Studeren is een investering. Op langere termijn kan het je kind veel opleveren: een veelzijdige ontwikkeling, boeiend werk, een mooi inkomen. Maar het kost ook geld. Hoe hoog de uitgaven oplopen, verschilt van student tot student. Gaat je zoon of dochter later 'op kot' of niet? Gaat je kind naar de universiteit of kiest het voor het hoger onderwijs buiten de universiteit?

Inschrijvingsgeld

Waar de toegang tot het basis- en secundair onderwijs gratis is, moeten studenten in het hoger onderwijs wel inschrijvingsgeld betalen. In de Vlaamse Gemeenschap hangen de inschrijvingskosten af van het statuut van de student (beursgerechtigd of niet of 'bijna-beursstudent') en de opleidingscategorie.

Beursgerechtigde studenten betalen minder inschrijvingsgeld. Studenten die niet in aanmerking komen voor een beurs, maar over beperkte financiële middelen beschikken, worden 'bijna-beursstudenten' genoemd. Zij komen in aanmerking voor een vermindering van de studiekosten.

In de Vlaamse Gemeenschap wordt een student beschouwd als 'bijna-beursstudent' als de inkomsten van het huishouden waar hij deel van uitmaakt hoogstens 1525 euro hoger zijn dan de maximale inkomensgrens voor het verkrijgen van een beurs. Opgelet: voor een Master na Master ('ManaMa') is er geen vermindering mogelijk.

Reken voor een niet-beursstudent aan de universiteit of hogeschool op circa 620 euro per jaar, voor een bijna-beursstudent op 410 euro en voor een beursstudent op 104 euro. Deze bedragen gelden voor een voltijds studieprogramma in de basisopleidingen en omvatten ook het inschrijvingsgeld voor de examens.

Studiemateriaal

De kost aan studiemateriaal (handboeken, hand-outs, kopieën, software, laboschort, enz.), verschilt vaak sterk van opleiding tot opleiding. Er zijn opleidingen waar de studenten veel extra materiaal zelf moeten aankopen voor praktijkvakken; daarnaast kunnen er ook - al dan niet verplichte - studiereizen zijn die de kosten doen stijgen. Deze kosten liggen vast bij de start van een academiejaar.

Informeer je daarom goed op voorhand en vraag deze kosten na bij de gekozen opleiding. Een computer is de dag van vandaag ook geen overbodige luxe meer. Voor een voltijdse inschrijving mag je voor de kost van studiemateriaal gemiddeld rekenen op 350 tot 450 euro per jaar, exclusief een computer.

Vervoer

Onder de ruimere studiekosten valt zeker het vervoer. Wie pendelt, spaart trouwens enorm veel huisvestingskosten uit.

Een jongerenabonnement (- 25 jaar) voor wie onbeperkt wil reizen met tram of bus kost tegenwoordig 183 euro voor 1 jaar.

De schooltreinkaart is de meest interessante formule voor wie jonger is dan 26 jaar. Deze kaart is ook combineerbaar met De Lijn, Tec en MIVB.

De Campuskaart is er voor kotstudenten en andere studenten die slechts enkele keren per week heen en terug reizen van en naar een vaste bestemming. Een GO pass 10 kost 51 euro. Daarmee kan een jongere (- 26 jaar) 10 enkele reizen maken tussen twee Belgische stations naar keuze. Informatie over andere passen en voordelige tarieven op vind je op www.b-rail.be.

Huisvesting

Een student die 'op kot' gaat, heeft de keuze om een kamer te huren op een home van de universiteit of hogeschool of op de private kamermarkt. Een kamer bij particulieren kost gemiddeld 340 euro per maand. Dat is de naakte huurprijs zonder de maandelijkse kosten, die u mag begroten op circa 25 euro.

Opvallend is het prijsverschil tussen huurcontracten voor tien maanden en voor twaalf maanden. Die laatste zijn een pak duurder. Gemiddeld kost een normale kamer in een tienmaandencontract in bijvoorbeeld Leuven 301 euro per maand, terwijl dat in een twaalfmaandencontract 349 euro per maand is.

Voor kamers met extra comfort, zoals een eigen douche, loopt dat verschil nog op. Daar betaal je gemiddeld 335 euro per maand bij tien maanden en 409 euro per maand bij twaalf maanden. Dat is 22 procent meer.

Voor de verschillende steden met hoger onderwijs vind je meer info op www.kot.be.

Een home is een beetje, maar niet veel, goedkoper. De zoektocht naar een goed kot start vaak al in juni, tijdens de examens. Voor een slordige 4000 euro per jaar betaalt u enkel nog maar de kamerhuur. Er hoort natuurlijk ook nog een inboedel in. Naast Ikea zijn er wel meer plaatsen waar u terecht kunt om een kot goedkoop in te richten. De kringloopwinkel, 2dehands.be of kapaza.be zijn goudmijnen voor wie de tijd neemt om goed te zoeken.

Leefkosten

Onder het begrip 'leefkosten' verstaan we de kosten van onder meer voeding, sport en cultuur. Vrijwel elke student kan in de week terecht in een studentenrestaurant. Reken voor een volledige warme maaltijd op 5 euro en voor voeding per jaar op 1355 euro als kotstudent en 922 euro als pendelstudent. Sociale, sportieve en culturele (film)activiteiten ramen we op 496 euro per jaar.

Of nog duurder?

Een niet-beursstudent die pendelt, kost dus circa 2670 euro per jaar. Een kotstudent die een kamer huurt van particulieren kost ruim 5460 euro.

Volgens de studentenfederaties lopen de kosten in de praktijk vaak nog hoger op. Als je bijvoorbeeld een studio huurt in plaats van een kamer, ligt het kostenplaatje voor een kotstudent al meteen een pak hoger. Bovendien zitten er nog geen eventuele medische kosten of kleding inbegrepen.(JS)