Vijf jaar geleden waren er 190.000 zelfstandigen in bijberoep; in 2011 waren er dat bijna 220.000 of een toename van iets meer dan 15 procent.

Voor alle duidelijkheid, een zelfstandige in bijberoep oefent een beroepsactiviteit uit in aanvulling van zijn normaal beroep als bediende of arbeider. Voor deze nevenactiviteit kiest hij een officieel statuut wat inhoudt dat hij zich aansluit bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen en sociale bijdragen betaalt. De inkomsten uit het bijberoep worden dan aangegeven als een zelfstandig inkomen, meer bepaald een 'winst'.

De toenemende inflatie en dalende koopkracht van de gezinnen brengen steeds meer mensen er toe om een nevenactiviteit uit te oefenen. Een andere reden is de angst om hun werk te verliezen in tijden van crisis. Het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ) wijst er op dat te weinig zelfstandigen in bijberoep doorgroeien naar het statuut van voltijds zelfstandige.

Bovendien wijst het NSZ er op dat steeds minder mensen een zelfstandige activiteit in hoofdberoep starten. In de eerste drie maanden van dit jaar waren er immers slechts 18.750 'starters' tegenover 21.788 in het eerste kwartaal van 2011. Als reden voor dit dalende ondernemerschap, wijst het NSZ op het regeringsbeleid en de onzekerheid die daar uit voortvloeit.

Johan Steenackers

Vijf jaar geleden waren er 190.000 zelfstandigen in bijberoep; in 2011 waren er dat bijna 220.000 of een toename van iets meer dan 15 procent. Voor alle duidelijkheid, een zelfstandige in bijberoep oefent een beroepsactiviteit uit in aanvulling van zijn normaal beroep als bediende of arbeider. Voor deze nevenactiviteit kiest hij een officieel statuut wat inhoudt dat hij zich aansluit bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen en sociale bijdragen betaalt. De inkomsten uit het bijberoep worden dan aangegeven als een zelfstandig inkomen, meer bepaald een 'winst'. De toenemende inflatie en dalende koopkracht van de gezinnen brengen steeds meer mensen er toe om een nevenactiviteit uit te oefenen. Een andere reden is de angst om hun werk te verliezen in tijden van crisis. Het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ) wijst er op dat te weinig zelfstandigen in bijberoep doorgroeien naar het statuut van voltijds zelfstandige. Bovendien wijst het NSZ er op dat steeds minder mensen een zelfstandige activiteit in hoofdberoep starten. In de eerste drie maanden van dit jaar waren er immers slechts 18.750 'starters' tegenover 21.788 in het eerste kwartaal van 2011. Als reden voor dit dalende ondernemerschap, wijst het NSZ op het regeringsbeleid en de onzekerheid die daar uit voortvloeit.Johan Steenackers