Donderdagochtend ging de Europese eenheidsmunt voor het eerst in een jaar over de grens van 1,14 dollar. Die opvallende stijging is te danken aan Mario Draghi, de voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB). Tijdens de jaarlijkse conferentie van centrale banken in het Portugese Sintra toonde hij zich opvallend optimistisch over de economische toestand van de eurozone. Hij verklaarde ook dat de inflatiedoelstelling van 2 procent "weer binnen bereik is". Beleggers hopen nu op een verstrakking van het soepele monetaire beleid van de ECB. Ze hopen dat de bank het geweer nog voor het einde van de zomer van schouder verandert.
...

Donderdagochtend ging de Europese eenheidsmunt voor het eerst in een jaar over de grens van 1,14 dollar. Die opvallende stijging is te danken aan Mario Draghi, de voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB). Tijdens de jaarlijkse conferentie van centrale banken in het Portugese Sintra toonde hij zich opvallend optimistisch over de economische toestand van de eurozone. Hij verklaarde ook dat de inflatiedoelstelling van 2 procent "weer binnen bereik is". Beleggers hopen nu op een verstrakking van het soepele monetaire beleid van de ECB. Ze hopen dat de bank het geweer nog voor het einde van de zomer van schouder verandert."Niet alleen de speech van Draghi doet de euro heropleven", weet Gielens. "Ook de politieke problemen rond de Amerikaanse president Donald Trump, de zwakkere economische cijfers in de VS en vooral ook de inflatie zijn verklaringen." Volgens de hoofdeconoom is het koffiedik kijken of de euro die koers gaat behouden. "De wisselkoers hangt af van verscheidene factoren", weet hij. "Hoe evolueert, hangt onder meer af van wat de Federal Reserve, de ECB en Trump de komende maanden beslissen. Daarnaast moeten we kijken met welke zaken de markten al rekening hielden." Gielens benadrukt dat een verstrakking van het geldbeleid hoe dan ook niet voor morgen is. "De ECB bereidt de markt voor op een normalisering van haar beleid door de nadruk te leggen op de goede economische prestaties en het wegvallen van het deflatiegevaar", aldus de hoofdeconoom. "Het zijn allemaal kleine stapjes, maar dat is ook nodig want een aankoopprogramma van meer dan 2 biljoen euro wijzigen is iets waar je tijd voor moet nemen. De kans is dus groot dat er na de zomer meer duidelijke boodschappen komen dat het geweer van schouder is veranderd." Hij verwacht dat een verstrakking van het beleid pas voor 2019 of later zal zijn. Hij maakt de vergelijking met de Verenigde Staten: "Daar begint men nu pas over een verstrakking te praten terwijl hun aankoopprogramma al gestopt is in het najaar van 2014." Is er eigenlijk een ideale koers voor de euro? "Dat hangt af van de economische omstandigheden en een ideaal niveau, voor zover het al bestaat", reageert Gielens. "Soms is een lagere koers beter, want dan zijn je exportgoederen goedkoper en kan je dus meer in het buitenland verkopen." Tegelijk waarschuwt hij voor de nefaste gevolgen van een te lage koers. "Je voedt dan de inflatie. Dat tast de koopkracht van de consumenten aan, tenzij de lonen fel stijgen. Het Verenigd Koninkrijk is een mooi voorbeeld. Daar stijgt de ingevoerde inflatie en daalt dus de koopkracht als gevolg van de wisselkoersdaling na het brexitreferendum. En dat drukt op zijn beurt de groei." Voorts merkt hij op dat we de olieprijzen niet uit het oog mogen verliezen. "Hogere olieprijzen zijn allesbehalve positief voor Europa omdat wij olie moeten invoeren." "Ook de stabiliteit van de koers speelt een belangrijke rol", gaat hij verder. "Wanneer de wisselkoers fel beweegt, worden indekkingen en beslissingen op bedrijfsvlak moeilijker en stijgen de indekkingskosten. In se leidt dit tot voorzichtiger gedrag en tempert dit normaal gezien ook de groei wat."