De Belgische spaarder heeft het land gered. Dat was de teneur eind 2011, toen de overheid op het hoogtepunt van de eurocrisis moeiteloos zo'n 6 miljard euro ophaalde met de fiscaal voordelige Leterme-staatsbon. Het was een signaal voor de markten dat België niet tot het kransje probleemlanden hoorde, want de ijverig sparende Belg stond garant voor de houdbaarheid van de exploderende staatsschuld.

Het gemiddelde Belgische gezin behoort nog altijd tot de rijkste van Europa. Alleen al op de gereglementeerde spaarboekjes staat dik 250 miljard euro. En het netto financieel vermogen van de huishoudens - het vermogen, inclusief vastgoed - bedraagt ruim drie keer de omvang van de economie (zie grafiek De Belgische spaarder blijft ontzettend rijk). Het cliché - de Belg is rijk, de staat is arm - gaat onverminderd op.

En toch zien we een onrustwekkende ontwikkeling. De spaarquote - het deel van het beschikbaar inkomen dat een gezin niet uitgeeft - is gedaald tot het gemiddelde van de eurozone (zie grafiek Belgische gezinnen sparen beduidend minder). Het beeld van de Belg als grote spaarder klopt niet meer. Kan de spaarder dan nog altijd de redder des vaderlands spelen? De Europese Commissie toont zich in haar jongste vooruitzichten voor het eerst ongerust. "De groei in de consumptie zal van een verdere daling van de spaarquote komen. Het gevolg is dat de gezinnen vanaf 2017 geen (netto)geldschieter voor de rest van de economie meer zullen zijn."

Dieptepunt

"Mensen hebben minder schrik om hun baan te verliezen, en dus sparen ze wat minder"

De daling van de spaarquote op zich is niet nieuw. Die is al decennia aan de gang. KBC-econoom Johan Van Gompel wijst op twee structurele verklaringen. De eerste is de vergrijzing. "Mensen die met pensioen gaan, willen hun levensstandaard behouden, en sparen dus minder." De tweede is de toename van het aantal alleenstaanden en de complexere samenstelling van huishoudens. "Kleinere gezinnen kunnen minder sparen. In een klassiek gezin kunnen de kosten voor bijvoorbeeld een wagen worden gedeeld. Een alleenstaande moet diezelfde wagen alleen betalen."

De jongste jaren versnelde de daling van de spaarquote wel naar een dieptepunt van 11,4 procent. Op korte termijn spelen eerder economische factoren, meent Van Gompel. We sparen bijvoorbeeld minder uit voorzorg als de economie aantrekt. "Sinds 2013 is er een duidelijk herstel. De groei is misschien niet spectaculair, maar er is minder ongerustheid en mensen hebben minder schrik om hun baan te verliezen, en dus sparen ze wat minder."

Ook de hoge staatsschuld verontrust de Belg niet. Die is sinds de crisis nochtans opgelopen tot 106 procent van het bruto binnenlands product (bbp), of alle goederen en diensten die we in een jaar produceren. Dat was in het verleden wel anders. Toen de Belgische schuld aan het begin van de jaren negentig steeg tot bijna 140 procent van het bbp, schoot ook de spaarquote de hoogte in. Daarmee gaf de Belg duidelijk aan dat hij de bui voelde hangen: ooit zou hij die rekening gepresenteerd krijgen in de vorm van hogere belastingen. De voorbije jaren was die samenhang veel minder sterk. Van Gompel denkt dat de bevolking er best gerust in is. "Er zijn heel wat inspanningen gedaan om de begroting in evenwicht te brengen en de staatsschuld wat naar beneden te krijgen."

Minder rente

De belangrijkste verklaring voor de terugval van de spaarquote is zonder twijfel de lage rente. "Mensen hebben twee soorten inkomens. Het eerste is hun loon. Dat geven ze grotendeels uit. Het tweede is hun financieel inkomen, zoals de intresten op een spaarboekje. Dat sparen ze hoofdzakelijk. Als het financiële inkomen krimpt, daalt dus de spaarquote", verklaart Geert Gielens, de hoofdeconoom van Belfius.

De cijfers in het jongste jaarrapport van de Nationale Bank liegen er niet om. In 2009 ontvingen gezinnen per kwartaal nog 2,4 miljard euro rente op hun spaarboekje, nu is dat maar 0,7 miljard meer (zie grafiek Belgen ontvangen veel minder rente). En in 2000 was het inkomen uit het financiële vermogen nog goed voor 17 procent van het beschikbare inkomen, vandaag is dat maar 13 procent. Gielens is overtuigd: "De spaarquote hangt sterk samen met de rente, zeker in België, waar mensen niet echt fan zijn van de beurs en kiezen vooral voor vastrentende producten zoals obligaties of spaardeposito's. De lagere spaarquote wil dus geenszins zeggen dat we meer consumeren."

