Wanneer je trouwt, hoef je niet per se een huwelijkscontract af te sluiten. Doe je het niet, dan is je huwelijk onderworpen aan het wettelijke stelsel. Dat stelsel verdeelt de goederen in drie vermogens: jouw eigen vermogen, dat van je partner en het gemeenschappelijke vermogen. Eigen betekent: alle goederen en schulden die je bezit van vóór het huwelijk, maar ook alles wat je daarna via een nalatenschap of een schenking verwerft. Gemeenschappelijk is alles wat je verdient, aankoopt en spaart vanaf het moment dat je getrouwd bent. Ook de inkomsten van eigen goederen (bijvoorbeeld intresten of huurinkomsten) zijn gemeenschappelijk.

De wetgever gaat ervan uit dat trouwen volgens het wettelijke stelsel voor de meeste koppels de beste keuze is. Zes op de tien echtparen kiezen dan ook voor die optie. De overige 40 procent kiest ervoor een huwelijkscontract op te stellen via een notaris. De helft daarvan opteert voor een contract met een zuivere scheiding van goederen. In dat geval blijven de vermogens en de inkomsten gescheiden. Op die manier blijven de inkomsten van je partner gespaard wanneer jij bijvoorbeeld zou failliet gaan.

Gehuwd zijn biedt sowieso - met of zonder huwelijkscontract - een belangrijk voordeel. Wanneer een van beide partners overlijdt, hoeft de andere geen erfbelastingen te betalen op de gezinswoning. Maar dat betekent niet dat die woning automatisch naar de langstlevende gaat. Wanneer er kinderen zijn, wordt de huwelijksgemeenschap in tweeën gedeeld. Zij krijgen de helft in naakte eigendom, terwijl de langstlevende partner daar enkel het vruchtgebruik over heeft. Via een 'keuzebeding'-clausule in je huwelijkscontract kun je dat vermijden.

Geen erfbelastingen

Via slimme clausules kan in principe zelfs het volledige vermogen van de eerst overlijdende echtgenoot toegewezen worden aan de langstlevende. Aangezien er dan geen erfenis overblijft, zou er in principe geen erfbelasting moeten worden betaald. De wetgever heeft daarom zogeheten fictiebepalingen in het leven geroepen. Dat zijn regels die moeten vermijden dat via allerlei achterpoortjes erfbelastingen worden ontweken. Toch blijken die bepalingen niet helemaal sluitend, waardoor bepaalde constructies nog altijd door de mazen van het net glippen.

In een arrest van 24 maart 2017 heeft het Hof van Cassatie zich nog uitgesproken over zo'n constructie: het 'finaal verrekenbeding'. Die optie wordt soms facultatief gebruikt door echtgenoten die gehuwd zijn met een zuivere scheiding van goederen. Ze zorgt ervoor dat aanwinsten tijdens het huwelijk intern kunnen 'verschuiven' en zo heel wat erfbelastingen kunnen vermijden. Het Hof oordeelde dat zo'n beding perfect rechtsgeldig is in het kader van fiscale optimalisatie.

Nieuw decreet

De fiscus moet zich in principe neerleggen bij dat arrest. Maar de Vlaamse regering heeft midden juli een voorstel van decreet goedgekeurd dat zulke constructies moeilijker moet maken. Daarmee wil ze naar eigen zeggen "paal en perk stellen aan het oneigenlijk ontwijken van erfbelasting". "Want het kan niet de bedoeling zijn dat wie zich juridisch laat bijstaan en voldoende financiële middelen heeft, ontsnapt aan een belasting die alle andere mensen wél betalen", argumenteert minister van Begroting Bart Tommelein (Open Vld).

De bedoeling is dat het nieuwe decreet tegen het einde van dit jaar in werking treedt, op voorwaarde dat onder andere de Raad van State geen opmerkingen heeft bij het voorstel dat de Vlaamse regering goedkeurde. Op die manier wil die trachten op termijn miljoenen euro's aan erfbelastingen niet langer te mislopen. De hangende geschillen die betrekking hebben op het finaal verrekenbeding alleen al gaan naar verluidt over 2,5 miljoen euro. Vorig jaar werd in Vlaanderen 161 miljoen euro aan erfbelastingen geïnd bij echtgenoten.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met notaris Carol Bohyn, woordvoerder van Notaris.be .