Het spaarboekje ligt onder vuur. Erik Van den Eynden, de CEO van ING België, pleitte voor de afschaffing van de verplichte minimumrente van 0,11 procent. Johan Thijs, de topman van KBC Groep, trok het fiscale voordeel van het spaarboekje in twijfel.

Dat de banken fors uithalen naar het product dat hun belangrijkste financieringsbron is en waarop hun business gebouwd is, lijkt verwonderlijk. Maar door het beleid van de Europese Centrale Bank en de banktaksen op spaardeposito's is het spaarboekje voor de banken verlieslatend geworden.

Misschien moeten banken enkel een commissie innen als er voldoende rendement voor de klant is.

Daarom is het idee van KBC om het fiscale voordeel van het spaarboekje uit te breiden naar beleggingsfondsen en aandelen, niet onverdacht. Het lijkt sterk op een pleidooi pro domo. De bank staat bekend voor haar grote fondsenaanbod, waarop ze belangrijke fee- en commissie-inkomsten int, die ruimschoots haar winstgevendheid schragen.

Met het fiscale voordeel voor het spaarboekje wil de overheid de bevolking aanmoedigen veilig te sparen. Economisch kan het in de huidige omstandigheden zinvol zijn mensen die investeren en risico's nemen, fiscaal aan te moedigen. Maar dan moeten die mensen wel beseffen dat financiële instellingen de beleggingsrisico's naar hen doorschuiven, terwijl ze tegelijk hoge kosten aanrekenen.

Als de banken willen dat klanten veeleer voor beleggings- dan voor spaarformules kiezen, moeten ze het mes zetten in de instap-, uitstap-, beheers- en andere kosten die ze aanrekenen. Een degelijk rendement, na kosten en belastingen, is nog altijd het beste argument om mensen te overtuigen te beleggen. Misschien moeten de banken enkel een commissie innen als er voldoende rendement voor de klant is.