Volgens Van Gompel is de duik in de rente-inkomsten ook de oorzaak dat de spaarquote bij ons sneller gedaald is dan in de rest van de eurozone. "België is een welvarend land met relatief veel spaargeld. Maar het inkomen daaruit, is meer teruggevallen." De Belg is een van de voornaamste slachtoffers van het stimuleringsbeleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Maar ook zijn risicoaversie en afkeer van de beurs breken hem zuur op.

Critici van de ECB noemen het lagerentebeleid een sluipende onteigening van de spaarder. En ze beweren dat die spaarder net meer opzijzet om het verlies aan rendement te compenseren. De spaarquote lijkt anders aan te geven. Gielens denkt dat mensen pas meer zullen sparen als ze beginnen te vrezen dat hun pensioenpotje niet zal volstaan. "Een gedragswijziging vraagt tijd. Pas als de Belg echt denkt dat de rente nog heel lang laag blijft, zal hij zijn gedrag aanpassen."

Bodem nog niet bereikt

"Naarmate de babyboomgeneratie met pensioen gaat, zullen meer mensen op hun spaargeld teren"

De verdere evolutie van de spaarquote hangt dus in de eerste plaats af van de ontwikkeling van de rente. Als de rente stijgt, zal wellicht ook de spaarquote weer toenemen. Maar Koen De Leus, de hoofdeconoom van BNP Paribas Fortis, waarschuwt dat de rente niet plots zal terugkeren naar zijn oude niveau. "Bij een reële groei van 1 procent en een inflatie van 2 procent bedraagt de rente waarmee de economie in evenwicht is, maar 3 procent. En we zien de ECB ten vroegste eind volgend jaar voor het eerst de rente optrekken." Met andere woorden: wie rekent op de rente om de spaarquote te doen stijgen, zal nog een tijdje mogen wachten

Op langere termijn hangt de evolutie volgens De Leus samen met de vergrijzing: "Naarmate de babyboomgeneratie met pensioen gaat, zullen meer mensen op hun spaargeld teren." Van Gompel denkt zelfs dat de vergrijzing zich steeds sterker zal laten voelen. "De generatie die nu stilaan met pensioen gaat, is veel actiever. Die is gewend regelmatig op citytrip te gaan, en die wil dat blijven doen. Ze geeft dus meer geld uit dan de oorlogsgeneratie. Die wil vooral nog wat geld overlaten aan de kinderen." Hij besluit daarom: "Economische factoren zoals een stijging van de rente kunnen op korte termijn de spaarquote wat doen stijgen, maar structureel denk ik dat ze zal blijven dalen."

Goed besteden

De goedgevulde spaarboekjes zijn een grote troef voor ons land. Dat zagen we in 2011. Maar spaargeld dient uiteraard niet alleen als buffer voor wanneer het fout dreigt te lopen. Het zijn vooral de middelen waarmee investeringen gefinancierd kunnen worden. In ons land gebeurt dat vooral door de banken, die kortlopende deposito's omzetten in langlopende kredieten. Veel spaargeld betekent dat we de toekomst zelf kunnen voorbereiden. Voorlopig lijkt er nog geen tekort aan spaargeld te zijn. Het bewijs is het overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans. Dat overschot toont dat er spaargeld van België naar het buitenland vloeit.

Toch vindt Koen De Leus dat de spaarquote op langere termijn beter wat omhoog kan, "anders dreigen we afhankelijk te worden van buitenlands kapitaal. Als beleggers dan plots hun vertrouwen in België of Europa verliezen, ben je veel kwetsbaarder voor de grillen van de markt."

De spaarquote kan dus maar beter niet te diep wegzakken. Volgens Gielens zou het bijvoorbeeld niet verstandig zijn een voorbeeld te nemen aan de Amerikanen, die maar 5 procent van hun inkomen opzijzetten. "De impact van een crisis is dan veel groter, want de mensen hebben veel minder reserve. Zo'n lage spaarquote is geen goed idee, zeker niet voor een economie als de Belgische, die als het beter gaat niet snel nieuwe banen creëert."

Van Gompel meent dat we nog niet in de gevarenzone zitten, maar vestigt de aandacht op een ander probleem: "De daling van spaarquote betekent dat we ons spaargeld efficiënter moeten inzetten, en vooral investeringen moeten doen die de groei bevorderen."

Voor Gielens is het belangrijkste besluit dat de aard van de Belg niet veranderd is. "Hij geeft evenveel uit, en zijn intresten en dividenden spaart hij op. Dat is geruststellend, maar zorgwekkend tegelijk. Mensen gedragen zich alsof de rente niet eeuwig laag kan blijven. Het ziet er nochtans niet naar uit dat die snel zal stijgen."