Het is 26 september 2008. Er is overleg geweest op het hoogste niveau, over de precaire situatie van de Belgische banken. Spaarders schrijven geld over van de ene naar de andere bank en staan aan te schuiven aan de loketten om hun spaarrekening leeg te halen. Premier Yves Leterme probeert de gemoederen te bedaren. Hij belooft de Belgen dat hun spaargeld veilig is en dat ze hun geld gewoon bij de bank mogen laten. "De Belgische regering laat geen enkele spaarder in de kou staan", zegt Leterme.
...

Het is 26 september 2008. Er is overleg geweest op het hoogste niveau, over de precaire situatie van de Belgische banken. Spaarders schrijven geld over van de ene naar de andere bank en staan aan te schuiven aan de loketten om hun spaarrekening leeg te halen. Premier Yves Leterme probeert de gemoederen te bedaren. Hij belooft de Belgen dat hun spaargeld veilig is en dat ze hun geld gewoon bij de bank mogen laten. "De Belgische regering laat geen enkele spaarder in de kou staan", zegt Leterme.Om die woorden kracht bij te zetten, werd de depositogarantie in de Europese Unie opgetrokken van 20.000 naar 100.000 euro. Elke lidstaat garandeert dat iedere spaarder na een faillissement van een bank maximaal die som recupereert. Na het faillissement van Optima Bank in 2016 is de garantie zelfs verhoogd tot 500.000 euro voor wie net een huis heeft verkocht of een uitkering heeft gekregen van een verzekering of een aanvullend pensioen.Het systeem heeft gewerkt, de kleine spaarders hebben geen geld verloren aan de bankencrisis. Maar de oplossing van de crisis heeft hen wel geld gekost, want hun spaargeld heeft aan koopkracht ingeboet. De garantie dat ze evenveel producten en diensten kunnen kopen met hun spaargeld, is dan ook nooit gegeven. Zo verloren de Belgische spaarders de voorbije tien jaar 20 miljard euro aan koopkracht (zie kader Hoe 20 miljard in rook opging). Hoe is het zover kunnen komen? Om de financiële crisis op te lossen, verlaagde de Europese Centrale Bank (ECB) onder meer de rente. Daardoor konden gezinnen, bedrijven en overheden hun schulden gemakkelijker terugbetalen, waardoor de banken weinig probleemkredieten hadden. De ECB kon zo een financieel fiasco afwentelen en een zware recessie vermijden. Maar terwijl de spaarrente daalde, werd het leven duurder.Het is niet gemakkelijk uw koopkracht te beschermen, maar met een spaarrente die wellicht nog lang laag blijft en een verwachte inflatie van 1,6 procent voor 2018 is niets doen geen optie. Bovendien doet de overheid kleine fiscale inspanningen om u minder te doen sparen en meer te doen beleggen. Zo is het plafond voor de vrijstelling van roerende voorheffing voor intresten op een spaarboekje verlaagd van 1880 naar 960 euro. Boven dat plafond betaalt u 15 procent roerende voorheffing op de intresten. We geven u vijf tips om, met geen of nauwelijks meer risico, toch meer uit uw spaargeld te halen. Geen enkele spaarrekening biedt voldoende bescherming tegen de inflatie, maar de ene biedt al iets meer dan de andere. Wie zijn geld vijftien maanden kan missen, kan kiezen voor de ME12 Spaarrekening van MeDirect. Die levert 1 procent netto per jaar op. De rente wordt elk kwartaal op de rekening gestort. De basisrente van een gewone spaarrekening bedraagt misschien slechts een honderdste en wordt slechts één keer per jaar - in januari - uitbetaald. Het is een niet-gereglementeerde spaarrekening, waardoor van de 1,43 procent bruto 30 procent roerende voorheffing afgehouden wordt. Er geldt een opzeggingstermijn van twaalf maanden, die ten vroegste drie maanden na de opening van de rekening kan starten. De rente kan ook altijd wijzigen, maar MeDirect belooft elke rentewijziging twaalf maanden van tevoren mee te delen. U kunt maximaal een half miljoen euro op de rekening storten. Ook hier geldt de depositogarantie tot 100.000 euro per