Wie in dienst treedt bij een provinciebestuur, een gemeentebestuur of een OCMW wordt het eerste jaar beschouwd als een stagiair. Vandaag heeft hij dan het statuut van een contractueel personeelslid. Pas als zijn tewerkstelling wordt verlengd, stapt hij over naar het statuut van vastbenoemde. Dat onderscheid heeft gevolgen bij ziekte. Een vastbenoemde bouwt een ziektekrediet van 21 werkdagen per jaar op. Wordt hij ziek, dan blijft hij van zijn wedde genieten voor die hele periode van het opgebouwde ziektekrediet. Afwezigheden die het gevolg zijn van een arbeidsongeval of van een ongeval dat door een derde werd veroorzaakt, tellen daarbij niet mee. Een contractueel personeelslid heeft geen ziektekrediet. Hij krijgt een gewaarborgd loon van zijn werkgever gedurende een korte periode en valt dan terug op een lagere uitkering van de ziekteverzekering. Bij de federale en de Vlaamse overheid waren de statuten echter al uniform gemaakt. Stagiairs werden er op sociaal vlak al behandeld als vastbenoemden. Voor de personeelsleden van de lokale besturen gebeurt die gelijkschakeling dus op 1 april. Alle benoemden op proef zullen bij de aanvang een ziektekrediet van 63 dagen toegekend krijgen. (Belga)