Naar jaarlijkse gewoonte verhoogt de vervoersmaatschappij NMBS op 1 februari de tarieven. De pendelaars moeten vanaf morgen gemiddeld 2,93 procent meer betalen. De prijs van de treinkaarten (trajectkaart, schooltreinkaart, halftijdse treinkaart, Railease) stijgt met 3,38 procent. Die van een standaardbiljet stijgt gemiddeld met 2,60 procent. De minimumprijs van zo'n biljet wordt 2,2 euro (+0,1 euro) in tweede klasse. Ook een Key Card, een Go Pass en een Campuskaart worden duurder.
...

Naar jaarlijkse gewoonte verhoogt de vervoersmaatschappij NMBS op 1 februari de tarieven. De pendelaars moeten vanaf morgen gemiddeld 2,93 procent meer betalen. De prijs van de treinkaarten (trajectkaart, schooltreinkaart, halftijdse treinkaart, Railease) stijgt met 3,38 procent. Die van een standaardbiljet stijgt gemiddeld met 2,60 procent. De minimumprijs van zo'n biljet wordt 2,2 euro (+0,1 euro) in tweede klasse. Ook een Key Card, een Go Pass en een Campuskaart worden duurder. PVDA is niet te spreken over de nieuwe prijsverhogingen. Een studie van de partij toont aan dat de tarieven sinds 1995 met gemiddeld 65 procent zijn gestegen. Dat is 20 procent meer dan de consumptieprijsindex (CPI) en 14 procent meer dan onze lonen. "Had de prijs van een maandabonnement Gent-Brussel de evolutie van de CPI gevolgd, dan zou het vandaag 18 euro goedkoper zijn", aldus PVDA.Michaël Verbauwhede, PVDA-volksvertegenwoordiger in het Brussels Parlement en NMBS-specialist, wijst met een beschuldigende vinger in de richting van de federale regering. Die heeft in het jongste beheerscontract (2015-2020) de maatschappij 3 miljard euro besparingen opgelegd. "Logischerwijs moet de reiziger voor een deel van de besparingen opdraaien", zegt Verbauwhede. Al is de NMBS niet zonder blaam. Zo probeert de maatschappij volgens de partij de stiptheidcijfers kunstmatig op te krikken, zodat ze de tarieven kan verhogen. In het beheerscontract staat dat de prijzen sneller mogen stijgen als de stiptheidscijfers beter zijn. "Dat is onder meer de reden waarom de NMBS met haar nieuwe vervoersplan in 2014 de reistijden systematisch verhoogde", verduidelijkt Verbauwhede. "Door de officiële reistijden langer te maken, vallen treinen met vertraging automatisch binnen de nieuwe normen. En dat bleek doeltreffend, want na enkele rampzalige jaren ging het met de stiptheidscijfers in 2015 plots weer de goeie kant op."Al liepen de vertragingen vorig jaar opnieuw op. De stiptheid van de treinen daalde toen tot 89,2 procent. Ook op het gebied van afgeschafte treinen was 2016 een rampjaar. Vorig jaar werden 38.000 treinen afgeschaft, of 3,1 procent van alle treinen. Dat is het hoogste aantal in tien jaar. Die cijfers zijn onder meer het gevolg van de stakingen bij het spoor. "De reiziger betaalt dus twee keer het gelag", reageert Verbauwhede. "Hij moet meer betalen, terwijl de kwaliteit van de dienstverlening steeds meer te wensen overlaat." "De PVDA pleit daarom voor COP 21-tarieven: lagere tarieven die de trein nemen aantrekkelijk maken", gaat hij verder. "We weten dat niet alleen een goede dienstverlening, maar ook de tarieven een cruciale rol spelen om mensen aan te zetten de trein te nemen. De PVDA gaat bevoegd minister Bellot ook vragen in het nieuwe beheerscontract van de NMBS op te nemen dat de spoortarieven niet sneller mogen stijgen dan het gemiddelde loon."In een reactie laat Bart Crols, woordvoerder van de NMBS weten dat niet alle prijzen sneller stijgen dan de inflatie. "65 procent van onze klanten kiest voor de naar verhouding goedkopere abonnementen", klinkt het. "En de populariteit van die abonnementen wordt weerspiegeld in de gemiddelde inkomsten die de NMBS per klant ontvangt. Die zijn tussen 2004 en 2014 met 6,2 procent per reiziger gestegen, terwijl de inflatie in diezelfde periode met 20 procent is toegenomen. Dat betekent dat de reizigersinkomsten van de NMBS in feite ver onder de kosten zijn gebleven, ondanks het feit dat het gewogen gemiddelde van de tarieven in diezelfde periode met 35,4 procent gestegen is", aldus de woordvoerder. Crols benadrukt dat de klant perfect de meest voordelige keuze kan maken op basis van zijn of haar profiel. Voorts erkent Crols dat de gemiddelde reistijd op het volledige net met 1 procent is gestegen sinds de invoering van het nieuwe vervoersplan. "Maar de stiptheid was in 2014 al structureel verbeterd. In 2015 is deze verder verbeterd om in 2016 dan weer te zakken", luidt zijn besluit.