persoon.De basisrente van 0,9 procent op het DB Saving Plan van Deutsche Bank is ook niet mis. Die rente wordt nog aangevuld met 0,3 procent getrouwheidspremie voor wie zijn geld twaalf maanden laat staan. U kunt wel slechts 500 euro per maand storten. Het zou dus meer dan 83 jaar duren om een half miljoen euro naar die rekening over te maken. Voor wie elke maand een klein stukje van zijn loon opzij wil zetten, is dit een prima oplossing. Er zijn nog zulke rekeningen, met elk hun kleine verschillen. Op de BeoBank Step Up-spaarrekening kunt u elke maand tot 750 euro storten: daar ligt het accent meer op de getrouwheidspremie (1%) dan op de basisrente (0,2%). Bij ING kan u met Tempo Sparen 500 euro per maand sparen. Er is amper een basisrente (0,01%), maar wel een relatief hoge premie (0,85%). De beste gewone spaarrekening is die van CKV. Die biedt 0,25 procent basisrente en 0,5 procent premie. CKV heeft ook termijnrekeningen met een hogere rente dan de concurrentie. U krijgt 1,05 procent netto om uw geld vijf jaar bij de bank te parkeren en 2 procent netto voor een looptijd van tien jaar. Het enige nadeel is dat niet iedereen een CKV-kantoor in de buurt heeft, en dat is de enige plaats waar u dat soort rekeningen kunt openen. Iedereen die werkt, heeft er baat bij aan pensioensparen te doen. Een pensioenspaarfonds is een gemengd fonds, dat in aandelen en obligaties investeert. Van stortingen tot 960 euro krijgt u voor het inkomstenjaar 2018 via een belastingvermindering 288 euro terug. Sinds dit jaar kunt u ook meer storten, met een belastingvermindering van 25 procent in plaats van 30 procent.Volgens de jongste berichten zou de wet die stortingen tot 1230 euro mogelijk maakt, er in februari komen. Het fiscale voordeel is groter dan de eindbelasting van 8 procent op uw 60ste. Bovendien leveren pensioenspaarfondsen - ook zonder rekening te houden met het fiscale voordeel - op lange termijn goede rendementen op. Maar het gaat hoe dan ook om beperkte bedragen.Bij de pensioenspaarfondsen ligt de verdeling tussen aandelen en obligaties op voorhand min of meer vast. Er zijn ook gemengde fondsen die alles op aandelen durven te zetten, of omgekeerd hun aandelen verkopen als er een beurscrash dreigt. Ze worden flexibele gemengde fondsen genoemd. Fondsen bieden in principe geen garanties, maar er zijn genoeg fondsen die er alles aan doen om het kapitaal van de beleggers te beschermen. M&G Dynamic Allocation bijvoorbeeld heeft als doelstelling een positieve return over eender welke periode van drie jaar. Er kan dus een slecht jaar tussen zitten, maar dat verlies moet de daaropvolgende twee jaar goedgemaakt worden. Vector Flexible mag tot 100 procent cash aanhouden in slechte tijden en probeert "het marktrisico in te dijken, en zelfs in zijn geheel te elimineren als de omstandigheden dat vereisen". De beheerders gebruiken futures en andere afgeleide producten om een bescherming in te bouwen. Met obligaties neemt u minder risico dan met aandelen, maar helaas is hun opbrengst historisch laag. Wil u er toch iets meer aan verdienen, dan kunt u het wisselkoersrisico aangaan door obligaties in vreemde munten te kopen. De val van de dollar vorig jaar leert dat die strategie ook slecht kan aflopen. U doet er goed aan alleen papier van goede kwaliteit te kopen, de looptijd kort te houden en vooral de risico's te spreiden over veel verschillende munten. Als een obligatie met een resterende looptijd van twee jaar een rendement van 8 procent biedt, moet de munt tegenover de euro al met meer dan 16 procent zakken vooraleer u geld verliest.Er is bijvoorbeeld een ruim aanbod van obligaties in Turkse lira, Braziliaanse real of Zuid-Afrikaanse rand in kleine coupures van 1000 of 5000 euro, uitgegeven door semi-overheidsinstellingen zoals de Europese Investeringsbank, KFW en de Landwirtsch Rentenbank. Er zijn ook