Op voorstel van toenmalig minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) voerde de vorige federale regering een tweede, hoger plafond in voor pensioensparen, waarbij het procentuele fiscale voordeel lager is. Belgen konden in 2018 maximaal 960 euro sparen met een fiscaal voordeel van 30 procent of maximaal 1230 euro met een fiscaal voordeel van 25 procent.

Het dubbele plafond en het fiscaal voordeel creëren echter een pervers effect. Pensioenspaarders die in 2018 meer dan 960 euro spaarden en minder dan 1.152 euro genieten een kleiner fiscaal voordeel (minder dan 288 euro, want 25 procent) dan spaarders die slechts 960 euro spaarden (288 euro, want 30 procent).

2.742 Belgen trapten vorig jaar in die fiscale valstrik. Ze krijgen daardoor een kleiner fiscaal voordeel dan de 1,4 miljoen Belgen die slechts 960 euro spaarden.

Voorts blijkt uit de cijfers van de FOD Financiën dat de hervorming heel weinig pensioenspaarders heeft overtuigd om een groter bedrag opzij te zetten. Slechts 76.267 Belgen of 2,9 procent van alle pensioenspaarders spaarden meer dan 960 euro. Het totale aantal pensioenspaarders is in 2018 lichtjes gedaald, met 0,9 procent naar 2,62 miljoen.