Uit het enquête van ING blijkt dat voor 46 procent van de reizigers het lokale prijsniveau geen enkele rol speelt bij het kiezen van de vakantiebestemming. Wisselkoersontwikkelingen zijn zelfs voor 80 procent niet van belang.

De bank benadrukt dat reizigers veel geld kunnen sparen als ze verschillende vakantiebestemmingen met elkaar vergelijken. "Het prijsverschil kan voor onaangename verrassingen zorgen in lokale hotels, restaurants, supermarkten en taxi's", klinkt het.

Vakantiegangers kunnen dergelijke surprises voorkomen door bijvoorbeeld een all-in vakantie te boeken. Maar voor zij die liever zelf hun vakantie samenstellen loont het de moeite om lokale prijsverschillen tussen landen in kaart te brengen voordat ze beslissen waar de reis dit jaar naartoe gaat, aldus de bank.

Goedkoopste landen

In Oost-Europa liggen de goedkoopste bestemmingen: Macedonië, Albanië en Bulgarije zijn voor vakantiegangers de helft goedkoper dan bij onze noorderburen. Dichterbij huis, in Tsjechië en Polen, is de toerist ook een stuk voordeliger uit.

  1. Macedonië
  2. Albanië
  3. Bulgarije
  4. Roemenië
  5. Servië
  6. Hongarije
  7. Bosnië
  8. Tsjechië
  9. Montenegro
  10. Polen

Duurste landen

Vooral de Scandinavische landen doen de reizigers diep in hun portefeuille graaien. Die zijn overwegend duur omdat er daar hoge accijnzen gelden en ook in de supermarkt zijn de bezoekers een stuk meer kwijt dan hier.

Noorwegen spant de kroon in Europa. De prijzen van typische vakantie-uitgaven als horeca, vervoer, voedsel en drank liggen daar bijna 70 procent hoger dan in Nederland. Zwitserland is evenmin goedkoop. Het land is de laatste maanden duurder geworden voor toeristen van buiten, doordat de Zwitserse frank flink in waarde is toegenomen.

Ook België behoort tot de tien duurste vakantiebestemmingen in Europa. Toeristen die ons land een bezoekje brengen, betalen iets meer dan bij onze noorderburen. Onze supermarktprijzen liggen hoger, maar voor het openbaar vervoer moeten ze minder geld neertellen. Nederland is de hekkensluiter.

  1. Noorwegen
  2. Denemarken
  3. Zwitserland
  4. Ijsland
  5. Zweden
  6. Finland
  7. Ierland
  8. Het Verenigd Koninkrijk
  9. België
  10. Nederland
Uit het enquête van ING blijkt dat voor 46 procent van de reizigers het lokale prijsniveau geen enkele rol speelt bij het kiezen van de vakantiebestemming. Wisselkoersontwikkelingen zijn zelfs voor 80 procent niet van belang. De bank benadrukt dat reizigers veel geld kunnen sparen als ze verschillende vakantiebestemmingen met elkaar vergelijken. "Het prijsverschil kan voor onaangename verrassingen zorgen in lokale hotels, restaurants, supermarkten en taxi's", klinkt het. Vakantiegangers kunnen dergelijke surprises voorkomen door bijvoorbeeld een all-in vakantie te boeken. Maar voor zij die liever zelf hun vakantie samenstellen loont het de moeite om lokale prijsverschillen tussen landen in kaart te brengen voordat ze beslissen waar de reis dit jaar naartoe gaat, aldus de bank. In Oost-Europa liggen de goedkoopste bestemmingen: Macedonië, Albanië en Bulgarije zijn voor vakantiegangers de helft goedkoper dan bij onze noorderburen. Dichterbij huis, in Tsjechië en Polen, is de toerist ook een stuk voordeliger uit. Vooral de Scandinavische landen doen de reizigers diep in hun portefeuille graaien. Die zijn overwegend duur omdat er daar hoge accijnzen gelden en ook in de supermarkt zijn de bezoekers een stuk meer kwijt dan hier. Noorwegen spant de kroon in Europa. De prijzen van typische vakantie-uitgaven als horeca, vervoer, voedsel en drank liggen daar bijna 70 procent hoger dan in Nederland. Zwitserland is evenmin goedkoop. Het land is de laatste maanden duurder geworden voor toeristen van buiten, doordat de Zwitserse frank flink in waarde is toegenomen. Ook België behoort tot de tien duurste vakantiebestemmingen in Europa. Toeristen die ons land een bezoekje brengen, betalen iets meer dan bij onze noorderburen. Onze supermarktprijzen liggen hoger, maar voor het openbaar vervoer moeten ze minder geld neertellen. Nederland is de hekkensluiter.