Spaarrekening

Karakteristieken
...

KarakteristiekenDe basisrente van een gereglementeerd spaarboekje bedraagt minimaal 0,01 procent. De bank moet daarbovenop minimaal 0,1 procent getrouwheidspremie betalen aan spaarders die hun geld langer dan een jaar op de rekening laten staan. De betaling van de rente gebeurt bij de start van een nieuw jaar. De verworven premie moet aan het begin van elk kwartaal op de rekening worden gestort.Er zijn vandaag nog een stuk of vijftien spaarrekeningen, vooral bij internetbanken, met een iets hogere basisrente dan het wettelijke minimum. Wie niet zeker is dat hij zijn geld het komende jaar op de spaarrekening kan laten staan, kiest het beste voor een hoge basisrente. De rente begint vanaf de eerste dag aan te tikken. Er is geen getrouwheidspremie als de spaarder het geld van de rekening haalt voor de getrouwheidsperiode van twaalf maanden verstreken is.Daarnaast zijn er minstens evenveel spaarrekeningen met een iets hogere getrouwheidspremie dan het wettelijke minimum. Een aantal banken gunt de spaarders enkel een hogere vergoeding als ze elke maand met een permanente opdracht een relatief klein bedrag storten. Er zijn ook banken die een niet-gereglementeerde spaarrekening aanbieden, met enkel een rente en geen getrouwheidspremie. Soms is het geld op een niet-gereglementeerde spaarrekening niet onmiddellijk opvraagbaar. BeschermingSpaar-, zicht- en termijnrekeningen vallen onder de depositogarantie. De banken betalen voor die bescherming van de spaarders bijdragen aan het Garantiefonds. Het maakt geen verschil of het om een gereglementeerde of een niet-gereglementeerde spaarrekening gaat. Als een bank in gebreke blijft of failliet gaat, krijgen de spaarders die hun spaargeld kwijt zijn binnen de twintig werkdagen tot 100.000 euro per bank en per klant terug. Er is een tijdelijke bescherming van maximaal 500.000 euro voor bedragen die verband houden met vastgoedtransacties of de uitbetaling van verzekeringen en minder dan zes maanden voor het faillissement op de rekening zijn gestort. Er is geen bescherming van de koopkracht. Het geld op een spaarrekening dikt minder snel aan met intresten dan de consumptieprijzen in ons land stijgen.KostenEr zijn normaal geen rechtstreekse kosten verbonden aan het spaarboekje. Soms vragen banken dat de spaarder tegelijk een zichtrekening opent, en daar rekenen ze wel kosten voor aan. Verschillende banken verhogen de tarieven voor bankdiensten op 1 januari.FiscaliteitDe intresten van gereglementeerde spaarboekjes waren in 2019 tot 980 euro per persoon vrijgesteld van roerende voorheffing. Dat bedrag wordt elk jaar geïndexeerd. Boven dat plafond geldt een verminderde voorheffing van 15 procent. Op de intresten van niet-gereglementeerde spaarrekeningen is altijd 30 procent verschuldigd.Verwachtingen voor 2020-2024De Belgen moeten niet meteen rekenen op een hogere spaarrente. De rente op Belgische overheidsobligaties is negatief tot en met een looptijd van tien jaar. Dat betekent dat de Belgische overheid geen rente moet betalen om voor tien jaar geld te lenen en dat betekent ook dat de banken niet veel rente kunnen aanrekenen op leningen aan bedrijven en gezinnen. De rente op gereglementeerde spaarrekeningen kan echter niet onder nul zakken. KarakteristiekenTermijnrekeningen en kasbonnen worden vaak in één adem genoemd. Toch zijn er verschillen tussen beide spaarproducten. Een termijnrekening is een rekening. Het geld dat u stort op een termijnrekening staat op de balans van de bank, net zoals dat het geval is bij spaar- en zichtrekeningen. Een kasbon is een effect, een schuldbewijs dat door een bank werd uitgegeven, net zoals een staatsbon een schuldbewijs is dat door de Belgische staat werd uitgegeven. Die kasbon en die staatsbon staan op een effectenrekening en aan die rekeningen kunnen kosten verbonden zijn die er bij een termijnrekening niet zijn. De kasbonnen en staatsbonnen kunt u verkopen aan andere beleggers als u het geld nodig hebt voor de vervaldag, maar de termijnrekeningen niet. De