In het bewijsdocument van een hand- of bankgift (de klassieke aangetekende brieven of 'pacte adjoint', zijnde een bewijsdocument ondertekend door schenker en begiftigde) staat bijna steeds een beding van terugkeer.

Het komt erop neer dat ingeval de begiftigde (bijvoorbeeld de dochter) zou overlijden vóór de schenker (bijvoorbeeld de vader), men doet alsof de schenking nooit heeft plaatsgevonden.

De geschonken goederen (effectenportefeuille, geld, kunstwerk,...) keren dan zonder successierechten terug naar de schenker (vader in ons voorbeeld).

Steeds vaker gaat men dit beding 'optioneel' maken, wat goed is. Dit betekent dat de schenker bij het overlijden van de begiftigde de keuze heeft om bijvoorbeeld binnen de vier maanden na het overlijden dat beding van terugkeer wel of niet uitwerking te laten hebben. Hij kan dus op dat moment kiezen voor wat hem het best uitkomt.

Wat bij dementie, alzheimer,...?

In de praktijk blijkt echter dat wanneer dit beding van terugkeer vele jaren later speelt, de schenker zich vaak niet meer in de mogelijkheid bevindt om te 'kiezen', wegens dementie, coma, alzheimer,... of zelfs gewoon vergeet om gebruik te maken van dat beding van terugkeer.

Bepaal daarom uitdrukkelijk in je bewijsdocument dat er geen terugkeer is van de geschonken goederen als de schenker niet tijdig een keuze maakt. De schenking keert dan niet terug naar de ondertussen demente schenker, maar gaat naar de erfgenamen (bijvoorbeeld de kinderen van de begiftigde).

Model van een optioneel beding van terugkeer

- De schenker bedingt het recht van terugkeer van de aan de begiftigde geschonken goederen of wat daarvoor door (her)belegging, aanwas en zaaksvervanging in de plaats treedt, indien de begiftigde vóór de schenker overlijdt al dan niet met achterlating van afstammelingen.

- Het recht van terugkeer is een mogelijkheid; de keuze moet de schenker schriftelijk melden binnen vier (4) maanden na het overlijden bij notariële akte, in de aangifte van nalatenschap of in een document ter registratie aangeboden. Bij gebreke van tijdige keuze, wordt het recht geacht niet te zijn uitgeoefend. (JA)