Beschikbaar om te werken

Eer je een werkloosheidsuitkering krijgt, moet je kunnen aantonen dat je bereid bent om te werken. Allereerst moet je ingeschrijven zijn bij de VDAB als werkzoekende. Daarenboven moet je meewerken aan bijvoorbeeld een opleidingsactie.

Je toont je werkwilligheid door ondere andere actief achter werk te zoeken, te solliciteren, uitzendkantoren te frequenteren,... Als je ziek wordt of je vertrekt op vakantie heb je geen recht op een uitkering.

Je bent verplicht om opnieuw naar de uitbetalingsinstelling te stappen als langer dan 28 dagen onbeschikbaar bent om te werken. Daarnaast moet je je binnen de acht dagen na je uitkeringsaanvraag opnieuw inschrijven bij de VDAB.

Onvrijwillig werkloos zijn

Indien je zelf je ontslag hebt gegeven, kan je mogelijk je uitkering tijdelijk verliezen. Ook als je niet ingaat op uitnodigingen van de VDAB om bijvoorbeeld een opleiding te volgen, loop je het risico je uitkering te verliezen. Hetzelfde geldt voor het weigeren van een job die bij je profiel past.

Geen inkomen

Je mag geen loon ontvangen als je wilt genieten van een werkloosheidsuitkering. Bovendien mag je ook geen arbeid verrichten, een opzegvergoeding of vakantiegeld ontvangen. Je mag wel vrijwilligerswerk doen als bijberoep.

Als je ziek of invalide bent, ontvang je geen werkloosheidsuitkering, maar een invaliditeitsuitkering.

Aanvaarden uitnodigingen RVA

Als je gedurende 15 of 21 maanden werkloos bent, zal de RVA je enkele maanden op voorhand een uitnodiging sturen voor een evaluatiegesprek. Tijdens een eerste gesprek wordt er nagegaan als je voldoende inspanning hebt geleverd om werk te vinden.

Indien je daarna nog werkloos bent, volgt een uitnodiging voor een twee ontmoeting. Gedurende dat moment gaat een medewerkster na als je het opgelegde actieplan ( wordt opgesteld bij het eerste gesprek als blijkt dat je niet voldoende achter werk hebt gezocht) hebt nageleefd. Is dat niet het geval, dan wordt een tweede intensievere actieplan opgesteld.

Blijf je op de dool na dat gesprek? Dan zal je opgeroepen worden om voor een derde maal langs te gaan bij de RVA. Als blijkt dat je je ook niet hebt gehouden aan het tweede plan verlies je je uitkering.

Hoofdverblijfplaats België

Je hoofdverblijftplaats moet in België zijn. Desalniettemin heb je recht om 24 dagen per jaar te verblijven in het buitenland. Indien je in het buitenland verblijft om werk te vinden, mag je daar langer blijven, indien je vrijstelling hebt van de verplichting om in België te blijven.

In het bezit van een controlekaart

Met behulp van een controlekaart wordt er bijgehouden welk dagen je aan de slag bent of onbeschikbaar bent om te werken. Bij het foutief invullen van de kaart, riskeer je een sanctie.

Werkende dagen moet je zwart kleuren en vakantiedagen moet je aanduiden met een 'v'. (NS)

Eer je een werkloosheidsuitkering krijgt, moet je kunnen aantonen dat je bereid bent om te werken. Allereerst moet je ingeschrijven zijn bij de VDAB als werkzoekende. Daarenboven moet je meewerken aan bijvoorbeeld een opleidingsactie. Je bent verplicht om opnieuw naar de uitbetalingsinstelling te stappen als langer dan 28 dagen onbeschikbaar bent om te werken. Daarnaast moet je je binnen de acht dagen na je uitkeringsaanvraag opnieuw inschrijven bij de VDAB. Indien je zelf je ontslag hebt gegeven, kan je mogelijk je uitkering tijdelijk verliezen. Ook als je niet ingaat op uitnodigingen van de VDAB om bijvoorbeeld een opleiding te volgen, loop je het risico je uitkering te verliezen. Hetzelfde geldt voor het weigeren van een job die bij je profiel past. Je mag geen loon ontvangen als je wilt genieten van een werkloosheidsuitkering. Bovendien mag je ook geen arbeid verrichten, een opzegvergoeding of vakantiegeld ontvangen. Je mag wel vrijwilligerswerk doen als bijberoep. Als je ziek of invalide bent, ontvang je geen werkloosheidsuitkering, maar een invaliditeitsuitkering. Indien je daarna nog werkloos bent, volgt een uitnodiging voor een twee ontmoeting. Gedurende dat moment gaat een medewerkster na als je het opgelegde actieplan ( wordt opgesteld bij het eerste gesprek als blijkt dat je niet voldoende achter werk hebt gezocht) hebt nageleefd. Is dat niet het geval, dan wordt een tweede intensievere actieplan opgesteld.Blijf je op de dool na dat gesprek? Dan zal je opgeroepen worden om voor een derde maal langs te gaan bij de RVA. Als blijkt dat je je ook niet hebt gehouden aan het tweede plan verlies je je uitkering. Je hoofdverblijftplaats moet in België zijn. Desalniettemin heb je recht om 24 dagen per jaar te verblijven in het buitenland. Indien je in het buitenland verblijft om werk te vinden, mag je daar langer blijven, indien je vrijstelling hebt van de verplichting om in België te blijven. Met behulp van een controlekaart wordt er bijgehouden welk dagen je aan de slag bent of onbeschikbaar bent om te werken. Bij het foutief invullen van de kaart, riskeer je een sanctie. Werkende dagen moet je zwart kleuren en vakantiedagen moet je aanduiden met een 'v'. (NS)