In de periode 2008-2016 kwam de totale inflatie in België uit op 1,5 procent tegenover 1,1 procent in de drie grote buurlanden. Het inflatieverschil over de hele periode komt zo uit op 3,6 procentpunten. Het verschil kan volgens de studie uitgevoerd door een werkgroep met de Nationale Bank, het Planbureau, het Prijsobservatorium en de FOD Economie voor 45 procent verklaard worden door de diensteninflatie.

Het verschil in diensteninflatie wordt voor twee derde verklaard door een snellere prijsstijging bij de restaurants en cafés (39%) , door de telecom (16%) - waar de prijzen minder snel daalden dan in de buurlanden en bundels duurder zijn - en door culturele diensten (12%).

Gereguleerde diensten dragen bij tot inflatie

Peeters besliste vorige zomer om een analyse te vragen omdat de diensteninflatie systematisch hoger ligt dan in de buurlanden. De resultaten tonen volgens de vicepremier aan dat de diensteninflatie niet eenvoudigweg hoger is door alleen de regeringsbeslissingen. Anderzijds dragen 'gereguleerde diensten' (zowat een derde van de diensten) waarbij de overheid de prijs deels of volledig bepaalt - bv. onderwijs, huisvuilophaling, gezondheidszorg - sinds 2012 wel bij tot een snellere inflatie tegenover de buurlanden. Maar volgens Peeters zijn die diensten geen voldoende verklaring voor de hogere inflatie.

De minister gaat nu onder meer de werkgroep vragen om de diensteninflatie jaarlijks te monitoren en aanbevelingen te doen. Voor de horeca verwacht Peeters dat het verschil de komende jaren zal afnemen omdat de sector in een overgang zit en voor de telecom verwacht Peeters veel heil van de 'easy switch', dat vanaf juli het de consument gemakkelijker moet maken over te stappen voor bundels.