banken bieden niet altijd dezelfde intresten op kasbonnen als op termijnrekeningen.BeschermingZowel de termijnrekening als de kasbon op naam (of geregistreerd op een nominatieve rekening) vallen onder de depositogarantie. Sinds 2008 worden er geen kasbonnen aan toonder meer uitgegeven en zijn alle kasbonnen in principe op naam.De banken betalen voor die bescherming van de spaarders bijdragen aan het Garantiefonds. Als een bank in gebreke blijft of failliet gaat, krijgen de spaarders die hun spaargeld kwijt zijn binnen de twintig werkdagen tot 100.000 euro per bank en per klant terug. Er is een tijdelijke bescherming van maximaal 500.000 euro voor bedragen die verband houden met vastgoedtransacties of de uitbetaling van verzekeringen en minder dan zes maanden voor het faillissement op de rekening zijn gestort.KostenWilt u uw geld terug voor het einde van de looptijd van de termijnrekening, dan moet u bij de bank aankloppen. De bank zal meestal een wederbeleggingsvergoeding eisen wanneer u uw geld vervroegd opvraagt en administratiekosten aanrekenen.FiscaliteitDe intresten van termijnrekeningen zijn in tegenstelling tot die van spaarrekeningen niet vrijgesteld van roerende voorheffing. Het tarief van 30 procent is hier van toepassing. Let dus op met geafficheerde brutorendementen op termijnrekeningen, die niet te vergelijken zijn met de rendementen op spaarrekeningen.Verwachtingen voor 2020-2024Net zoals bij de spaarrekeningen moeten we de lat voor de komende jaren laag leggen voor termijnrekeningen, kasbonnen en staatsbonnen. De jongste uitgifte van een staatsbon vond plaats in maart 2019. Daarna werd het zelfs op een looptijd van tien jaar onmogelijk voor het Agentschap van de Schuld om de kleine beleggers nog een positieve rente te bieden. Verschillende banken zijn ook gestopt met kasbonnen, omdat de interesse van beleggers tanende was. Er zou nog minder dan 10 miljard euro in kasbonnen zitten. Een hogere rente kan in principe wel sneller doorsijpelen in de rendementen van nieuwe termijnrekeningen, kasbonnen of staatsbonnen dan bij spaarrekeningen. Bij de spaarrekeningen moeten er in de beleggingsportefeuille nog altijd oude obligaties met een hogere coupon op vervaldag vervangen worden door nieuwe obligaties met een lagere coupon. De banken gaan ervan uit dat de grote massa spaargeld minstens enkele jaren onaangeroerd blijft en daarom beleggen ze dat spaargeld.KarakteristiekenEen tak21-levensverzekering is een spaarproduct met een looptijd van minstens acht jaar. Het rendement van een tak21-product bestaat uit twee componenten: een gewaarborgd rendement en een winstdeelneming, die afhangt van de resultaten van de verzekeraar. Let op, sommige verzekeraars garanderen het rendement enkel in het eerste jaar van het contract. Andere verzekeraars garanderen het rendement voor de eerste acht jaar en nog andere voor de volledige looptijd. Een tak21-levensverzekering mag zeker niet verward worden met een tak23-levensverzekering waarvan noch het kapitaal, noch enig rendement gegarandeerd wordt. BeschermingDe reserves - wat overblijft na aftrek van de kosten en de premiebelasting - vallen in ons land onder de depositogarantie tot 100.000 euro per klant en per verzekeraar. De Belgische verzekeraars betalen daarvoor een bijdrage aan het Garantiefonds. Als u een contract afsluit bij een buitenlandse verzekeringsmaatschappij, hebt u die bescherming niet.Wie een levensverzekering afsluit waarbij een kapitaal wordt uitgekeerd bij overlijden, kan een of meerdere begunstigden aanwijzen. Met zo'n spaarformule kunt u de mensen die u lief zijn en niet automatisch iets van u erven, een financiële bescherming bieden bij uw overlijden. KostenDe instapkosten die verzekeraars aanrekenen, lopen soms op tot 6 procent. Van elke 100 euro komt dan slechts 94 euro in het verzekeringscontract terecht. Zo begint u te sparen met een stevige achterstand. Goed onderhandelen over de kosten is de boodschap.FiscaliteitVan elke 100 euro die u stort, gaat ook 2 euro naar de fiscus. Die belasting