In juli 2018 creëerde de regering-Michel I het stelsel van het onbelaste bijklussen. Het is bedoeld voor mensen die in hun vrije tijd een centje bijverdienen met activiteiten in de deeleconomie of het verenigingsleven, of die occasioneel diensten verstrekken aan anderen. De bijklussers kunnen onder bepaalde voorwaarden tot 6250 euro verdienen in 2019, zonder dat ze op die inkomsten belasting of socialezekerheidsbijdragen betalen. Het plafond wordt elk jaar geïndexeerd. Voor het inkomstenjaar 2018 lag het maximum op 6130 euro.

Bekendheid

Tot nu maakten 10.174 Belgen gebruik van de mogelijkheid voor burgerdiensten en verenigingswerk. Sinds midden vorig jaar steeg het aantal aangiften en de aangegeven bedragen maand na maand gestaag. In totaal werd tussen juli 2018 en begin maart 2019 voor bijna 18 miljoen euro onbelast bijverdiend. Dat is ongeveer 1781 euro per unieke geregistreerde bijklusser.

"Het onbelaste bijverdienen is vooral een succes bij de sportverenigingen. Dat is logisch, want ze waren jarenlang vragende partij voor een eenvoudige regeling zoals deze", klinkt het op het kabinet van minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld), dat de cijfers bezorgde. Van de 17,8 miljoen euro aan inkomsten die zijn aangegeven, heeft 12,7 miljoen euro betrekking op sportinitiatie, jeugdbeweging, speelpleinwerking of sportactiviteiten.

Bij de aangifte door verenigingen is er een zekere stabilisatie. Die suggereert dat het nieuwe belastingregime - of beter gezegd het belastingvrije regime - ondertussen bekend is bij de verenigingen. De meeste verenigingen die ervan kunnen en willen gebruikmaken, zullen dat ondertussen allicht doen. Bij de burgerdiensten zit er nog iets meer rek op. De aangiftes van burgerdiensten nemen nog elke maand toe. Er zijn voorlopig nog maar 355 burgers die een of meer aangiften van occasionele diensten hebben gedaan. Dat is niet zo spectaculair. De vrees dat het onbelaste bijverdienen reguliere banen als een koekoeksjong uit het nest zou duwen, is voorlopig niet bewaarheid.

Burger tot burger

De voorwaarden voor burgerdiensten zijn strenger dan die voor het verenigingswerk. Zo mag de burger geen reclame maken voor zijn diensten. En over minstens één voorwaarde is discussie mogelijk. Op bijklussen.be staat in het vet dat bijklussen voor een andere burger niet mag "met vaste regelmaat". "Een bijklusser mag niet elke week voor een vergoeding het gras van de buurman afrijden", staat er als voorbeeld bij. Die voorwaarden gelden niet voor het verenigingswerk.

De toegelaten activiteiten gaan van bijlessen en sportlessen, naar het uitlaten van honden en de zorg voor hulpbehoevende mensen. Als de activiteiten niet op de lijst staan, wordt de aangifte geweigerd. Andere mogelijke redenen voor een weigering zijn volgens de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid "een overschrijding van het maximale bedrag aan inkomsten, de persoon voldoet niet aan de voorwaarde dat hij drie kwartalen eerder ten minste 80 procent heeft gewerkt, het rijksregisternummer klopt niet". Geen woord over het verbod op regelmaat.

Doorgaans vinden zwemlessen en andere sportlessen op een vaste dag in de week plaats, en sportlessen staan in de lijst van toegelaten activiteiten. Als die lessen door een vereniging worden georganiseerd, hoeft de zwemleerkracht geen belastingen te betalen op de vergoeding voor de lessen. Moeten zwemleerkrachten dan wel het volle pond aan belastingen betalen als ze op eigen houtje lessen organiseren? Jef Wellens, fiscaal jurist van Wolters Kluwer, vindt dat het occasionele karakter niet per se regelmaat uitsluit en stelt dat er geen wettelijke reden is waarom een burgerdienst niet elke week op een vast tijdstip zou kunnen gebeuren.

Vier vijfde werken

Onbelast bijverdienen via het verenigingswerk en burgerdiensten is enkel mogelijk voor werknemers die minstens vier vijfde werken, voor zelfstandigen in hoofdberoep en voor gepensioneerden. Voor de deeleconomie geldt die beperking niet. "Elke belastingplichtige kan onbelast bijverdienen in de deeleconomie", zegt Jef Wellens. "De deeleconomieactiviteit mag voor zelfstandigen niet in het verlengde liggen van hun hoofdberoep. Voor werknemers geldt die voorwaarde niet."

De inkomsten uit het verenigingswerk en diensten aan burgers mogen niet meer dan 520,83 euro per maand bedragen. In het verenigingswerk geldt een uitzondering voor activiteiten die met sport te maken hebben. De inkomstenlimiet voor trainers, coaches, scheidsrechters, juryleden, terreinverzorgers of materiaalmeesters ligt twee keer zo hoog, op 1041,66 euro per maand. Voor de inkomsten uit de deeleconomie is geen maandelijkse beperking. De jaarlijkse limiet is voor iedereen dezelfde.

Het is belangrijk die limieten in het oog te houden. Bij een overschrijding worden de inkomsten geherdefinieerd als beroepsinkomsten. Het gaat wel om een limiet op de bruto-inkomsten, die soms hoger liggen dan wat de bijklusser op zijn rekening krijgt. Bij een overschrijding van de jaarlimiet worden de inkomsten van het hele jaar geherdefinieerd, bij een overschrijding van de maandlimiet de inkomsten van de hele maand. De belasting op de inkomsten gaat dan van 0 naar 25 à 50 procent, afhankelijk van de rest van het inkomen en de gezinssituatie. De verschuldigde sociale bijdragen worden retroactief geïnd.

Aangifte op de belastingbrief

De burgers die occasionele diensten verlenen aan andere burgers moeten zich registreren op de overheidswebsite bijklussen.be. Zij moeten op voorhand het begin en het einde van hun activiteiten aangeven en de vergoeding die daar tegenover staat, inclusief de kostenvergoeding. Voor het verenigingswerk moeten de verenigingen de aangifte doen. Elke burger kan wel controleren welke activiteiten en welke vergoedingen voor hem zijn aangegeven. Het is niet toegestaan bij te klussen voor een vereniging waarvoor die persoon professioneel werkt of in de afgelopen twaalf maanden heeft gewerkt.

Van mensen met een bijverdienste in de deeleconomie wordt niet verwacht dat zij hun activiteiten registreren op de overheidswebsite. De inkomsten uit de deeleconomie zijn enkel vrijgesteld van belastingen als ze via een van die 44 erkende platformen verlopen, zoals Deliveroo (thuisbezorging van maaltijden), Helpper (thuishulp voor buren, door buren) of Listminute (klusjes). Die erkende platformen geven de bruto-inkomsten uit de deeleconomie door aan de Belgische fiscus, inclusief de kosten die zij afhouden.

De inkomsten uit de deeleconomie moeten wel nog via de belastingbrief worden aangeven. Voor de burgerdiensten en het verenigingswerk staat er op bijklussen.be niets over de aangifte van de personenbelasting. Bij de persconferentie die de FOD Financiën organiseert op 2 mei zullen we daarover mogelijk meer vernemen.