Sinds een tijdje kan je op de website van het Agentschap Zorg en Gezondheid nagaan hoeveel een verblijf in een Vlaams rustoord kost. De gegevens zijn gemiddelden van de dagprijzen die 765 van de 794 woonzorgcentra hanteerden op 1 mei 2016. De website toont de prijzen per provincie en per uitbatingsvorm: OCMW, vzw of commercieel. Er wordt ook een onderscheid gemaakt tussen een- en tweepersoonskamers.

Uit de cijfers leren we dat de gemiddelde dagprijs in een woonzorgcentrum 54,60 euro bedraagt. Dat komt neer op 1.660 euro per maand. Met een tweepersoonskamer (49,72 euro) bespaar je slechts zo'n vijf euro ten opzichte van een eenpersoonskamer (55,14 euro). Negen op de tien Vlamingen opteren dan ook voor de privacy van een privékamer. Zij betalen maandelijks gemiddeld 1.677 euro voor hun verblijf.

De gemiddelde dagprijs verschilt ook naargelang het type woonzorgcentrum. De openbare OCMW-woonzorgcentra zijn met een gemiddelde dagprijs van 52,52 euro het goedkoopst, terwijl de commerciële spelers gemiddeld 60,53 euro per dag aanrekenen. Er zijn zelfs rusthuizen waar je tot 150 euro per dag betaalt - in ruil voor allerlei luxe zoals wellness, een zwembad en gastronomisch tafelen.

Basisvoorzieningen

'Maar ook al hou je het liever sober, dan nog kan je terugvallen op een heleboel basisvoorzieningen', weet Clara Van den Broeck. Zij is stafmedewerker van Zorgnet-Icuro, het netwerk dat zorgorganisaties uit de social profit groepeert en vertegenwoordigt. De dagprijs is immers niet enkel een vergoeding voor de huisvesting, maar ook voor de kosten die niet gesubsidieerd worden door de overheid.

Tegenover het betalen van de dagprijs staat onder meer het gebruik van de gemeenschappelijke ruimtes, je maaltijden, de verpleging en verzorging, het wassen van je lakens, allerhande incontinentie- en verzorgingsmateriaal, animatie, huisvuilophaling, het onderhoud van het gebouw, je energieverbruik en de nodige verzekeringen.

Toch rekenen rusthuizen vaak variabele supplementen aan bovenop de vaste dagprijs. Bijvoorbeeld voor wijn in de plaats van water of frisdrank bij de maaltijd, een kappersbeurt, voetverzorging, sondevoeding, consumpties in de cafetaria, uitstapjes, het wassen van je kleding, dokterskosten, paramedische kosten en medicatie. Ook voor een televisie- en internetaansluiting mag een bijkomende vergoeding gevraagd worden.

Niet altijd transparant

De supplementen moeten weliswaar redelijk zijn. De overheid kijkt daarop toe, maar je doet er sowieso goed aan om bij de keuze van een rusthuis vooraf een lijst met de prijzen en details op te vragen. In principe zou je die ook moeten kunnen terugvinden op de website, al is niet elke speler daarin even transparant. Sowieso moeten alle gefactureerde supplementen uitdrukkelijk vermeld staan in de overeenkomst met het woonzorgcentrum.

Bond Moyson, de vroegere Socialistische Mutualiteiten, heeft vorig jaar eveneens de prijzen van rusthuizen onderzocht. De Rusthuisbarometer houdt niet alleen rekening met de dagprijs, maar ook met de supplementen. Daartoe werden 2.553 facturen van rusthuisbewoners in het eerste semester van 2014 geanalyseerd, waarvan 1.323 in Vlaanderen.

Volgens deze Rusthuisbarometer bedroeg de maandfactuur op basis van de dagprijs in 2014 gemiddeld 1.488 euro voor een een- of tweepersoonskamer in een Vlaams woonzorgcentrum. Minder dus dan wat het Agentschap Zorg en Gezondheid berekende, maar de basisgegevens zijn dan ook twee jaar ouder. Voor supplementen betalen rusthuisbewoners volgens Bond Moyson gemiddeld 107 euro per maand. In OCMW-rusthuizen ligt dat gemiddelde met 83 euro een stuk lager.

© Bond Moyson

Hoeveel betaal je zelf?

Gelukkig betaal je de factuur voor een verblijf in een woonzorgcentrum niet helemaal uit eigen zak. 'Bewoners van erkende woonzorgcentra hebben namelijk recht op een 'zorgverzekeringstegemoetkoming' van de Vlaamse overheid', zegt Clara Van den Broeck van Zorgnet-Icuro. 'Die bedraagt 130 euro per maand.'

'Ouderen vanaf 65 jaar hebben onder bepaalde voorwaarden ook recht op een zogeheten 'tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden'. Deze THAB varieert naargelang de situatie en kan oplopen tot 560,13 euro per maand. In laatste instantie komt ook het OCMW tussen indien je de bewonersfactuur echt niet kan betalen. Uiteraard wordt dan wel eerst je financiële draagkracht onderzocht.'