Achter elke elektronische betaling zit een kluwen van transacties verscholen. Het meest voorkomende is het zogenaamde vierpartijenssyteem, waarbij de consument betrokken is, de winkelier, de bank die de kaart van de consument uitgeeft en de financiële instelling die de transactie in de winkel verwerkt (zoals Worldline en Europabank).

De klant betaalt voor de geleverde goederen en diensten, de winkelier betaalt een vergoeding aan de transactieverwerker en die laatste betaalt aan de bank van de consument een transactiekost ('interchange fee'). Ongeveer 95 procent van de elektronische betalingen in Europa passen in zo'n vierpartijenstelsel, onder meer Visa en MasterCard werken op die manier.

Geen transparantie

Het probleem met de transactiekosten is dat ze verschillen van land tot land en vaak niet erg transparant zijn. Omdat de banken die de transacties verwerken ze doorrekenen aan de winkeliers, drijven ze bovendien de handelsprijzen de hoogte in. Daar wil Europa nu komaf mee maken.

Bij internationale betalingen met een kredietkaart mag een transactiekost van niet meer dan 0,3 procent van de transactiewaarde in rekening worden gebracht. Als ze dat willen, mogen de lidstaten voor nationale transacties lagere vergoedingspercentages instellen.

Bij grensoverschrijdende betalingen met een debetkaart mogen de kosten niet meer dan 0,2 procent van de transactiewaarde bedragen. Na een overgangsperiode van vijf jaar zal dezelfde bovengrens gelden voor betalingen binnen de landsgrenzen, maar de betalingen mogen reeds tijdens die overgangsperiode begrensd worden. Als het om kleine betalingen met een debetkaart gaat, mogen de lidstaten na vijf jaar een vaste transactiekost van 5 eurocent of minder invoeren.

Goedkoper winkelen

Volgens het Europees Parlement, dat in december vorig jaar een akkoord over de transactiekosten sloot met de lidstaten, zal de nieuwe verordening voor lagere kosten zorgen voor zowel de handelaars als de consumenten.

Handelaars zullen bovendien kunnen kiezen om in het volgens hen meest efficiënte betaalsysteem te stappen. Dat impliceert dat ze een kleiner aantal kaarten zullen aanvaarden, iets dat ze zowel aan de ingang van de winkel als aan de kassa zullen moeten melden.

Volgens Philippe De Backer Europarlementslid voor Open Vld, zal door het akkoord de transparantie over de kosten toenemen, waardoor de handelaars minder zullen moeten betalen en op termijn ook een neerwaartse druk op de winkelprijzen zal ontstaan. "Doordat de transactiekosten overal gelijk worden gemaakt kan ook de concurrentie op de betaalmarkt toenemen", zegt De Backer.

Meer concurrentie op betaalmarkt

Tom Vandenkendelaere (CD&V) spreekt van een "win-winscenario voor meerdere partijen". "De handelaars kunnen een lucratieve deal voor hun betaalabonnementen sluiten waardoor elektronisch betalen nog meer wordt aangemoedigd. Voor de consument verhoogt zijn betaalcomfort omdat, doordat de kosten dalen, nog meer handelaars geneigd zullen zin elektronisch betalen aan te bieden."

Bart Staes (Groen) stelt het "duopolie" van Visa en Mastercard aan de kaak. "Deze bedrijven, en de banken die hun kaarten verstrekken, verdienen grof geld aan dit gebrek aan concurrentie ten koste van de winkeliers die uiteindelijk hogere prijzen doorrekenen aan de consumenten." Staes is tevreden dat de lobby van de betaalindustrie van een kale reis is thuisgekomen.

