Heel wat wettelijk samenwonenden hebben gemeenschappelijke rekeningen. Het gaat daarbij vaak om een zichtrekening waarmee de dagelijkse kosten betaald worden, maar vaak ook spaarrekeningen en zelfs effectenrekeningen. Hoe zit de vork juist aan de steel als deze wettelijke samenwoners uit elkaar gaan of als een van de partners overlijdt?

Het principe is 50%/50%

Voor wettelijk samenwonenden bepaalt de wet uitdrukkelijk dat alles waarvan een partner niet kan bewijzen dat het zijn/haar eigendom is, verondersteld wordt aan hen beiden in onverdeeldheid toe te behoren, aan ieder voor de helft.

Concreet betekent dit dat bijvoorbeeld een spaarrekening of effectenrekening op naam van beide partners wordt verondersteld aan beiden toe te behoren (50%/50%), tenzij je het tegendeel zou kunnen bewijzen.

En bij overlijden?

Een gemeenschappelijke rekening behoort dus in principe toe aan beiden en de langstlevende zal op datum van overlijden van zijn partner eventueel (afhankelijk van het testament) op de helft van het creditsaldo successierechten moeten betalen.

Let wel, wettelijk samenwonenden hebben slechts een beperkt wettelijk erfrecht bestaande uit vruchtgebruik op de gezinswoning plus de huisraad, zodat er voor méér een testament in het voordeel van de langstlevende partner opgemaakt moet worden. (JA)