Het merendeel van de verzekeraars heeft intussen de jaarresultaten van de spaarverzekeringen bekendgemaakt. Die cijfers leren dat de verzekeringnemers kunnen terugblikken op een gemiddeld rendement van ongeveer 2 procent. Dat is meer dan wat het traditionele spaarboekje opbrengt, maar veel minder dan wat de verzekeringnemers enkele jaren geleden nog kregen. AG Insurance, de grootste institutionele belegger van België, biedt over 2016 een rendement van 2 procent op AG Safe+. In 2013 was dat nog 2,5 procent. Die resultaten liggen in de lijn van die van de andere verzekeraars.

Rentes onder druk

"Niet alle verzekeringnemers krijgen een winstdeelname uitbetaald"

De lage rendementen komen niet als een verrassing. Net zoals de banken gaan de verzekeraars gebukt onder het lagerentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB). "Verzekeraars moeten hoogrentende obligaties die aflopen inruilen voor obligaties met een veel lagere coupon. Daarom kunnen ze niet langer de hogere rentevoeten van weleer aanbieden", zegt Evenepoel. Een tak21-spaarverzekering bestaat uit een gewaarborgde rentevoet en een eventuele winstdeelneming. De gewaarborgde rentevoet bij het afsluiten van het contract is van toepassing op de daaropvolgende stortingen zolang de verzekeraar niet sleutelt aan de gewaarborgde rentevoet. Het nieuwe tarief is dan van toepassing op de toekomstige stortingen. De winstdeelneming is afhankelijk van hoe de onderliggende producten van de tak21-verzekering hebben gepresteerd. Dat is allesbepalend voor het jaarlijkse totaalrendement.

"Spaarders die een tiental jaar geleden een tak21-spaarverzekering hebben afgesloten, hebben in principe nog altijd recht op de hogere gewaarborgde interestvoeten die toen van toepassing waren op de gedane stortingen. Wie nog aanspraak kan maken op hogere rentevoeten krijgt doorgaans geen winstdeelname", verduidelijkt Evenepoel. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de verzekeraar Allianz, die de eigenaars van Plan for Life+ en Plan for Life geen winstdeelneming geeft als de gewaarborgde rentevoet boven de 2 procent uitkomt. Het totaalrendement is in dat geval gelijk aan de gewaarborgde rentevoet. Voor contracten met een gewaarborgde rentevoet onder 2 procent wordt het totaalrendement door de winstdeelneming opgetrokken tot 2 procent.

Ondanks de rentedalingen blijven spaarverzekeringen op het eerste gezicht een interessant alternatief voor spaarrekeningen. Het merendeel van de banken heeft vorig jaar de rente verlaagd naar 0,11 procent, het wettelijke minimum. Sommige banken zitten nog altijd ver boven dat minimum, al hangen daar enkele voorwaarden aan vast. Het DB Saving Plan van Deutsche Bank bijvoorbeeld biedt een rendement van 1,5 procent. Daartegenover staat wel dat de spaarder maximaal 500 euro per maand op de rekening kan storten. Wie kiest voor de ME3-spaarrekening van MeDirect, krijgt een nettorendement van 0,80 procent, maar hij moet de internetbank wel drie maanden op voorhand verwittigen als hij zijn spaardeposito's wil aanspreken.

Addertjes onder het gras

"De makelaars kunnen vaak vrij bepalen hoeveel instapkosten ze aanrekenen. Dat heeft een grote impact op de uiteindelijke opbrengst"

Rendementen van om en bij de 2 procent zonder veel risico's spreken hoe dan ook tot de verbeelding van veel spaarders. Al waarschuwt Evenepoel voor addertjes onder het gras. "Bij Test-Aankoop hebben we al verschillende klachten gekregen van klanten die negatieve rendementen krijgen als ze hun verzekeringen afkopen", zegt Evenepoel. "Dat komt omdat het voor de klanten niet duidelijk is welke kosten er vaak verbonden zijn aan een tak21-verzekering. Een deel van die kosten verschillen vaak van makelaar tot makelaar."

Evenepoel geeft het voorbeeld van een verzekeringsproduct dat beschikbaar is bij meerdere makelaars. "De klant kan bij de ene makelaar hogere rendementen opstrijken als bij de andere. De makelaars kunnen vaak vrij bepalen hoeveel instapkosten ze aanrekenen. Dat heeft een grote impact op de uiteindelijke opbrengst", verduidelijkt de verzekeringsspecialist van Test-Aankoop. "Als een makelaar bijvoorbeeld 5 procent instapkosten aanrekent, kan de klant de eerste jaren onmogelijk een positief rendement halen tegen de huidige rentevoeten." De totaalrendementen die de verzekeraars publiceren, geven dan ook geen correct beeld van hoeveel de investering heeft opgebracht. "De totaalrendementen houden onder meer geen rekening met de kosten die de makelaars aanrekenen", gaat de expert verder.

Daarnaast waarschuwt hij dat wie zijn tegoeden op eender welk moment wil aanspreken, voor onaangename verrassingen kan staan. "Wie zijn kapitaal binnen de acht jaar opvraagt, moet in principe 30 procent roerende voorheffing betalen. Dat wordt berekend tegen een fictieve rente van 4,75 procent. Een rendement dat de verzekeraars onmogelijk kunnen garanderen", stelt Evenepoel. Wie op korte termijn naar hoge rendementen zoekt, is er dan ook aan voor de moeite.

Meer transparantie

Test-Aankoop pleit ervoor dat verzekeraars hun portefeuille publiceren. "Momenteel is het voor de verzekeringnemers allesbehalve duidelijk waarin de verzekeraars investeren", zegt Evenepoel. "Dat maakt het voor consumenten vrijwel onmogelijk verzekeraars objectief te vergelijken." Slechts een handjevol spelers, zoals Afer Europe, communiceert open over zijn investeringen.

Is het dan nog aangeraden te beleggen in tak21-verzekeringen? Volgens Evenepoel zijn tak21-verzekeringen zeker niet ten dode opgeschreven. "Een spaarverzekering met een fiscaal voordeel is bijvoorbeeld interessant voor vijftigplussers die starten met pensioensparen. Zodra je ouder bent, is het niet meer aan te raden risico's te nemen", klinkt het. De beleggingsvooruitzichten van een jongere pensioenspaarder zijn voldoende groot om nog te herstellen van een beurscrash. Daarom is het voor hen interessanter een pensioenspaarfonds te openen. Bovendien kan een tak21-verzekering een middel zijn om aan successieplanning te doen.

Successieplanning via een spaarverzekering

Door een spaarverzekering te schenken worden de kinderen de verzekeringnemers, maar blijven de ouders het verzekerde hoofd. Zo behouden ze een zekere controle en moet de kinderen bij het overlijden geen successierechten betalen op het uitgekeerde kapitaal. Daarop zijn er reeds schenkbelastingen betalen. De erfgenamen moeten volgens het laatste standpunt van de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) wel erfbelastingen betalen op het verschil tussen het bedrag bij overlijden en bij schenking.