In deze rubriek gaan we elke week op zoek naar de werkelijke kosten van de alledaagse en de uitzonderlijke dingen des levens. We houden zowel rekening met de vanzelfsprekende als de minder zichtbare kosten.

Tussen 0 en 5 jaar

Volgens de Gezinsbond kost een kind tussen 0 en 5 jaar maandelijks 314,62 euro. Opvang-, school- en uitzonderlijke kosten zijn daarin niet meegerekend. Kindercrèches hanteren een tarief dat wettelijk vastligt en afhangt van je inkomen. De prijs ligt tussen 1,56 en 27,72 euro per dag (huidige tarieven).

Je kinderen hebben gratis toegang tot het onderwijs. Scholen mogen alleen een maximumtarief aanrekenen voor schooluitstappen of andere activiteiten. Voor kleuters tussen 2 en 3 jaar bedraagt dat 25 euro, voor vierjarigen is dat 35 euro en een vijfjarige mag per jaar maximaal 40 euro kosten.

De eigen opleg voor medische kosten voor kinderen onder 19 jaar is beperkt tot 650 euro per jaar. Als die kosten dat maximumtarief overschrijden, worden ze terugbetaald

Tussen 5 en 11 jaar

Een ouder kind weegt financieel zwaarder. De maandelijkse kosten lopen op tot gemiddeld 406,63 euro, zonder opvang-, school- en uitzonderlijke kosten. Voor kinderopvang gelden dezelfde tarieven als voor kinderen tot 5 jaar.

De maximumfactuur in het lager onderwijs bedraagt 70 euro per jaar. Een school mag over de zes jaar dat een kind op de lagere school zit, maximaal 360 euro aanrekenen voor meerdaagse uitstappen.

Tussen 12 en 17 jaar

Vanaf de middelbare school kost je kind 498,63 euro per maand zonder opvang-, school- en uitzonderlijke kosten.

De kosten van een kind in het middelbaar onderwijs variëren per school en per studierichting.

Volgens ond.Vlaanderen.be, de website van het Vlaams ministerie van Onderwijs, kost een middelbareschoolopleiding gemiddeld 1192, 58 euro per jaar. Onder die kosten vallen de schooluitrusting, de vervoerskosten, schoolactiviteiten, schoolreizen en facultatieve uitgaven.

Tussen 18 en 24 jaar

Een jongvolwassene vergt een financiële inspanning van gemiddeld 598,92 euro per maand, wederom zonder opvang-, school- en uitzonderlijke kosten.

Als je kind hoger onderwijs volgt zijn er twee grote uitgaven: het inschrijvingsgeld en de aankoop van materiaal. Het inschrijvingsgeld bedraagt nu ongeveer 620 euro per schooljaar. De tarieven kunnen elk academiejaar verschillen, afhankelijk van het aantal studiepunten.

Het inschrijvingsgeld zal komend academiejaar stijgen naar 890 euro. Het inschrijvingsgeld voor beursstudenten blijft behouden op 105 euro.Het studiemateriaal in het hoger onderwijs kost tussen 300 en 500 euro per jaar.

Wil je kind op kamers gaan, dan moet je maandelijks ongeveer 315 euro extra op tafel leggen.

Neemt je student het openbaar vervoer, dan kan hij aanspraak maken op een een voordelig studententarief. Een treinabonnement tussen Brugge en Gent kost per jaar bijvoorbeeld 248 euro voor een student, tegenover het normale tarief van 1241 euro. Ook busmaatschappijen hebben jongerentarieven.

Reken daar voeding en sociaalculturele activiteiten bij, en het totaal komt uit op 2670,90 euro per jaar voor een pendelstudent, volgens de Universiteit Gent.

Het plafondbedrag voor medische kosten wordt vanaf 19 jaar bepaald op basis van het nettogezinsinkomen. Ligt dat bijvoorbeeld tussen 27.241,08 en 36.762,25 euro, dan is het plafond 1000 euro. (NS)

Lees ook: de werkelijke kosten van een woning kopen