heet de premie- of verzekeringsbelasting. Een levensverzekering in het kader van pensioensparen ontsnapt aan die premietaks. In ruil voor die belasting bij de start, is er geen roerende voorheffing meer aan de meet verschuldigd op tak21-contracten die langer lopen dan acht jaar en één dag.Rendement in 2020-2024De verzekeraars worden door regelgevers verplicht in overheidsobligaties te investeren om hun toekomstige verplichtingen af te dekken. Er zijn voor 17.000 miljard dollar obligaties te koop op de financiële markten, die over de resterende looptijd minder opbrengen dan ze vandaag kosten. Beleggers steken er dus geld aan toe, maar toch moeten de verzekeraars een deel van hun geld in dit soort obligaties stoppen.Zolang de rente op overheidsobligaties zeer laag en vaak ook negatief blijft, zullen tak21-levensverzekeringen niet veel opbrengen. De verzekeraars moeten oude obligaties die op vervaldag komen, vervangen door nieuwe obligaties die minder opbrengen.KarakteristiekenEr zijn verschillende soorten gestructureerde beleggingsproducten. De populairste zijn de gestructureerde obligaties of structured notes. In de periode tussen 1 augustus 2011 en 31 december 2018 investeerden de Belgen bijna 48 miljard euro in gestructureerde producten, volgens de financiële toezichthouder FSMA. Het meeste geld (17,7 miljard euro) ging richting schuldinstrumenten of notes. De FSMA zorgt er ook voor dat sinds 2011 al te complexe of ondoorzichtige gestructureerde producten niet aan particulieren worden aangeboden. Gestructureerde producten hebben doorgaans een vaste looptijd. Beleggers krijgen vaak de belofte dat ze hun kapitaal minus de kosten terugkrijgen op vervaldag. Daarnaast hebben ze uitzicht op iets meer rendement, als alles goed gaat. Zullke producten bestaan uit een combinatie van verschillende financiële instrumenten, zoals een obligatie en een optie. De obligatie zorgt voor de kapitaalbescherming en de optie voor de kans op iets extra. Een klassiek voorbeeld is een gestructureerd product waarvan het rendement afhangt van de prijsevolutie van de aandelen in een index, zonder rekening te houden met de dividenden. Een groot deel van het rendement van aandelen komt voort uit de herinvestering van de dividenden. BeschermingVoor de meeste gestructureerde obligaties beloven de banken op de vervaldag minstens de inschrijvingsprijs terug te betalen. Stel dat een belegger bij de start een inschrijvingsprijs van 100 euro en 2 euro instapkosten betaalt. Die 2 euro valt niet onder de kapitaalbescherming. En als het product voor de vervaldag wordt verkocht, is de inschrijvingsprijs ook niet beschermd. Let op: er bestaan ook tal van gestructureerde producten zonder kapitaalbescherming.Gestructureerde obligaties vallen niet onder de depositobescherming tot 100.000 euro per bank en per klant, waar spaar- en zichtrekeningen, kasbons en termijnrekeningen wel onder vallen. De belegger blijft wel altijd eigenaar van de gestructureerde obligaties die op zijn effectenrekening staan. Een faillissement van de bank verandert daar niets aan. Soms staat nog een derde partij garant staat voor de terugbetaling van het kapitaal, als de uitgever in gebreke blijft. KostenEr zijn vaak relatief hoge instapkosten, beheerskosten, en eventueel distributiekosten en uitstapkosten verbonden aan gestructureerde producten. De impact ervan op het rendement staat in het essentieel informatiedocument. FiscaliteitVoor gestructureerde obligaties is op een eventuele meerwaarde op de vervaldag, of op tussentijdse rentebetalingen, 30 procent roerende voorheffing verschuldigd. Bij andere gestructureerde producten hangt de fiscaliteit af van de onderliggende activa (zie de fiches van tak23 en beleggingsfondsen). Verwachtingen voor 2020-2024 De beste indicatie voor het toekomstige rendement vinden beleggers in het essentieel informatiedocument, dat banken sinds 1 januari 2018 verplicht moeten opstellen voor elk gestructureerd product. Daarin moeten ze de mogelijke scenario's op een rij zetten, en de verwachte