Opluchting alom toen vorige week woensdag de resultaten van een onafhankelijke studie van consultancybureau Deloitte over de fiscale en economische impact van de tax shelter regeling werden gepresenteerd. Deze studie werd besteld door uMedia, de belangrijkste speler in het werven van fondsen voor filmproducties via de tax shelter. Uit de studie blijkt dat elke euro die de overheid in het systeem pompt 1,21 euro opbrengt aan fiscale inkomsten en besparingen. Meteen ook een sterk argument voor de sector om de subsidies in stand te houden bij de volgende besparingsronde.

Minder vennootschapsbelasting

In het tax shelter systeem kan een onderneming 150% van het geïnvesteerde bedrag in een filmproductie - waarvan minstens 40% eigen middelen moeten zijn - aftrekken van zijn inkomsten. Zo betaalt de onderneming minder vennootschapsbelasting. Sinds de creatie van het systeem in 2003 schat men dat ongeveer 700 miljoen euro werd opgehaald onder het tax shelter systeem, wat neerkomt op een totale subsidie van de overheid ter waarde van 356,9 miljoen euro (700 miljoen x 150% x 33,99% vennootschapsbelasting). Volgens de studie bedraagt de netto-opbrengst voor de overheid 77 miljoen euro, ofwel 1,21 euro per 1 euro subsidie (77 miljoen / 356,9 miljoen).

De studie is gebaseerd op een selectie van 92 films tussen 2007 en 2011, waarvoor complete financiële gegevens beschikbaar zijn. Deze financiële gegevens over de filmproducties werden aan Deloitte bezorgd via uMedia dat de studie heeft gefinancierd. De 92 films zijn goed voor een investering van 126 miljoen euro, wat neerkomt op een subsidie van 65 miljoen euro (126 miljoen x 150% x 33,99%). Volgens de studie leverden de filmproducties 70 miljoen euro aan fiscale opbrengsten op (vennootschaps- en personenbelasting, btw en sociale zekerheidsbijdragen) en 8 miljoen euro aan besparingen op werkloosheidsuitkeringen. De winst voor de Staat is dus 13 miljoen euro (70 miljoen + 8 miljoen - 65 miljoen) of 21% van de subsidie van 65 miljoen euro.

Werkloosheidsuitkeringen

Er stellen zich echter meerdere problemen met dit resultaat. De uitgespaarde werkloosheidsuitkeringen veronderstellen dat de mensen die tewerkgesteld werden door de filmmaatschappijen de facto werkloos zouden zijn geweest zonder de gesubsidieerde filmproducties. Hoewel werknemers uit de filmsector gespecialiseerd zijn, is het hoogst twijfelachtig dat zij permanent werkloos zouden blijven indien er geen gesubsidieerde filmproducties zijn. Voor elke subsidie moeten alle kosten en opbrengsten in rekening worden gebracht op incrementele basis, namelijk zonder rekening te houden met opbrengsten die er ook zouden zijn geweest zonder de subsidie. Zonder de acht miljoen aan uitgespaarde werkloosheidsuitkeringen blijft nog vijf miljoen euro winst over voor de Staat, of 7,7% van de subsidie.

Fiscale ontvangsten

Wat betreft de fiscale ontvangsten van 70 miljoen euro wordt niet enkel rekening gehouden met de vennootschapsbelasting op eventuele winsten van de filmmaatschappijen, maar ook met de lonen uitbetaald aan werknemers en zelfstandigen die werden tewerkgesteld tijdens de filmproducties. De OESO toont aan dat van elke euro die door consumenten uitgegeven wordt in België 46,4% terugvloeit naar de Staat. Dit percentage werd in de studie gebruikt om de fiscale ontvangsten uit bijvoorbeeld btw mee te berekenen. Daarbij wordt opnieuw uitgegaan van het feit dat die werknemers en zelfstandigen geen inkomsten zouden hebben indien de gesubsidieerde filmproducties er niet zouden zijn geweest. Ook voor de sociale zekerheidsbijdragen wordt uitgegaan van dezelfde veronderstellingen.

Ten slotte werd er in de studie geen rekening mee gehouden dat de Staat de 356,9 miljoen euro aan toegekende subsidies ook zelf moet financieren. Indien we ervan uitgaan dat jaarlijks 77,8 miljoen euro werd opgehaald sinds 2003, en dus elk jaar 39,7 miljoen euro bij de staatsschuld komt omwille van de toegekende subsidie (356,9 miljoen / 9 jaar), dan komt dit neer op een totale rentelast sinds 2003 van 56,3 miljoen euro.

29,7 miljoen euro verlies

Leggen we al deze elementen samen en dan krijgen we een heel ander beeld van het kostenplaatje voor de Staat van de tax shelter. Indien we de uitgespaarde werkloosheidsuitkeringen wegnemen, dan blijft een totale winst van 27,5 miljoen euro over (dit is 7,7% van de subsidie van 356,9 miljoen euro). Daartegenover staat een rentelast van in totaal 57,2 miljoen euro. Dit betekent een cumulatief verlies voor de overheid van 29,7 miljoen euro of 8% van de toegekende subsidie. De inkomsten uit btw en sociale zekerheidsbijdragen uit de lonen van werknemers en zelfstandigen die tewerkgesteld werden tijdens de filmproducties laten we dan nog buiten beschouwing. De aankondiging dat de tax shelter de overheid een return-on-investment van 21% geeft is dan ook in onze visie niet gerechtvaardigd.

