Het inschrijvingsgeld in een Vlaamstalige universiteit of hogeschool bestaat uit een vast gedeelte en een variabel deel (afhankelijk van het aantal studiepunten). Voor academiejaar 2015-2016 betaal je voor een voltijdse basisopleiding van 60 studiepunten in principe 890 euro. Een deeltijdse opleiding kost je 560 euro.

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen een bachelor- en een masteropleiding. Doctoraatsstudenten genieten weliswaar een afwijkend tarief. Zij betalen 445 euro in het eerste jaar van de inschrijving en nog eens hetzelfde bedrag in het jaar van de verdediging. De tussenliggende jaren zijn voor hen gratis.

Recht op een beurs?

Mogelijk kan je terugvallen op een studiebeurs, waardoor je minder inschrijvingsgeld betaalt. Het belangrijkste criterium is de hoogte van je inkomen. Om te bepalen hoeveel je mag verdienen, wordt gekeken naar de samenstelling van je zogeheten leefeenheid. Dat kan een klassiek gezin zijn, maar ook samenwoners of alleenstaande studenten vormen een leefeenheid.

Kom je in aanmerking voor een volledige studietoelage, dan betaal je voor academiejaar 2015-2016 slechts 105 euro inschrijvingsgeld in plaats van 890 euro. Daarnaast bestaat er ook een 'bijna-beurstarief' van 470 euro voor studenten die niet in aanmerking komen voor een toelage maar toch over beperkte financiële middelen beschikken.

Meer informatie over de exacte voorwaarden vind je op de website Studietoelagen.be en bij de sociale dienst van de universiteit of hogeschool waar je kind gaat studeren. Weet ook dat je een studietoelage online kan aanvragen. Daarvoor kan je hier terecht.

Het inschrijvingsgeld in een Vlaamstalige universiteit of hogeschool bestaat uit een vast gedeelte en een variabel deel (afhankelijk van het aantal studiepunten). Voor academiejaar 2015-2016 betaal je voor een voltijdse basisopleiding van 60 studiepunten in principe 890 euro. Een deeltijdse opleiding kost je 560 euro. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen een bachelor- en een masteropleiding. Doctoraatsstudenten genieten weliswaar een afwijkend tarief. Zij betalen 445 euro in het eerste jaar van de inschrijving en nog eens hetzelfde bedrag in het jaar van de verdediging. De tussenliggende jaren zijn voor hen gratis. Mogelijk kan je terugvallen op een studiebeurs, waardoor je minder inschrijvingsgeld betaalt. Het belangrijkste criterium is de hoogte van je inkomen. Om te bepalen hoeveel je mag verdienen, wordt gekeken naar de samenstelling van je zogeheten leefeenheid. Dat kan een klassiek gezin zijn, maar ook samenwoners of alleenstaande studenten vormen een leefeenheid. Kom je in aanmerking voor een volledige studietoelage, dan betaal je voor academiejaar 2015-2016 slechts 105 euro inschrijvingsgeld in plaats van 890 euro. Daarnaast bestaat er ook een 'bijna-beurstarief' van 470 euro voor studenten die niet in aanmerking komen voor een toelage maar toch over beperkte financiële middelen beschikken. Meer informatie over de exacte voorwaarden vind je op de website Studietoelagen.be en bij de sociale dienst van de universiteit of hogeschool waar je kind gaat studeren. Weet ook dat je een studietoelage online kan aanvragen. Daarvoor kan je hier terecht.