rendementen in elk van die scenario's.KarakteristiekenEen gemengd beleggingsfonds investeert zowel in aandelen als obligaties. De pensioenspaarfondsen zijn de bekendste gemengde fondsen. Een pensioenspaarfonds mag nooit meer dan 75 procent in aandelen investeren en nooit meer dan 75 procent in obligaties. Er zijn ook flexibele gemengde fondsen. Dat zijn producten waarvan de beheerders de verdeling van de activa kunnen aanpassen aan hun verwachtingen. Sommige fondsen kunnen van 0 naar 100 procent aandelen gaan. In het verleden werden de obligaties in de portefeuille vaak minder waard als de aandelen in waarde toenamen, en vice versa. De juiste mix van aandelen en obligaties zorgde voor mooie rendementen en minder grote schommelingen in de waarde van de deelbewijzen. Maar het verleden biedt geen garanties voor de toekomst.BeschermingEen gemengd fonds kan zware verliezen boeken. Er is geen enkele garantie op rendement of kapitaalbehoud. Mochten uw deelbewijzen door fraude verdwenen zijn _ wat zo goed als onmogelijk is door alle controlemechanismes _ treedt een beschermingsregeling voor beleggers in werking tot 20.000 euro per persoon en per financiële instelling. Dat geldt zowel voor aandelen als obligaties als fondsen. Die effecten blijven altijd juridisch uw eigendom, terwijl spaarrekeningen en tak21-levensverzekeringen op de balans van de financiële instelling staan.KostenEr zijn instap- en beheerskosten en soms een prestatievergoeding. De instapkosten verschillen van bank tot bank. Van het geafficheerde rendement zijn de beheers- en de prestatievergoedingen al afgetrokken.FiscaliteitAls u inschrijft op deelbewijzen, betaalt u geen beursbelasting. Als u ze verkoopt, roomt de fiscus 1,32 procent af van de deelbewijzen van fondsen zonder dividend (kapitalisatie), met een maximum van 4000 euro per transactie. Keert het beleggingsfonds een dividend uit (distributie), dan is daarop 30 procent roerende voorheffing verschuldigd. Bij de verkoop van deelbewijzen gaat 30 procent af van de meerwaarde die voortvloeit uit de rente die het fonds heeft geïnd en uit de koersstijging van de obligaties. Als het fonds geen berekening maakt van de meerwaarde uit het vastrentende gedeelte, betaalt de belegger belasting a rato van het percentage obligaties in de portefeuille, of in sommige gevallen op de volledige meerwaarde.Verwachtingen voor 2020-2024Het rendement zal afhangen van de mix in de beleggingsportefeuille. Voor obligaties is een nipt positief rendement het beste wat de belegger mag hopen voor de komende vijf jaar. Voor aandelen zou een rendement van 3,25 procent of meer gemiddeld per jaar nog haalbaar kunnen zijn, afhankelijk van de gezondheid van de economie, het beleid van de centrale banken en eventuele stimuli van de overheden. KarakteristiekenMet een obligatie verstrekt u een lening aan een onderneming, een semi-overheid of een overheid. In ruil krijgt u meestal een jaarlijkse vergoeding. Als alles goed gaat, krijgt u op de vervaldag uw volledige kapitaal terug. De jaarlijkse coupon kan vast of variabel zijn. Als het bedrijf betalingsproblemen krijgt, recupereren de obligatiehouders meestal nog een deel van hun inleg, omdat ze vooraan in de rij met schuldeisers staan. Hoogrentende of 'rommel' obligaties bieden meer rente, maar houden ook een groter risico op wanbetaling in.BeschermingHoe veilig uw geld is, hangt ten eerste af van de emittent van de obligatie. De scores die kredietbeoordelaars als S&P, Moody's en Fitch aan landen en bedrijven geven, kan een hulpmiddel zijn om de kredietwaardigheid of de terugbetalingscapaciteit van de emittent te beoordelen. Ten tweede is er voor de terugbetaling een hiërarchie in de obligatietypes. Met een achtergestelde of een eeuwigdurende obligatie staat u bijvoorbeeld achter de gewone obligatiehouders. En ten derde zijn er wisselkoersrisico's als u investeert in obligaties in andere munten. Zakt die munt in waarde, dan krijgt u in euro minder dan uw inleg terug. De hogere rente die u in andere munten dan de euro kunt