Je zal maar jong zijn en sparen voor je oude dag. Het startpunt om vandaag een pensioenvermogen op te bouwen is vreselijk slecht. Of je nu belegt in aandelen, obligaties of bakstenen: alles is redelijk tot vreselijk duur. Voor de jongere generaties is de recordrace op de Amerikaanse beurzen slecht nieuws. Vertrekkend van die hoge waarderingen zijn de te verwachten rendementen voor de volgende jaren, zelfs in de betere economische scenario's, eerder beperkt. Sparen voor de oude dag wordt voor de jongere generaties hard labeur, terwijl de belastingdruk op arbeid en het rendement op vermogen onverminderd hoog zal blijven. Politici beseffen nog altijd niet welke druk de vergrijzing op de vooral jongere generaties legt en nog decennia zal leggen.

Stop je je spaargeld in het ruime aanbod van negatief renderende overheidsobligaties, dan kan je zelfs geld verliezen. Bovendien riskeer je kapitaalverlies zodra de rente een klein beetje stijgt. Laat je je geld staan op een spaarrekening, dan vreet de inflatie langzaam maar zeker de koopkracht op. Spaarders die geen risico willen nemen, moeten elke euro van hun pensioenvermogen minstens één keer sparen. Ze kunnen geen beroep meer doen op het sneeuwbaleffect van de samengestelde intrest, waarbij de rente op je kapitaal opnieuw rente oplevert. Het verdwijnen van de samengestelde intrest, wat Albert Einstein het achtste wereldwonder noemde, zet niet alleen de individuele spaarder, maar ook de economie een pad in de korf. Als extreem lage rentevoeten als permanent worden gezien, zullen burgers nog meer sparen en nog minder consumeren, terwijl de centrale banken net het omgekeerde willen bereiken met hun expansieve geldbeleid.

Spaarders wachten op het negende wereldwonder.

Moeten spaarders dan toch maar de tenen in het beurswater steken? Je kunt bijna niet anders, maar de verhouding tussen het rendement en het risico is niet in het voordeel van de belegger. In de Verenigde Staten, waar de beurzen nieuwe toppen scheren, is de koers-winstverhouding opgelopen tot 19, ruim boven het historische gemiddelde. Vertrekkend van die waardering verwachten specialisten de volgende tien jaar een jaarlijks reëel rendement van 3 procent op de Amerikaanse beurs. Dat gemiddelde zal grote schommelingen verbergen. Je zal je geld maar nodig hebben als de koersen fors gedaald zijn. Op korte termijn lijkt dat risico beperkt, omdat de fundamenten onder de beurshausse intact blijven. De Amerikaanse beurzen spurten naar records omdat de rente laag blijft en de bedrijfswinsten hoog.

Maar misschien moet je je pensioen niet op de Amerikaanse beurs verdienen. Zoek het dichter bij huis. Het voorbije decennium zijn Europese aandelen schromelijk achtergebleven op de koerswinsten die op Wall Street werden geboekt. De Europese beurzen noteren nog altijd ruim onder de recordniveaus die ze begin deze eeuw neerzetten. Het geduld van beleggers wordt soms op de proef gesteld. Dankzij die achterstand beloven Europese aandelen dankzij een koerswinstverhouding van 16 en een dividendrendement van 3,5 procent nog een klein achtste wereldwonder. Het reële rendement voor de volgende tien jaar wordt op ruim 5 procent geschat. Daar kan je mee aan de slag.

Op langere termijn blijven beleggers in Europese aandelen kampen met de tegenwinden van de voorbije jaren. Het is altijd wat in Europa, zuchten veel internationale beleggers. Bovendien krijgt Europa, in tegenstelling tot de Verenigde Staten, af te rekenen met een toenemende vergrijzing, die dreigt te wegen op de economische groei en dus ook op de bedrijfswinsten. De kans bestaat dat de Europese beurzen in de voetsporen treden van de Japanse beurs, die kort samengevat al decennia een pas op de plaats maakt. In dat scenario moeten beleggers vooral leven van het dividend. Dat is beter dan een spaarboekje, maar voor veel mensen is dat dividend het extra risico niet waard. Beterschap is niet meteen te verwachten. Betere rendementen, gekoppeld aan lagere risico's, worden maar mogelijk als de Europese economie een versnelling hoger schakelt. Dat kan alleen als de toename van de productiviteit versnelt, maar dat zou het negende wereldwonder zijn waarop spaarders nog niet meteen moeten rekenen.