De Nationale Bank stelt sinds april los van de consumentenenquête enkele extra vragen om de gevolgen van de coronacrisis voor de financiële situatie van de gezinnen in kaart te brengen.

In juli antwoordde 34 procent van de respondenten maar over een relatief kleine spaarbuffer te beschikken, met name een buffer tot hoogstens drie maanden. In juni was dat nog 27 procent. Tegelijkertijd nam het aandeel gezinnen af die een comfortabele spaarbuffer hebben. 'Die ontwikkelingen wijzen erop dat sommige categorieën van gezinnen als gevolg van de crisis hun spaargeld moeten gebruiken om hun lopende uitgaven te financieren', stelt de Nationale Bank.

Inkomensverlies

De Nationale Bank stelde in de marge van de consumentenenquête ook nog een vraag over het inkomensverlies bij de Belgische gezinnen. Daarbij gaf 79 procent aan geen verlies te lijden ten gevolge van de coronacrisis, of maximaal 10 procent. Twaalf procent zegt 10 tot 30 procent van het inkomen te verliezen en 9 procent verliest meer dan 30 procent. Die percentages liggen op hetzelfde peil als in juni.

Door inkomensverlies en spaarbuffer te combineren, krijg je een idee van de kwetsbaarheid van de gezinnen door de coronapandemie. Zo behoort op basis van de antwoorden 10 procent tot de 'kwetsbaarste huishoudens'. Dat betekent dat zij een inkomensverlies van minstens 10 procent verwachten en een spaarbuffer hebben voor maximaal drie maanden uitgaven voor levensonderhoud. Dat is net iets meer dan in juni. Het aandeel van de minst getroffen gezinnen (voor wie het inkomensverlies beperkt is tot hoogstens 10 procent en de spaarbuffer minstens drie maanden aan uitgaven dekt), is dan weer gedaald tot 55 procent (tegen 61 procent in juni).

De Nationale Bank stelt sinds april los van de consumentenenquête enkele extra vragen om de gevolgen van de coronacrisis voor de financiële situatie van de gezinnen in kaart te brengen. In juli antwoordde 34 procent van de respondenten maar over een relatief kleine spaarbuffer te beschikken, met name een buffer tot hoogstens drie maanden. In juni was dat nog 27 procent. Tegelijkertijd nam het aandeel gezinnen af die een comfortabele spaarbuffer hebben. 'Die ontwikkelingen wijzen erop dat sommige categorieën van gezinnen als gevolg van de crisis hun spaargeld moeten gebruiken om hun lopende uitgaven te financieren', stelt de Nationale Bank.De Nationale Bank stelde in de marge van de consumentenenquête ook nog een vraag over het inkomensverlies bij de Belgische gezinnen. Daarbij gaf 79 procent aan geen verlies te lijden ten gevolge van de coronacrisis, of maximaal 10 procent. Twaalf procent zegt 10 tot 30 procent van het inkomen te verliezen en 9 procent verliest meer dan 30 procent. Die percentages liggen op hetzelfde peil als in juni. Door inkomensverlies en spaarbuffer te combineren, krijg je een idee van de kwetsbaarheid van de gezinnen door de coronapandemie. Zo behoort op basis van de antwoorden 10 procent tot de 'kwetsbaarste huishoudens'. Dat betekent dat zij een inkomensverlies van minstens 10 procent verwachten en een spaarbuffer hebben voor maximaal drie maanden uitgaven voor levensonderhoud. Dat is net iets meer dan in juni. Het aandeel van de minst getroffen gezinnen (voor wie het inkomensverlies beperkt is tot hoogstens 10 procent en de spaarbuffer minstens drie maanden aan uitgaven dekt), is dan weer gedaald tot 55 procent (tegen 61 procent in juni).