krijgen, compenseert voor een deel het wisselkoersrisico. De vuistregel is: hoe meer rendement, hoe meer risico.KostenAls u inschrijft op nieuwe obligaties, zitten de kosten al in de uitgifteprijs verrekend. Bij Belgische bedrijfsobligaties is dat meestal 1,875 procent van de waarde. U kunt ook bestaande obligaties kopen. De kosten daarvoor liggen doorgaans hoger dan voor aandelentransacties, omdat de obligatiehandel nog grotendeels tussen banken gebeurt en niet zo geautomatiseerd is als de aandelenhandel.FiscaliteitOp de aan- en de verkoop van bestaande obligaties is 0,12 procent beursbelasting verschuldigd, met een maximum van 1300 euro per transactie. Bij de uitgifte van obligaties komt geen beurstaks kijken. De banken houden 30 procent roerende voorheffing in op rentebetalingen. De meerwaarde die u realiseert met een obligatie is belastingvrij. Daardoor kan het interessant zijn obligaties onder pari of onder hun uitgifteprijs te kopen op de markt.Verwachtingen voor 2020-2024Een jaar geleden boden Amerikaanse overheidsobligaties op tien jaar of treasury's meer dan 3 procent rente. Vandaag is dat nog maar 1,8 procent. De rente op de Duitse tegenhangers zakte van 0,4 procent naar -0,3 procent. Ook Belgische overheidsobligaties bieden op looptijden tot tien jaar geen spaander rendement meer. De rente op bedrijfsobligaties is wat hoger, maar wordt afgeleid van de rente op overheidsobligaties. KarakteristiekenFysiek goud heeft geen economische functie. Dat maakt het moeilijk er een richtprijs op te kleven. Het edelmetaal brengt ook geen rente op en het keert geen dividenden uit. Het rendement moet volledig voortkomen uit de stijging van de goudprijs. Op de internationale markten wordt de goudprijs uitgedrukt in dollar. Goud is gevoelig voor de renteverwachtingen in de Verenigde Staten. Bij elke renteverhoging van de Amerikaanse centrale bank nemen de opportuniteitskosten voor een belegging in goud toe - beleggers lopen dan meer rente mis. In december 2015 begon de Federal Reserve de beleidsrente te verhogen, tot die in december 2018 op 2,25 à 2,5 procent belandde. Midden 2019 maakte Fed opnieuw de bocht en sindsdien werd de rente alweer drie keer verlaagd. BeschermingGoud bood het voorbije decennium een toevluchtsoord wanneer de munt van een land of een muntunie in elkaar klapt, of als er onzekerheid is over het financiële systeem. Ten tijde van de bankencrisis in 2008 en 2009 vluchtten veel beleggers in goud, omdat ze vreesden dat het financiële systeem dreigde in elkaar te klappen. Tijdens de eurocrisis in 2011 en 2012 had het edelmetaal succes, omdat de euro op instorten stond. In 2018 was goud een goede belegging voor Indiërs, omdat de Indiase roepie ineenstuikte tot zijn laagste peil tegenover de dollar.De status van goud als veilige haven staat echter ter discussie. Volgens specialisten hangt de prijsevolutie van goud af van drie factoren. Er is ten eerste een sterk negatief verband tussen de goudprijs en de dollar. Ten tweede heeft een stijging of een daling van de Amerikaanse rente een belangrijke invloed. En ten derde is de vraag naar goud voor beleggingen en sieraden vanuit China belangrijk.KostenIn de aan- en de verkoopprijzen die de handelaars in edelmetalen afficheren, zijn de kosten al verrekend. Wie via een bank goud koopt of verkoopt, betaalt vaak nog bijkomende kosten. FiscaliteitBeleggen in fysiek goud is belastingvrij. Er is ook geen btw verschuldigd op goudstaven of goudmunten. Voor staven zilver of platina daarentegen betaalt de koper 21 procent btw op het volledige aankoopbedrag en voor munten 21 procent btw op de winstmarge van de handelaar. Verwachtingen voor 2020-2024In 2019 leverde goud in dollar een fabelachtig rendement van 20 procent op en in euro een rendement van 23 procent. De bocht van de Amerikaanse centrale bank zit daar voor iets tussen. Op de hele lange termijn levert goud een rendement van ongeveer 8 procent in dollar op, maar het zou best kunnen dat er nu al een voorsprong voor de komende jaren is genomen.KarakteristiekenMet een