De Europese Centrale Bank (ECB) wil met haar beleid op lange termijn ongeveer 2 procent inflatie creëren in de eurozone. Het inflatiecijfer van februari zat pal op die doelstelling. De inflatie verdubbelde in twee maanden tijd. In België stegen de prijzen jaar op jaar met liefst 2,97 procent. Moeten we ons daar zorgen over maken? Zeker niet, antwoorden economen. Ten eerste is die inflatie niet duurzaam, zegt onder meer onze landgenoot Peter Praet, de hoofdeconoom van de ECB. De kerninflatie, of de inflatie zonder energie- en voedingsprijzen, is vrij stabiel gebleven. Ten tweede maakt inflatie schulden minder zwaar om te dragen. Dat effect is welkom voor de met schulden beladen overheden.

In 2011 schreef de bekende Harvard-econoom Ken Rogoff dat 4 à 6 procent inflatie gedurende verschillende jaren wenselijk zou zijn om de afbouw van de schulden mogelijk te maken. Anderhalf jaar eerder had Olivier Blanchard, de hoofdeconoom van het Internationaal Monetair Fonds, ook al een inflatiedoel van 4 procent naar voren geschoven. Maar voor wie in de jaren zeventig en tachtig het heroïsche gevecht van de centrale banken tegen de veel te hoge inflatie nog heeft meegemaakt, is het moeilijk die heilige doelstelling van 2 procent los te laten.

Meer competitiviteit

Er is nog een ander positief effect van een scheutje inflatie. "Het laat ook toe de competitiviteit van een land of een economische regio op een vrijwel pijnloze manier te verhogen", zegt Daniel Morris, de hoofdeconoom van BNP Paribas. "Het volstaat dat de lonen de trend van de inflatie niet volledig volgen. Je ziet dat een beetje inflatie meer souplesse geeft aan een economie. De inflatie mag niet te hoog oplopen, maar de negatieve effecten laten zich pas voelen vanaf 3 of zelfs 4 procent."

Paul Volcker, die voorzitter van de Amerikaanse centrale bank was van 1979 tot 1987, staat sceptisch tegenover een hogere inflatiedoelstelling. Hij is de man die de inflatie van 13,5 procent, die werd veroorzaakt door de olieschokken in 1981, kon terugdringen naar 3,2 procent in 1983. "Ik denk niet dat het een goed idee zou zijn. Bovendien zou men vandaag niet eens inflatie kunnen creëren als men het wilde", liet Volcker zich ontvallen. Het is hoogst onzeker of het beleid van de ECB echt de prijsstijgingen heeft aangewakkerd, en een inflatiedoelstelling van 4 procent lijkt op dit moment ook helemaal niet realistisch.

Duizenden miljarden

Hoe komt het eigenlijk dat de inflatie niet sterker opveert, nadat de centrale banken wereldwijd duizenden en duizenden miljarden in het geldsysteem hebben gepompt? "Er werd gevreesd dat de niet-conventionele maatregelen van de centrale banken, zoals de massale aankopen van obligaties, een inflatieopstoot zouden veroorzaken", zegt Morris. "Omdat er tegelijk deflationaire krachten aan het werk zijn, zouden de centrale banken nog meer obligaties moeten kopen, meer dan de nieuwe obligaties die de overheden uitgeven, om de inflatie veel hoger te sturen." De ECB heeft al verscheidene keren laten verstaan dat ze de geldkraan pas zal dichtdraaien als de kerninflatie stijgt en er een duurzame inflatie is.

Peter Vanden Houte, de hoofdeconoom van ING België, waarschuwt dat een hoger inflatiedoel ook contraproductief kan zijn. "Een hogere inflatie riskeert meer te schommelen. Beleggers zullen vanwege die onzekerheid een hogere risicopremie vragen voor langlopende obligaties." Als de rente op leningen stijgt, wordt het heilzame effect van de hogere inflatie, die schuldenbergen doet afbrokkelen, tenietgedaan.

Buffer tegen deflatie

Wat er ook van zij, de ECB is al lang blij dat het spook van de deflatie voorlopig is verdreven. Een aanhoudende negatieve spiraal van prijsdalingen die uitstelgedrag bij consumenten veroorzaakt en een rem op de economische groei zet, wilde de ECB tot elke prijs vermijden. 2 procent inflatie is een afdoende buffer om de risico's van deflatie op afstand te houden. In de ECB gaan er stemmen op om de inflatiedoelstelling tijdelijk te verhogen, maar anderen vinden een inflatiedoelstelling van 1 procent voldoende. Zowel Morris als Vanden Houte vindt dat een wijziging van de inflatiedoelstelling de geloofwaardigheid van de centrale bank zou aantasten.