Tegelijkertijd met het onderzoek moet de FOD Economie zijn licht laten schijnen over het gentleman's agreement uit 2004, waardoor klanten gespreid over een jaar 24 kosteloze geldafhalingen mogen doen. Mogelijk wordt dat aantal uitgebreid, aldus minister Peeters, die eventuele stappen in september naar voren schuift.

Bankentaks

De vicepremier werd dinsdag in de Kamercommissie Bedrijfsleven door Karine Lalieux (PS) aan de tand gevoeld over de invoering van de bankentaks. De Franstalige socialiste is niet gekant tegen die heffing, die dit jaar 100 miljoen euro in het laatje moet brengen. Wel zou ze het onaanvaardbaar vinden mochten de financiële instellingen de rekening doorschuiven naar de klanten.

De minister herinnerde eraan dat het herenakkoord er kwam als reactie op het voornemen van sommige banken om kosten aan te rekenen voor het afhalen van geld aan hun automaten. Omdat het akkoord al enige tijd is verlopen, vraagt Peeters een evaluatie.

Hij merkt daarbij op dat het akkoord moet worden getoetst aan de Europese regels die de komende maanden worden aangenomen. "Deze regels streven naar een verdere eenmaking van de markt en naar een verhoging van het aantal betaalmethoden. We zullen nagaan of er meer dan 24 gratis verrichtingen mogelijk zijn", aldus Peeters.

Prijsevolutie zichtrekening

In dezelfde beweging vraagt Peeters het Prijzenobservatorium de prijsevolutie van een aantal bankendiensten onder de loep te nemen. Dat rapport wordt tegen september verwacht. Het gaat meer bepaald om de prijsevolutie van een zichtrekening.

Daarvoor zal het Prijzenobservatorium gebruik maken van de 'getuige bankdiensten', die is opgenomen in de consumptiekorf om het indexcijfer van de consumptieprijzen te bepalen. Die 'getuige' bevat onder meer de beheerskosten voor zichtrekening en de kosten voor een elektronische betaalkaart.

Ook zal het Prijzenobservatorium zich richten op de evolutie van de kostprijs van een commercieel krediet. Dat zal gebeuren door de opvolging van het jaarlijks kostenpercentage van bijvoorbeeld een lening op afbetaling. Op basis van de vaststellingen van het Prijzenobservatorium en de FOD Economie moet volgens de minister blijken of er eventuele acties nodig zijn. (Belga/NS)