Over de periode 2014-2018 is de groei van de consumptie door particulieren vertraagd en was hij lager dan bij onze belangrijkste buurlanden, zo blijkt uit de studie. Terwijl Duitsland en Nederland een groei van meer dan 1,5 procent laten optekenen, bleef België steken onder de kaap van de 1 procent.

Voor wat betreft basisproducten en wonen was het consumptieniveau van de Belgen vergelijkbaar met dat van andere landen. Het verschil betreft vooral niet-essentiële producten zoals vakanties of restaurantbezoeken en zogenaamde 'duurzame' goederen (auto's, kleding, elektronica).

Volgens de Nationale Bank moet de reden gezocht worden bij de inkomsten uit arbeid, die - bruto - veel minder snel gestegen zijn bij ons dan in onze buurlanden tussen 2014 en 2017. De indexsprong heeft de brutolonen tussen 2015 en 2016 zelfs doen afnemen, als rekening gehouden wordt met de inflatie. De taxshift heeft dan wel de nettolonen van de Belgen doen toenemen, maar de Nationale Bank stelt vast dat dit het beleid van loonmatiging niet volledig gecompenseerd heeft. De groei van het beschikbaar inkomen van de Belg (zonder inkomsten uit vermogen) bedroeg 1,3 procent over de periode 2014-2017, terwijl dat 2,3 procent was in Duitsland en 1,5 procent in Nederland en Frankrijk.