aandeel koopt u een stuk van een bedrijf en deelt u mee in de bedrijfswinst via een winstuitkering of een koersstijging van het aandeel. Zo'n winstuitkering kan in de vorm van een dividend in aandelen of in cash, of via een fiscaalvriendelijke kapitaalvermindering. Volgens studies komt meer dan de helft van het rendement van aandelen voort uit het dividend. De rest komt van een eventuele koersstijging.In augustus 2018 verbrak de Amerikaanse S&P500-index het record van de langste stierenmarkt ooit. Sinds 9 maart 2009 zit de S&P500 in een opwaartse trend en ging de beursindex geen enkele keer 20 procent of meer naar beneden. Zodra een beursindex meer dan 20 procent verliest, spreken we over een berenmarkt. De hoorns van een stier zijn naar boven gericht. De beer richt zijn klauwen naar beneden.Beleggers hadden eind 2018 wat last van hoogtevrees, maar in 2019 ging het weer erg hard op de aandelenmarkten. Europese aandelen brachten het voorbije jaar meer dan 20 procent op, zonder rekening te houden met de uitgekeerde dividenden. Ook Amerikaanse aandelen noteren ongeveer 20 procent hoger. BeschermingBij een faillissement van de onderneming staan de aandeelhouders achteraan in de rij van de schuldeisers. U riskeert dus uw volledige inleg te verliezen als het bedrijf over de kop gaat. Door de aard van de activiteiten of de mate waarin een bedrijf zich in de schulden steekt, kan het aandeel meer of minder defensief zijn. Maar er zijn nooit garanties.KostenBij de meeste internetbanken betaalt u 6 tot 7,5 euro transactiekosten voor kleine aan- en verkooporders op de beurs van Brussel. Bij de grootbanken betaalt u hogere transactiekosten. Daar komen nog jaarlijkse dossier- en bewaarkosten bovenop.FiscaliteitBij elke aan- en verkoop van aandelen draagt u 0,3 procent belastingen af. Van de dividenden die u opstrijkt, gaat 30 procent roerende voorheffing naar de overheid, op enkele uitzonderingen na. Sinds het inkomstenjaar 2019 kunt u de roerende voorheffing op de eerste schijf van 800 euro dividenden recupereren via uw belastingbrief.Verwachtingen voor 2020-2024De meeste aandelenstrategen gaan ervan uit dat het de komende jaren wat minder hard zal gaan met aandelen. Het rendement zal vooral moeten komen van bedrijven die erin slagen hun winsten te doen groeien, ook al is er weinig of geen economische groei. Er is geen schrik voor duurder krediet, want de centrale banken zullen er de komende jaren nog altijd alles aan doen om financiering goedkoop te houden.KarakteristiekenEen tracker of ETF is een fonds dat de prestatie van een korf activa schaduwt, bijvoorbeeld een beursindex. Het rendement is niet 100 procent hetzelfde als dat van de index. Hoe groot de afwijking is, hangt onder meer af van hoe vlot de activa verhandelen en hoe de beheerder dividenden van bedrijven herinvesteert. Trackers worden net zoals aandelen verhandeld op de beurs. In één muisklik kunnen beleggers zo een gespreide portefeuille van aandelen of obligaties kopen.Er zijn ook allerlei slimme trackers op de markt. Een alternatief voor individuele dividendaandelen zijn bijvoorbeeld beursgenoteerde indexfondsen die investeren in dividendaandelen. De MSCI Europe High Dividend Yield-index is er zo een. Die screent aandelen op de pay-outratio of het percentage van de winst dat ze uitkeren, de balans en het rendement op het eigen vermogen, om na te gaan of het dividend houdbaar is. Een ander voorbeeld is de tracker SPDR S&P Euro High Yield Dividend Aristocrats, die de prestaties volgt van bedrijven die minstens tien jaar een stabiel of stijgend dividend uitkeren.BeschermingEen tracker hoeft niet de activa te kopen waarvan hij het rendement repliceert. De beheerders van synthetische trackers sluiten een ruilcontract af met een derde partij, een bank, die het rendement levert in ruil voor een vergoeding. Daardoor loopt de belegger een extra risico: het tegenpartijrisico. De partijen storten wel een onderpand op een rekening van een onafhankelijke partij, om dat gevaar te beperken.KostenDe transactiekosten