Vorig jaar was bijna een kwart van de werkende personen tussen 20 en 64 jaar deeltijds tewerkgesteld. De laatste jaren schommelt dit aandeel rond hetzelfde cijfer. Opmerkelijk hier is dat het aandeel deeltijds werkenden bij vrouwen (40,2 procent) veel hoger ligt dan bij de mannen (10 procent). Het verschil verminderde wel van 35,3 procentpunt in 2005 tot 30,1 procentpunt in 2021.

Vooral 55-plussers kiezen ervoor om deeltijds te gaan werken. Vorig jaar bedroeg het aandeel in deze leeftijdscategorie nog 35 procent. Maar ook jongere werkenden kiezen steeds vaker voor een deeltijdse betrekking. Zo steeg het aandeel van 20- tot 34-jarigen met een deeltijdbaan van 16,4 procent in 2005 tot 19 procent vorig jaar.

De cijfers van het Vlaamse Gewest liggen hoger dan in het Waalse Gewest (22,6 procent) en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest (20,2 procent). Het Europese gemiddelde in 2020 bedroeg dan weer 17,8 procent. De verschillen tussen de EU-landen zijn zeer groot, met Nederland op kop, gevolgd door Duitsland en Oostenrijk.

Wat bertreft zelfstandigen, zien we dat veertien procent van de werkende bevolking tussen 20 en 64 jaar in 2021 zelfstandige was, gelijkaardig aan het cijfer van voorgaande jaren. Opvallend is dat het aandeel vrouwen hierbinnen met tien procent nog steeds veel lager ligt ten opzichte van het mannelijke aandeel, dat zeventien procent bedraagt. Daarnaast zijn zelfstandigen het sterkst vertegenwoordigd binnen de leeftijdscategorie van 50- tot 64-jarigen.

In het algemeen is het aandeel zelfstandigen in het Vlaamse Gewest even hoog als het EU-gemiddelde. In 2020 lag dat gemiddelde nog op 13,6 procent. Griekenland kende met 28 procent veruit het hoogste aandeel zelfstandigen, gevolgd door Italië (20,3 procent) en Polen (18 procent).

Vorig jaar was bijna een kwart van de werkende personen tussen 20 en 64 jaar deeltijds tewerkgesteld. De laatste jaren schommelt dit aandeel rond hetzelfde cijfer. Opmerkelijk hier is dat het aandeel deeltijds werkenden bij vrouwen (40,2 procent) veel hoger ligt dan bij de mannen (10 procent). Het verschil verminderde wel van 35,3 procentpunt in 2005 tot 30,1 procentpunt in 2021.Vooral 55-plussers kiezen ervoor om deeltijds te gaan werken. Vorig jaar bedroeg het aandeel in deze leeftijdscategorie nog 35 procent. Maar ook jongere werkenden kiezen steeds vaker voor een deeltijdse betrekking. Zo steeg het aandeel van 20- tot 34-jarigen met een deeltijdbaan van 16,4 procent in 2005 tot 19 procent vorig jaar.De cijfers van het Vlaamse Gewest liggen hoger dan in het Waalse Gewest (22,6 procent) en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest (20,2 procent). Het Europese gemiddelde in 2020 bedroeg dan weer 17,8 procent. De verschillen tussen de EU-landen zijn zeer groot, met Nederland op kop, gevolgd door Duitsland en Oostenrijk.Wat bertreft zelfstandigen, zien we dat veertien procent van de werkende bevolking tussen 20 en 64 jaar in 2021 zelfstandige was, gelijkaardig aan het cijfer van voorgaande jaren. Opvallend is dat het aandeel vrouwen hierbinnen met tien procent nog steeds veel lager ligt ten opzichte van het mannelijke aandeel, dat zeventien procent bedraagt. Daarnaast zijn zelfstandigen het sterkst vertegenwoordigd binnen de leeftijdscategorie van 50- tot 64-jarigen.In het algemeen is het aandeel zelfstandigen in het Vlaamse Gewest even hoog als het EU-gemiddelde. In 2020 lag dat gemiddelde nog op 13,6 procent. Griekenland kende met 28 procent veruit het hoogste aandeel zelfstandigen, gevolgd door Italië (20,3 procent) en Polen (18 procent).