Lang tijd werd gedacht dat je simpelweg de economie haar werk moest laten doen. It's the economy stupid! De afgelopen eeuwen hebben we dat gedaan, met een ernstige grondstoffencrisis tot gevolg. De prijzen van grondstoffen schieten de lucht in en op veel van de essentiële grondstofvoorraden staat in dikke letters een snel naderende vervaldatum.

Lang geloofde men dat ons vertrouwde lineaire model van produceren, consumeren en afdanken houdbaar was. Quod non. De Strategie van Lissabon van de Europese Unie in 2000 was gelukkig een keerpunt. Toen is het inzicht gekomen dat zo'n model niet houdbaar is. Dat ons economisch systeem, waarin we onophoudelijk waardevolle grondstoffen delven en degraderen tot minderwaardige restproducten, niet vol te houden is en een nieuw model zich opdringt.

De circulaire economie is een solide en relatief nieuw model, dat als paradigma heeft "grondstoffen te waarderen en op hun hoogst mogelijke waarde te laten". " Niemand zal stoppen met consumeren of innoveren", zegt Wayne Visser, een duurzaamheidsexpert van Cambridge University. Dat betekent dat de circulaire economie op dit moment de enige fundamentele uitweg uit de grondstoffenschaarste is.

Circulaire technieken worden sinds een tiental jaar in het bedrijfsleven geïncorporeerd. Dat gaat niet altijd even snel: productieprocessen en businessmodellen ombouwen is een traag proces, dat op veel tegenwind botst. Maar er worden grote stappen gezet. In de circulaire economie zijn er een aantal bekende technieken, zoals recyclage, maar ook minder bekende technieken, zoals remanufacturing en refurbishment. Dat zijn de technieken die afgedankte toestellen en grondstoffen heropwaarderen of hergebruiken en zo de kringlopen sluiten in het circulaire model. Dat wordt duidelijk weergegeven in het Butterfly diagram van de Ellen MacArthur Foundation. Een van de basisbeginselen van dat model is dat grondstoffen steeds opnieuw worden gebruikt en in kringlopen circuleren. Hoe korter de lus van de kringloop, hoe hoger de restwaarde van de grondstoffen en producten.

The future is circular, stupid!

De kortste lus in het circulaire model, is de herstellus als ultieme techniek om de levensduur van producten en consumptiegoederen te verlengen. Dat wordt op 19 oktober in de verf gezet door de wereldwijde acties van de Open Repair Alliance, op Europees niveau door Restart (Groot-Brittannië), Netwerk Bewust Verbruiken (België), iFixit en vele anderen. De focus ligt dit jaar op 'Herstel voor het klimaat en de toekomst'.

Maar de overheid behandelt het herstellen van toestellen erg stiefmoederlijk. Dat is onbegrijpelijk. Loonkosten - de hoogste kosten in het herstelproces - zijn hoog, lasten op grondstoffen worden, vaak artificieel, laag gehouden. Dat bemoeilijkt professioneel herstellen en maakt het erg duur in vergelijking tot het oude toestel afdanken en een nieuw kopen.

Bovendien zet het gros van de producenten nog altijd in op businessmodellen die teren op massaconsumptie en massa-afdanking. Dat model stimuleert onze overheid nog altijd. Daarnaast is de wetgeving over de herstelbaarheid en garantieperiodes mager. In dat kader zijn er dit jaar op Europees niveau beperkte stappen vooruit gezet in de spare-parts-wetgeving (de zogenaamde ecodesignmaatregelen). Maar die beperkt zich tot professionele herstellers en laat vrijwilligers opnieuw in de kou staan.

Als tegenbeweging is een groep burgers opgestaan: Repair Café in Nederland, Restart in Groot Brittannië, Netwerk Bewust Verbruiken in Vlaanderen en regionale initiatieven, zoals Maakbaar in Leuven. Zij nemen het heft in eigen handen. Zij gaan bij gebrek aan de hefbomen die nodig zijn (daling van de loonkosten, uitgebreide wetgeving rond herstelbaarheid) zelf aan de slag als vrijwilligers.

Na tien jaar is onze beweging gegroeid tot honderden Repair Café-groepen in Vlaanderen en meer dan duizend over heel Europa. Nu is het aan onze overheden. Zij dragen de verpletterende verantwoordelijkheid om de professionele en vrijwillige herstellers de gepaste wapens te geven. Door Europese regelgeving die fabrikanten verplicht apparaten zodanig te ontwerpen dat ze makkelijk herstelbaar zijn. Door de verlenging van de wettelijke garantieperiode tot vijf jaar en door maatregelen te nemen die de lasten op professionele herstellingen laten dalen. Dat kan makkelijk door een verdere daling van de btw op materiaalkosten voor herstellingen.

Tom Van Breussegem is medeoprichter, hersteller en vrijwilliger bij Maakbaar Leuven. Maakbaar Leuven diende samen met de stad Leuven een dossier in om de herstelbeweging naar een nieuw niveau te tillen. Ze haalden een interregionaal project van de Europese Commissie binnen dat in Noordwest-Europa (in samenwerking met TU-Delft, KU Leuven, Restart,...) de digitale ondersteuning van burgers in de hersteleconomie moet uitbouwen.