veel dollarobligaties van grote, solide multinationals zoals Coca-Cola, PepsiCo, AB InBev en Heineken. Obligatiebeleggers kunnen ook investeren in de Australische en de Nieuw-Zeelandse dollar. Deutsche Bank laat weten dat ze aan klanten die op zoek zijn naar een vast rendement geen obligaties meer adviseert, en schuift als alternatief gestructureerde producten met een kapitaalbescherming naar voren. BNP Paribas Fortis heeft het over gestructureerde obligaties, die beleggers mogelijk mee laten profiteren van een hausse van de aandelenmarkten. Dat aanbod verschilt van bank tot bank en varieert in de tijd. Het is vooral zaak te weten hoe die producten in elkaar zitten en of u een reële kans maakt op extra winst. Dividendaandelen leunen het dichtst bij obligaties aan. Vastgoedvennootschappen zoals Cofinimmo en investeringsmaatschappijen zoals Sofina, Ackermans & van Haaren en GBL zijn royale dividendenbetalers, maar ook de Nationale Bank en de netbeheerders Elia en Fluxys Belgium keren jaarlijks een groot deel van hun winst uit aan hun aandeelhouders. U betaalt 30 procent roerende voorheffing op de dividenden van Belgische bedrijven, behalve op de dividenden van de vastgoedvennootschappen Care Property Invest en Aedifica, waar u slechts 15 procent op afdraagt. Op de dividenden van buitenlandse bedrijven is soms dubbele belasting verschuldigd. U kunt de roerende voorheffing op de eerste schijf van 640 euro aan dividenden die u in 2018 betaalt, terugvorderen via uw belastingbrief. Om aan dat bedrag te komen met aandelen met een gemiddeld brutorendement van 3 procent, moet u 21.334 euro investeren. Ook de dividenden van coöperatieve vennootschappen vallen in die korf. We hebben het dan over coöperatieven zoals Beauvent, Limburg Wind en Ecopower, die in hernieuwbare energie investeren, of Incofin, Alterfin en BRS, die microfinancieringsinstellingen voorzien van liquiditeiten om mensen in ontwikkelingslanden leningen te geven. Een investering van minstens 380 euro geeft recht op een bijkomende belastingvermindering van 5 procent, als u uw coöperatieve aandelen minstens vijf jaar bijhoudt. Vaak hangt er een mooi jaarlijks dividend aan die coöperatieve aandelen. Incofin bijvoorbeeld keerde de voorbije zes jaar elk jaar 2,5 procent uit. Maar een dividend kan ook plots geschrapt worden als er problemen opduiken met slechte betalers, zoals in 2016 gebeurde bij Alterfin. Er zijn weinig levensverzekeringen met een fatsoenlijke gegarandeerde intrest. Volgens spaargids.be beloven enkel Patronale Life (voor acht jaar) en Fidea (voor de hele looptijd) nog meer dan 1 procent bruto. Zo'n tak21-levensverzekering moet u minstens acht jaar en een dag bijhouden om geen roerende voorheffing te betalen. U draagt op elke storting een premiebelasting van 2 procent af. Hoe langer u de verzekering bijhoudt, hoe minder die heffing weegt op het rendement. Er zijn ook tak23-levensverzekeringen, die geen vast rendement beloven. Het geld wordt in beleggingsfondsen geïnvesteerd en dat kan meer rendement opleveren. Het voordeel is dat u geen beurstaks betaalt als u binnen een tak23-contract bepaalde fondsen inruilt voor andere, en dat u geen belasting betaalt op de inkomsten. Er wordt wel een premieheffing van 2 procent aangerekend op elke storting. Het is bij levensverzekeringen vooral zaak de essentiële beleggersinformatie of het key investment document (KID) goed te bestuderen. Daarin staat op welk rendement u mag hopen in een gunstig scenario, en wat u kunt verliezen onder een minder goed gesternte. En u krijgt er vooral te zien hoeveel de kosten van uw rendement afsnoepen. Verzekeraars zijn sinds dit jaar verplicht die informatie te geven. Vaak zijn de instapkosten onderhandelbaar. Met de premiebelasting wordt in die scenario's weliswaar geen rekening gehouden. De KID goed lezen kan u veel verrassingen besparen.