Om alles in goede banen te leiden heeft de overheid de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden opgericht. Die onderzoekt in welke mate de staat je kan vergoeden voor de geleden schade.

De wet werd in 2004 uitgebreid. Sindsdien kunnen niet enkel de slachtoffers en de nabestaanden aankloppen bij de Commissie, maar ook naaste verwanten van een vermist slachtoffer en de ouders van een minderjarig slachtoffer dat een langdurige medische of therapeutische behandeling nodig heeft.

Slachtoffers geweldpleging

Slachtoffers van zowel ernstige lichamelijke of psychische schade mogen een aanvraag indienen voor een financiële tegemoetkoming van de staat. De letsels moeten weliswaar rechtstreeks het gevolg zijn van een opzettelijke gewelddaad.

Indien de verwondingen het gevolg zijn van onvoorzichtigheid, kan je geen aanspraak maken op een schadevergoeding. Ook slachtoffers van diefstal ( zonder geweld weliswaar) zijn hier aan het verkeerde adres. Dat meldt het Portaal Belgium.be

Een vermist persoon moet langer dan één jaar zoek zijn en de verdwijning moet gekoppeld kunnen worden aan opzettelijke geweldpleging alvorens de familie of samenwonenden een verzoek kunnen indienen.

3 soorten hulp

Allereerst heb je de hoofdhulp waarbij de Commissie je een bedrag toekent ter compensatie van de geleden schade.

De Commissie kan ook beslissen om je een noodhulp toe te kennen. Zij zal dat doen wanneer het slachtoffer veel schade zal ondervinden als hij of zij de medische kosten niet meteen kan betalen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een slachtoffer wier inkomen veel te laag is voor de (zware) medische kosten te betalen.

Bovenop de hoofdhulp kan de commissie beslissen om het slachtoffer verder financieel bij te staan met een aanvullende hulp. Ze doet dat voor getroffenen die blijven lijden na de toekenning van de hoofdhulp.

Welke schade?

  • Morele schade
  • Medische kosten, inclusief ziekenhuiskosten
  • Invaliditeit, zowel tijdelijk als blijvend
  • Verlies of vermindering inkomsten door arbeidsongeschiktheid
  • Esthetische schade
  • Procedure kosten tot en met 4000 euro
  • Materiële kosten tot en met 1250 euro
  • Schade door het niet aanwezig kunnen zijn op school

De Commissie zal bovendien enkel financiële hulp toekennen als de schade hoger ligt dan 500 euro. Een slachtoffer kan rekenen op de staat tot maximum 62.000 euro. Het bedrag van de noodhulp is beperkt tot 15.000 euro.

Verzoek indienen

Het verzoek moet binnen drie jaar worden ingediend na:

  • de dag waarop definitief uitspraak is gedaan op strafgebied
  • de dag waarop uitspraak gedaan is over de burgerlijke belangen.
  • de beslissing van het onderzoeksgerecht
  • de eerste beslissing tot seponering

In het verzoek moet een korte beschrijving van de schade, de letsels waarvoor je hulp vraagt en de middelen waar je al een beroep hebt op gedaan om de schade te vergoeden vermeld staan. Daarenboven vraagt de Commissie om een kopie van de rechterlijke beslissingen en de bewijsstukken bij je verzoek te voegen.

Na het indienen van een verzoek zal het secretariaat van de Commissie een verslag opmaken. Indien nodig kan ze beslissen om contact op te nemen met de aanvrager. Dat kan ook op vraag van de verzoeker. Die heeft het recht om zich te laten bijstaan door een advocaat of kosteloos door een erkende vereniging zoals een centrum voor slachtofferhulp.

Achteraf levert de Commissie haar beslissing af per post. Tot dertig dagen na ontvangst kan het slachtoffer de beslissing aanvechten in hoger beroep bij de Raad van State indien die de wet schendt.(NS)