van trackers en aandelen zijn doorgaans gelijk. Er zijn geen instapkosten en de beheerskosten zijn een pak lager dan die van klassieke beleggingsfondsen. De kosten van obligatietrackers en andere trackers met minder liquide activa kunnen iets hoger oplopen.FiscaliteitOp elke aan- en verkoop van een tracker is beursbelasting verschuldigd. Voor ETF's die niet geregistreerd zijn in België, maar wel in de Europese Economische Ruimte (EER), bedraagt het tarief 0,12 procent, met een plafond van 1300 euro per transactie. Voor ETF's die geregistreerd zijn in België is er een verschil in tarief tussen ETF's met een dividenduitkering (0,12%) en zonder dividenduitkering (1,32%, met een plafond van 4000 euro). Voor ETF's die noch in België, noch in de EER geregistreerd zijn, betalen beleggers 0,35 procent beursbelasting, met een plafond van 1600 euro.De meerwaarde op een tracker is belastingvrij, tenzij 10 procent of meer van de beleggingen bestaat uit obligaties of andere activa die de fiscus onder schuld klasseert. In dat geval gaat 30 procent roerende voorheffing af van de meerwaarde van het vastrentend deel.Verwachtingen voor 2020-2024De kans op turbulentie op de aandelenmarkten is zeer reëel de komende jaren. Dan zijn trackers interessant voor wie snel in en uit de aandelenmarkten wil kunnen stappen. Aandelentrackers zouden de rendementen van aandelen moeten benaderen.KarakteristiekenEen tak23-levensverzekering is niet veel meer dan de verpakking van een beleggingsfonds, meerdere beleggingsfondsen of andere activa, zoals rusthuizen. Het rendement en de risico's hangen grotendeels af van die activa. Een tak23-levensverzekering met een onderliggend aandelenfonds is minstens even risicovol als het aandelenfonds zelf. Het is sterk af te raden te investeren in tak23-levensverzekeringen met ondoorzichtige of complexe activa of structuren. Er bestaan ook financiële producten die een tak21 (met een gewaarborgd rendement) combineren met een tak23 (met een niet-gewaarborgd rendement). Sommige financiële instellingen noemen die combinatie een tak44-levensverzekering. Sinds enkele jaren is het 'fonds dédié' voor vermogende beleggers in ons land in opmars. Dat is een verzekeringscontract dat uit Luxemburg is overgewaaid en dat individuele aandelen en obligaties als onderliggende beleggingen kan hebben. De verzekerde moet het beheer over die beleggingsportefeuille wel volledig uit handen geven. Sinds 2017 hebben een aantal Luxemburgse verzekeraars een bijkantoor in België geopend om dat fonds dédié te promoten. KostenDe verzekeraars rekenen instap- en beheerskosten aan, en soms ook uitstapkosten. Als de onderliggende activa bestaande beleggingsfondsen zijn, betaalt de belegger onrechtstreeks ook een vergoeding aan de beheerders ervan. De hogere kosten romen het rendement van de beleggingsfondsen af. FiscaliteitVan elke storting gaat 2 procent premiebelasting af. Daar staat tegenover dat de inkomsten volledig vrijgesteld zijn van roerende voorheffing. Er is ook geen taks op beursverrichtingen (TOB) verschuldigd, die bij de verkoop van een beleggingsfonds wel wordt aangerekend. Voor wie regelmatig wil switchen tussen beleggingsfondsen - met meer of minder risico bijvoorbeeld - kan de structuur van een tak23-contract voordelig zijn. Hoe langer een belegging in een levensverzekering loopt, hoe meer de belegger de achterstand kan wegwerken die hij bij de start door de premietaks en de instapkosten heeft opgelopen. Verwachtingen voor 2020-2024De roerende voorheffing op de meeste spaar- en beleggingsproducten bedraagt sinds 2018 maar liefst 30 procent. Het voordeel van de vrijstelling van roerende voorheffing voor beleggingsverzekeringen is daardoor groter dan vroeger. Vooral voor beleggingsfondsen die voor minstens 10 procent uit obligaties bestaan, kan het de moeite waard zijn de vergelijking te maken tussen een fonds met of zonder tak23-strik eromheen. Beleggers betalen niet enkel roerende voorheffing op de geïnde rente, maar ook op de meerwaarde van het obligatiedeel van het fonds.