Mathias Nuttin

Opluchting alom toen vorige week woensdag de resultaten van een onafhankelijke studie van consultancybureau Deloitte over de fiscale en economische impact van de tax shelter regeling werden gepresenteerd. Deze studie werd besteld door uMedia, de belangrijkste speler in het werven van fondsen voor filmproducties via de tax shelter. Uit de studie blijkt dat elke euro die de overheid in het systeem pompt 1,21 euro opbrengt aan fiscale inkomsten en besparingen. Meteen ook een sterk argument voor de sector om de subsidies in stand te houden bij de volgende besparingsronde. Minder vennootschapsbelastingIn het tax shelter systeem kan een onderneming 150% van het geïnvesteerde bedrag in een filmproductie - waarvan minstens 40% eigen middelen moeten zijn - aftrekken van zijn inkomsten. Zo betaalt de onderneming minder vennootschapsbelasting. Sinds de creatie van het systeem in 2003 schat men dat ongeveer 700 miljoen euro werd opgehaald onder het tax shelter systeem, wat neerkomt op een totale subsidie van de overheid ter waarde van 356,9 miljoen euro (700 miljoen x 150% x 33,99% vennootschapsbelasting). Volgens de studie bedraagt de netto-opbrengst voor de overheid 77 miljoen euro, ofwel 1,21 euro per 1 euro subsidie (77 miljoen / 356,9 miljoen). De studie is gebaseerd op een selectie van 92 films tussen 2007 en 2011, waarvoor complete financiële gegevens beschikbaar zijn. Deze financiële gegevens over de filmproducties werden aan Deloitte bezorgd via uMedia dat de studie heeft gefinancierd. De 92 films zijn goed voor een investering van 126 miljoen euro, wat neerkomt op een subsidie van 65 miljoen euro (126 miljoen x 150% x 33,99%). Volgens de studie leverden de filmproducties 70 miljoen euro aan fiscale opbrengsten op (vennootschaps- en personenbelasting, btw en sociale zekerheidsbijdragen) en 8 miljoen euro aan besparingen op werkloosheidsuitkeringen. De winst voor de Staat is dus 13 miljoen euro (70 miljoen + 8 miljoen - 65 miljoen) of 21% van de subsidie van 65 miljoen euro. WerkloosheidsuitkeringenEr stellen zich echter meerdere problemen met dit resultaat. De uitgespaarde werkloosheidsuitkeringen veronderstellen dat de mensen die tewerkgesteld werden door de filmmaatschappijen de facto werkloos zouden zijn geweest zonder de gesubsidieerde filmproducties. Hoewel werknemers uit de filmsector gespecialiseerd zijn, is het hoogst twijfelachtig dat zij permanent werkloos zouden blijven indien er geen gesubsidieerde filmproducties zijn. Voor elke subsidie moeten alle kosten en opbrengsten in rekening worden gebracht op incrementele basis, namelijk zonder rekening te houden met opbrengsten die er ook zouden zijn geweest zonder de subsidie. Zonder de acht miljoen aan uitgespaarde werkloosheidsuitkeringen blijft nog vijf miljoen euro winst over voor de Staat, of 7,7% van de subsidie. Fiscale ontvangstenWat betreft de fiscale ontvangsten van 70 miljoen euro wordt niet enkel rekening gehouden met de vennootschapsbelasting op eventuele winsten van de filmmaatschappijen, maar ook met de lonen uitbetaald aan werknemers en zelfstandigen die werden tewerkgesteld tijdens de filmproducties. De OESO toont aan dat van elke euro die door consumenten uitgegeven wordt in België 46,4% terugvloeit naar de Staat. Dit percentage werd in de studie gebruikt om de fiscale ontvangsten uit bijvoorbeeld btw mee te berekenen. Daarbij wordt opnieuw uitgegaan van het feit dat die werknemers en zelfstandigen geen inkomsten zouden hebben indien de gesubsidieerde filmproducties er niet zouden zijn geweest. Ook voor de sociale zekerheidsbijdragen wordt uitgegaan van dezelfde veronderstellingen. Ten slotte werd er in de studie geen rekening mee gehouden dat de Staat de 356,9 miljoen euro aan toegekende subsidies ook zelf moet financieren. Indien we ervan uitgaan dat jaarlijks 77,8 miljoen euro werd opgehaald sinds 2003, en dus elk jaar 39,7 miljoen euro bij de staatsschuld komt omwille van de toegekende subsidie (356,9 miljoen / 9 jaar), dan komt dit neer op een totale rentelast sinds 2003 van 56,3 miljoen euro. 29,7 miljoen euro verliesLeggen we al deze elementen samen en dan krijgen we een heel ander beeld van het kostenplaatje voor de Staat van de tax shelter. Indien we de uitgespaarde werkloosheidsuitkeringen wegnemen, dan blijft een totale winst van 27,5 miljoen euro over (dit is 7,7% van de subsidie van 356,9 miljoen euro). Daartegenover staat een rentelast van in totaal 57,2 miljoen euro. Dit betekent een cumulatief verlies voor de overheid van 29,7 miljoen euro of 8% van de toegekende subsidie. De inkomsten uit btw en sociale zekerheidsbijdragen uit de lonen van werknemers en zelfstandigen die tewerkgesteld werden tijdens de filmproducties laten we dan nog buiten beschouwing. De aankondiging dat de tax shelter de overheid een return-on-investment van 21% geeft is dan ook in onze visie niet gerechtvaardigd. Mathias Nuttin