De Europese Centrale Bank (ECB) maakt het de Belgische banken moeilijk om meer dan de wettelijke minimumrente van 0,11 procent op spaarboekjes te bieden. We moeten allemaal weleens voor iets sparen of geld opzijzetten, al was het maar voor een comfortabele oude dag. Als we de banken vragen naar alternatieven voor het klassieke spaarboekje, komen doorgaans drie soorten beleggingen terug: tak21-verzekeringen, beleggingsfondsen met beschermingsmechanismes en gestructureerde producten. Wat zijn de voor- en de nadelen van die producten?

Tak21-verzekeringen

Voor een tak21-verzekering tekent u een contract met een verzekeraar. U betaalt hem een som geld, dat hij vervolgens belegt. In ruil biedt hij u een gewaarborgd rendement. U vraagt het geld het beste niet terug voor er acht jaar verstreken is, want dan betaalt u extra belastingen en mogelijk ook uitstapkosten. "De spaarder verliest geld als hij te vroeg uitstapt. De rendementen zijn sowieso al niet fabelachtig", verwittigt Nicolas Claeys van Test-Aankoop Invest.

Claeys vindt de tak21-verzekeringen "bij gebrek aan beter" wel een goede oplossing voor mensen die het geld lang genoeg kunnen missen en dezelfde bescherming willen als die van het spaarboekje. De verzekeraars storten namelijk elk jaar geld in een fonds, zodat zelfs bij een faillissement van een verzekeraar alle gelden in tak21-verzekeringen met een maximum van 100.000 euro per klant en per verzekeraar terugbetaald kunnen worden.

De Belgische verzekeraars beleggen bijna 75 procent van hun middelen in obligaties of iets wat erop lijkt. Ze moeten dat wel doen, want ze beloven de spaarder met een tak21-contract op de vervaldag minstens zijn kapitaal terug te betalen, minus de kosten en 2 procent premietaks. Met beleggingen in aandelen kunnen de verzekeraars dat niet garanderen, want de waarde van aandelen kan schommelen.

Boven op het gegarandeerde rendement kan nog een winstdeling uitgekeerd worden. "Bij sommige verzekeraars weet je dat er voor nieuwe contracten niet veel meer in zit dan het gegarandeerde rendement, omdat ze te veel geld moeten uitkeren aan de oude contracten met hogere gegarandeerde rentes. Andere verzekeraars sleuren die oude verplichtingen niet mee en hebben meer ruimte om winstdeelnames uit te keren." Bij de favoriete tak21-verzekering van Test-Aankoop Invest, Vita Invest Dynamic, moet alle rendement van die winstdelingen komen, want het gegarandeerde rendement is 0 procent.

Claeys wijst op het verschil tussen het bruto- en het nettorendement. De geafficheerde rente houdt geen rekening met de instapkosten. Die zijn gelukkig onderhandelbaar; meer dan 1 procent moet u zeker niet pikken. En hoe langer u het geld in het contract laat staan, hoe minder de instapkosten het uiteindelijke rendement verlagen. "En let op, sommige verzekeraars etaleren rendementen die geen rekening houden met de jaarlijkse beheerskosten", zegt Claeys.

Uit de informatiefiche van CertiFlex-8, een tak21-verzekering die door Ethias verdeeld en door Integrale beheerd wordt, leren we dat er na acht jaar van het 0,75 procent gegarandeerd rendement 0,44 procent daadwerkelijk overblijft, na aftrek van de eenmalige instapkosten van 1 procent en de jaarlijkse beheerskosten van 0,13 procent. Bij Vita Invest Dynamic garandeert Federale Verzekeringen enkel het kapitaal. Na aftrek van de 0,3 procent jaarlijkse beheerskosten rest dus een negatief gegarandeerd rendement van -0,3 procent. En dan houden we nog geen rekening met de premietaks van 2 procent.

Beleggingsfondsen met bescherming

Met een beleggingsfonds belegt u op een collectieve manier in aandelen en obligaties. U kunt met andere woorden dus ook geld verliezen, maar er bestaan allerlei technieken om die kans te beperken. In het beheer van het fonds kan een bescherming ingebouwd zijn, waarbij de beheerder automatisch overstapt naar voorzichtigere beleggingen als de verliezen in de portefeuille zich te veel opstapelen. Of het kan dat de beleggers automatisch uit de fondsen stappen als de verliezen te groot worden. De beleggers kunnen zelf bepalen waar hun tolerantiedrempel ligt: op 5 procent verlies, op 10 procent verlies, enzovoort. We bespraken deze technieken uitgebreid in het vorige nummer. Elke grootbank, en sommige kleinere banken, heeft fondsen met een of andere bescherming in huis.

Gestructureerde producten

Gestructureerde producten zijn een verzamelterm voor een allegaartje van spaar- en beleggingsproducten. Het gaat onderliggend vooral om tak23-verzekeringen (zonder gegarandeerd rendement), beleggingsfondsen en schuldinstrumenten of notes. Het rendement hangt af van een of enkele mechanismes. Vaak proberen ingewikkelde constructies de potentiële verliezen te beperken, maar tegelijk worden ook de potentiële winsten afgetopt. Sinds 2011 geldt in ons land een verbod op de verkoop van té ingewikkelde gestructureerde producten. Sindsdien houdt de financiële toezichthouder FSMA een databank bij van de gestructureerde producten.

De 138 gestructureerde producten die in 2017 op vervaldag kwamen, leverden een gewogen gemiddeld rendement van 5,5 procent op na aftrek van de instapkosten, berekende de FSMA. 89 procent van de producten had een positief rendement. Vooral de gestructureerde producten met een mechanisme dat steunde op de prestaties van aandelen deden het erg goed. Europese aandelen haalden in de periode 2012-2017 een rendement dat bijna twee keer zo hoog lag als het gemiddelde gestructureerde product. Een analyse van de rendementen na een beurscrash zal wellicht wat minder positief zijn.

Aan gestructureerde producten wordt vaak een mooi verhaal opgehangen, zoals bijvoorbeeld voor 'aanbeveling van de maand september' van Belfius. Het gaat om een afgeleid product waarvan het rendement afhangt van de iSTOXX Europe ESG Climate Awareness Select 50 (Price) Index, een korf van bedrijven die uitgekozen worden omdat ze klimaatbewust handelen én veel dividenden uitkeren. Het woordje 'price' in de naam van de index wijst erop dat de dividenden op een bepaald moment van de koersen gaan, niet geherinvesteerd worden en dus ook niet de waardestijging of -daling van de index beïnvloeden.

Die dividenden dienen om de bescherming van de belegger te betalen, want het derivaat volgt de beweging van de index maximaal 5 procent naar beneden. Naar boven is er een begrenzing van 20 procent. De looptijd is zes jaar en het product levert in het beste geval een netto-actuarieel rendement van 2,21 procent per jaar op en in het slechtste geval een verlies van 0,85 procent.