Het aantal mensen met een tweede job ligt in lijn met dat van 2017. Zowel bij mannen als vrouwen gaf 3,8 procent aan een tweede baan te hebben. Het aandeel ligt het hoogst (4,3 procent) in de leeftijdsgroep 25 tot 49 jaar. Jongeren (15-24 jaar) hebben het minst vaak een tweede baan (2,5 procent), 50-plussers zitten tussen beide in (3,1 procent). Het zijn voorts de hooggeschoolden die het vaakst een tweede job hebben (4,6 procent). Bij midden- en laaggeschoolden gaat het om respectievelijk 3,4 en 2,1 procent van de werkende bevolking.

Het grootste deel van de tweede jobs wordt als zelfstandige uitgeoefend. De sectoren waar de meeste tweede jobs voorkomen, zijn de menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening, het onderwijs en de vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten.