De hypothecaire lening is afbetaald en eindelijk is er weer budget om te sparen. Alleen jammer dat het belastingvoordeel van de woonlening er niet meer is. Maar geen nood: de kans is groot dat uw bankier met langetermijnsparen op de proppen komt.

Onder de motorkap van het langetermijnsparen zit een verzekeringscontract. Meestal is dat een tak21-spaarverzekering, een spaarproduct dat een gegarandeerde rente combineert met een winstdeelneming, die wordt uitgekeerd als de onderliggende beleggingsportefeuille goed presteert.

Langetermijnsparen is ook mogelijk met een tak23-beleggingsverzekering, waar het rendement helemaal afhankelijk is van de beursprestaties. Het langetermijnsparen maakt samen met het pensioensparen deel uit van de derde pensioenpijler, waarmee iedereen zelf op een fiscaalvriendelijke manier een aanvullend pensioen kan opbouwen.

"Het langetermijnsparen staat wat in de schaduw van het pensioensparen. Meer dan 2,5 miljoen Belgen doen aan pensioensparen, maar het langetermijnsparen is veel minder wijdverbreid", zegt Andreas Vets van de onafhankelijke financiële planner Stremersch, Van Broekhoven en Partners. Dat komt deels omdat pensioensparen fiscaal voordeliger is.

Pensioenspaarders hebben de keuze tussen twee maximumbedragen. Het maximum van 1230 euro levert een belastingvoordeel van 25 procent op (307,5 euro) en het maximum van 960 euro een voordeel van 30 procent (288 euro). Voor het langetermijnsparen bedraagt de belastingvermindering eveneens 30 procent en kan het belastingvoordeel oplopen tot 693 euro. Dat lijkt interessant, maar dat voordeel is enkel weggelegd voor wie het maximumbedrag van 2310 euro kan storten.

Hoeveel de pensioenspaarder mag storten, hangt af van zijn belastbare inkomen. Om 2310 euro in te brengen, moet hij al een behoorlijk netto belastbaar beroepsinkomen van rond 35.000 euro hebben. Daar komt nog eens bij dat langetermijnspaarders op elke gestorte premie 2 procent verzekeringsbelasting moeten afdragen, terwijl pensioenspaarders ontsnappen aan die heffing. Vets: "Daarom is het beter het potje van het pensioensparen eerst helemaal te vullen, alvorens te beginnen met het langetermijnsparen."

Fiscale cadeaus

Eerst pensioensparen en dat aanvullen met langetermijnsparen: die combinatie is perfect mogelijk. Vets: "Particulieren kunnen in ons land al niet rekenen op al te veel fiscale cadeautjes. Je kunt ze dus maar beter met open armen aannemen." Maar wanneer wordt het langetermijnsparen dan echt interessant? Om te beginnen is het moment dat de woonlening is afbetaald vaak geschikt om langetermijnsparen te overwegen. "Pensioensparen kun je bijna altijd, zolang je maar een belastbaar inkomen hebt. Om een fiscaal voordeel te halen uit het langetermijnsparen, moet er nog ruimte zijn in de fiscale korf", zegt Gerrit Feyaerts, woordvoerder bij AG Insurance.

Net daar wringt vaak het schoentje. Het langetermijnsparen zit in dezelfde fiscale korf als de belastingvermindering voor de kapitaalaflossingen, intresten en de schuldsaldoverzekering voor de hypothecaire lening van de eigen woning. Vets: "Die korf zit al vol vanaf 2310 euro. Wie nog een woning afbetaalt, haalt meestal geen of slechts een beperkt fiscaal voordeel uit het langetermijnsparen." Dat verklaart waarom het langetermijnsparen vaak pas ter sprake komt als de woonlening is afbetaald: het is een goede manier om weer een belastingvermindering te genieten.

Schuldsaldoverzekering

Dat betekent nog niet dat moet worden gewacht met langetermijnsparen tot de woonlening is afbetaald. Ook daarvoor kan de spaarformule interessant zijn. "Veel jongeren doen aan langetermijnsparen. Zo bouwen ze pensioen op. En als ze een woning bouwen of kopen, financieren ze de schuldsaldoverzekering met de reserve van het langetermijnspaarcontract", zegt Feyaerts.

Het contract wordt dan omgezet in een schuldsaldoverzekering voor het bedrag dat nodig is om de lening te verzekeren. Het bedrag dat eventueel overblijft, blijft in het contract voor het langetermijnsparen en blijft aangroeien tot de einddatum. De omzetting naar een schuldsaldoverzekering vermijdt alvast dat het langetermijnsparen zijn fiscale nut verliest zodra de langetermijnspaarder een woning koopt.

Hoog pensioen

Ook wie dicht tegen zijn pensioenleeftijd zit, kan nog aan langetermijnsparen beginnen en het is perfect mogelijk ook na 65 jaar te blijven sparen. Dat kan interessant zijn, maar lang niet voor iedereen. Wie de belastingvermindering wil krijgen, moet het contract afsluiten voor zijn 65ste en het contract moet minimaal tien jaar lopen. Wie pas op zijn 64ste begint aan het langetermijnsparen, moet dat dus minstens tot zijn 74ste volhouden.

Vets: "Bovendien is het belangrijk te beseffen dat het langetermijnsparen recht geeft op een belastingvermindering, wat betekent dat het voordeel wordt afgetrokken van de verschuldigde belasting. Wie weinig of geen belastingen betaalt, haalt dus weinig profijt uit die vermindering." En net dat scenario is reëel voor wie met pensioen gaat en zijn inkomen ziet terugvallen tot het wettelijke pensioen.

"Wie ook na zijn pensioen nog wil verder sparen, bekijkt dus het beste eerst op welk inkomen hij terugvalt en of daar nog ruimte is om een belastingvermindering te krijgen. Dat zal toch vooral het geval zijn bij mensen die een vrij hoog wettelijk pensioen hebben, zoals sommige ambtenaren", zegt Vets.

5 verschillen tussen pensioensparen en langetermijnsparen

1. De maximale premies verschillen. Voor het pensioensparen kunt u voor dit jaar tot 960 euro fiscaal voordelig storten (met een belastingvermindering van 30%) of 1230 euro (met een belastingvermindering van 25%). Voor het langetermijnsparen bedraagt de maximumpremie 2310 euro (met een belastingvoordeel van 30%).

2. Pensioensparen kunt u bijna altijd, zolang u maar een belastbaar inkomen hebt. Om een fiscaal voordeel te halen uit het langetermijnsparen, moet er nog ruimte zijn in uw fiscale korf.

3. Voor het pensioensparen kiest u zelf hoeveel u spaart en of u het maximumbedrag stort. Bij het langetermijnsparen hangt de maximale premie onder meer af van uw belastbare inkomen.

4. Op het langetermijnsparen betaalt u een verzekeringsbelasting van 2 procent op elke gestorte premie. Voor het pensioensparen is die heffing er niet.

5. Bij beide spaarformules moet u een anticipatieve heffing betalen op uw 60ste verjaardag (of op de tiende verjaardag van het contract, als u het hebt afgesloten na 55 jaar). Die heffing bedraagt 8 procent voor het pensioensparen en 10 procent voor het langetermijnsparen.