Vandenkendelaere wijst erop dat de transactiekosten voor debetkaarten momenteel 5,6 eurocent bedragen. "Een vermindering met 0,6 cent per transactie betekent een mogelijke besparing voor de Belgische handelaars van zo'n 8,4 miljoen euro." De nieuwe Europese regels gelden niet voor betaalsystemen waarbij maar één bank betrokken is. Het gaat dan bijvoorbeeld om betalingen met American Express en Diners Club. (Belga/NS)

Achter elke elektronische betaling zit een kluwen van transacties verscholen. Het meest voorkomende is het zogenaamde vierpartijenssyteem, waarbij de consument betrokken is, de winkelier, de bank die de kaart van de consument uitgeeft en de financiële instelling die de transactie in de winkel verwerkt (zoals Worldline en Europabank). De klant betaalt voor de geleverde goederen en diensten, de winkelier betaalt een vergoeding aan de transactieverwerker en die laatste betaalt aan de bank van de consument een transactiekost ('interchange fee'). Ongeveer 95 procent van de elektronische betalingen in Europa passen in zo'n vierpartijenstelsel, onder meer Visa en MasterCard werken op die manier. Het probleem met de transactiekosten is dat ze verschillen van land tot land en vaak niet erg transparant zijn. Omdat de banken die de transacties verwerken ze doorrekenen aan de winkeliers, drijven ze bovendien de handelsprijzen de hoogte in. Daar wil Europa nu komaf mee maken. Bij internationale betalingen met een kredietkaart mag een transactiekost van niet meer dan 0,3 procent van de transactiewaarde in rekening worden gebracht. Als ze dat willen, mogen de lidstaten voor nationale transacties lagere vergoedingspercentages instellen. Bij grensoverschrijdende betalingen met een debetkaart mogen de kosten niet meer dan 0,2 procent van de transactiewaarde bedragen. Na een overgangsperiode van vijf jaar zal dezelfde bovengrens gelden voor betalingen binnen de landsgrenzen, maar de betalingen mogen reeds tijdens die overgangsperiode begrensd worden. Als het om kleine betalingen met een debetkaart gaat, mogen de lidstaten na vijf jaar een vaste transactiekost van 5 eurocent of minder invoeren. Volgens het Europees Parlement, dat in december vorig jaar een akkoord over de transactiekosten sloot met de lidstaten, zal de nieuwe verordening voor lagere kosten zorgen voor zowel de handelaars als de consumenten. Handelaars zullen bovendien kunnen kiezen om in het volgens hen meest efficiënte betaalsysteem te stappen. Dat impliceert dat ze een kleiner aantal kaarten zullen aanvaarden, iets dat ze zowel aan de ingang van de winkel als aan de kassa zullen moeten melden. Volgens Philippe De Backer Europarlementslid voor Open Vld, zal door het akkoord de transparantie over de kosten toenemen, waardoor de handelaars minder zullen moeten betalen en op termijn ook een neerwaartse druk op de winkelprijzen zal ontstaan. "Doordat de transactiekosten overal gelijk worden gemaakt kan ook de concurrentie op de betaalmarkt toenemen", zegt De Backer. Tom Vandenkendelaere (CD&V) spreekt van een "win-winscenario voor meerdere partijen". "De handelaars kunnen een lucratieve deal voor hun betaalabonnementen sluiten waardoor elektronisch betalen nog meer wordt aangemoedigd. Voor de consument verhoogt zijn betaalcomfort omdat, doordat de kosten dalen, nog meer handelaars geneigd zullen zin elektronisch betalen aan te bieden." Bart Staes (Groen) stelt het "duopolie" van Visa en Mastercard aan de kaak. "Deze bedrijven, en de banken die hun kaarten verstrekken, verdienen grof geld aan dit gebrek aan concurrentie ten koste van de winkeliers die uiteindelijk hogere prijzen doorrekenen aan de consumenten." Staes is tevreden dat de lobby van de betaalindustrie van een kale reis is thuisgekomen. Vandenkendelaere wijst erop dat de transactiekosten voor debetkaarten momenteel 5,6 eurocent bedragen. "Een vermindering met 0,6 cent per transactie betekent een mogelijke besparing voor de Belgische handelaars van zo'n 8,4 miljoen euro." De nieuwe Europese regels gelden niet voor betaalsystemen waarbij maar één bank betrokken is. Het gaat dan bijvoorbeeld om betalingen met American Express en Diners Club. (Belga/NS)