Dat Spanje aan Europa financiële hulp heeft gevraagd om zijn banken te ondersteunen, werd door de Europese beurzen aanvankelijk niet gezien als een teken van zwakte. De Europese beursindexen leken vanmorgen zelfs even vleugels te krijgen. Vooral bankaandelen gingen vooruit, omdat de vraag om hulp werd onthaald als een stap in de goede richting om een oplossing voor de eurocrisis te vinden. Zelfs de rente van Spaanse overheidsleningen - een goede barometer om het vertrouwen van de financiële markten in het land te meten - ging onder de grens van 6 procent.

Maar die koersstijging was van korte duur. Er gingen al gauw stemmen op die de nadruk legden op de negatieve kanten van de steun aan Spanje. "Het heeft geen zin een brandgang aan te leggen, als men tegelijk olie op het vuur giet. Men moet de wortels van het probleem aanpakken", zei Nobelprijswinnaar economie Joseph Stiglitz. Volgens hem bestaat de kans dat Spanje er ondanks de levenslijn van 100 miljard euro voor zijn banksector niet in slaagt blijvend uit de schuldencrisis te raken. De Spaanse overheid en de banken dreigen in een eindeloze vicieuze cirkel terecht te komen, waarin beide elkaars tekorten financieren. De Spaanse overheid, die op de financiële markten veel krediet heeft verloren, moet leningen aangaan tegen een onhoudbare rente van meer dan 6 procent. De belangrijkste kopers van Spaans overheidspapier zijn uitgerekend de Spaanse banken.

De markten liet zich niet om de tuin leiden. Aan het begin van de namiddag steeg de Spaanse rente opnieuw tot 6,36 procent. De koersen van de Spaanse bankaandelen, die 's morgens nog met 6 procent waren gestegen, hielden na de middag nog 1 à 2 procent over.

De opluchting op de financiële markten na de Europese hulp van 100 miljard aan Spanje heeft niet lang aangehouden. Opdat de markten zich duurzaam zouden herstellen, moet er een radicale oplossing voor de crisis komen. Er zijn al voldoende scenario's bedacht, maar de politieke wil om ze uit te voeren, ontbreekt nog.

Karine Huet

Dat Spanje aan Europa financiële hulp heeft gevraagd om zijn banken te ondersteunen, werd door de Europese beurzen aanvankelijk niet gezien als een teken van zwakte. De Europese beursindexen leken vanmorgen zelfs even vleugels te krijgen. Vooral bankaandelen gingen vooruit, omdat de vraag om hulp werd onthaald als een stap in de goede richting om een oplossing voor de eurocrisis te vinden. Zelfs de rente van Spaanse overheidsleningen - een goede barometer om het vertrouwen van de financiële markten in het land te meten - ging onder de grens van 6 procent.Maar die koersstijging was van korte duur. Er gingen al gauw stemmen op die de nadruk legden op de negatieve kanten van de steun aan Spanje. "Het heeft geen zin een brandgang aan te leggen, als men tegelijk olie op het vuur giet. Men moet de wortels van het probleem aanpakken", zei Nobelprijswinnaar economie Joseph Stiglitz. Volgens hem bestaat de kans dat Spanje er ondanks de levenslijn van 100 miljard euro voor zijn banksector niet in slaagt blijvend uit de schuldencrisis te raken. De Spaanse overheid en de banken dreigen in een eindeloze vicieuze cirkel terecht te komen, waarin beide elkaars tekorten financieren. De Spaanse overheid, die op de financiële markten veel krediet heeft verloren, moet leningen aangaan tegen een onhoudbare rente van meer dan 6 procent. De belangrijkste kopers van Spaans overheidspapier zijn uitgerekend de Spaanse banken.De markten liet zich niet om de tuin leiden. Aan het begin van de namiddag steeg de Spaanse rente opnieuw tot 6,36 procent. De koersen van de Spaanse bankaandelen, die 's morgens nog met 6 procent waren gestegen, hielden na de middag nog 1 à 2 procent over.De opluchting op de financiële markten na de Europese hulp van 100 miljard aan Spanje heeft niet lang aangehouden. Opdat de markten zich duurzaam zouden herstellen, moet er een radicale oplossing voor de crisis komen. Er zijn al voldoende scenario's bedacht, maar de politieke wil om ze uit te voeren, ontbreekt nog.Karine Huet