicoloos belegde monsterbedrag in elk geval niet. We zijn verheugd dat het thema landbouw, dat we naar voren hebben geschoven als een van de belangrijkste thema's voor 2010, op de beurzen een flitsende start heeft genomen. De katalysator daarvoor was de afspraak tussen een van de grootste exporteurs van kalimeststoffen, Belarusian Potash Corp., en de Chinese klanten, om aan 350 USD per ton te leveren. Daar zaten de markten eigenlijk al weken op te wachten. De prijs op zich is verre van schitterend, maar wordt wel als de bodem beschouwd. De prijzen van andere meststoffen zijn in elk geval al in herstel, maar waren ook een stuk dieper gezakt. Het grote probleem met de kalimeststoffen was dat de onzekerheid over de prijs ervoor zorgde dat er weinig werd gekocht en de verhandelde volumes laag bleven. Dat is dan ook de grootste verdienste van het akkoord: de omzet kan terug naar boven! Dat vooruitzicht doet de beurskoersen herleven. We moeten wel steeds in het achterhoofd houden dat de gunstige beurstrend van tijdelijke aard is. De grote spelbreker wordt de volgende drie tot vijf jaar de gevaarlijke combinatie van inflatie en stijgende rente. Het vorige decennium wordt nu door zowat alle strategen beschouwd als een verloren decennium voor de aandelenmarkten. De basis daarvoor was dat we het decennium begonnen met een technologiezeepbel en extreem hoge waarderingen. Dat kon niet anders dan uitmonden in een berenmarkt voor aandelen, waar we vandaag nog niet van zijn hersteld. Begin 2009 bedroeg de Amerikaanse langetermijnrente amper 2%. Overheidsobligaties van andere geïndustrialiseerde landen noteerden met een niet veel hogere rente. De bijhorende obligatiekoersen waren een even grote zeepbel als de aandelenkoersen in 2000. Dat verdiende al de prijs van 'meest verkeerd geprijsde beleggingsactief van het decennium'. We voorspellen dan ook een 'verloren decennium' voor beleggers in westerse overheidsobligaties op tien jaar. Wie obligaties van 2% heeft gekocht en wacht tot de afloopdatum, zal een beroerd reëel rendement realiseren. Het doorprikken van de zeepbel is trouwens al bezig zonder dat velen het in de gaten hebben. Want van 2% zijn we al naar 3,7% geklommen voor de 10-jarige rente op overheidsobligaties. Maar we hebben nog een lange weg te gaan. Beleggers en analisten onderschatten de gaten die in de begrotingen zijn geslagen en de opbouw van schulden in de westerse wereld die daar een gevolg van is. Zelfs als de zeer rooskleurige voorspelling dat de Amerikaanse economie het komende decennium geen enkele recessie zal ondergaan en tot 2015 een gemiddelde jaarlijkse groei van meer dan 3,5% zal kennen, uitkomt, zal de schuld van de Amerikaanse overheid blijven oplopen tot 2019 en 150% meer bedragen dan in 2008. In termen van bruto binnenlands product zou de schuldgraad in de buurt van 100% uitkomen. Enkel in de naoorlogse periode lag dat percentage nog hoger. Een lagere groei of een nieuwe recessie zou ervoor kunnen zorgen dat die percentages opnieuw bereikt of zelfs overschreden worden. In een aantal Europese landen is de situatie even zorgwekkend. In die context zullen beleggers een steeds hogere premie in de vorm van een hoge(re) (reële) rente vragen om nog in overheidspapier te beleggen. Dat komt dan bovenop een hogere inflatie. Een schuldencrisis lijkt vroeg of laat onvermijdelijk in de westerse wereld.