In de jaarverslagen van de BBI-Gent en in mijn persoonlijke eindverslag over mijn bestuur van de drie voorbije jaren staat steevast een hoofdstuk met de titel Fraude en misbruik in relaties met de overheid. Zo'n rubriek verzamelt uiteenlopende dossiers die toch iets gemeenschappelijks hebben. Het gaat om een wel erg merkwaardig fenomeen. Sommige mensen halen mooie projecten binnen en boeken mooie winsten door hun relaties met de overheid, buiten de normale marktcondities en concurrentieregels om.

Als belastingdienst horen wij daar officieel geen mening over te hebben, als de belasting maar wordt betaald. Maar bij sommigen komt dan een vreemde kronkel in hun gedachten: "Ik heb vrienden bij de overheid (of ik bén de overheid). Ik heb dat mooie geld in de schoot geworpen gekregen. Waarom zou ik meteen de helft daarvan weer aan die overheid moeten teruggeven? Belastingen? Is dat niet iets voor hardwerkende mensen en ondernemers die voor elke cent moeten knokken?"

Onze inspecteur die veel van die dossiers met zijn mensen heeft opgenomen - ik noem zijn naam niet, hij is intussen met pensioen - zou een eremedaille moeten krijgen. Zij hebben dat bijzonder goed gedaan. Hun klanten waren de brutaalste van allemaal. Daarom moest hij een baronstitel krijgen, in de plaats van de Albert Frères van dit land.

Sommige mensen boeken mooie winsten door hun relaties met de overheid.

Aan deze kant van de taalgrens begon het met de Boelwerf. Daar werden stukken vervalst, want als er verlies is, wordt er geen vennootschapsbelasting ontdoken. Wel zagen wij hier bestuurders, klanten en ambtenaren van de scheepskredietenbank gretig in de pot graaien. Van politici hebben we dat nooit gezien. Wij kregen ook de ambtenaren van de Regie der Gebouwen op ons bord. Moesten de steekpenningen die zij kregen, worden belast (tegen 50%), of verbeurd verklaard (voor 100%), of beide (150%)? Die mensen hebben veel en lang problemen gehad met het gerecht en met ons, maar uiteindelijk mochten zij beschikken.

Veel belangrijker waren de mooie winsten die sommigen wisten te verwerven met de verkoop van overheidsgebouwen. De Financietoren om te beginnen. Wie zijn kennis over dat verhaal wil opfrissen, moet 'Financietoren - BBI' googelen.

En dan was er de dramatische story van Jean-Marie Dedecker. Op de autoradio onderweg naar kantoor hoorde ik hem spreken over de verkoop van het gerechtsgebouw in Veurne. De genoemde inspecteur heeft dat meteen opgenomen en grondig onderzocht. En hoewel het partijsecretariaat van de LDD bij ons in Gent in hetzelfde gebouw aan de Zuiderpoort zat, hebben zij dat nooit geweten. Daarom vond Dedecker er niets beter op dan het zelf te gaan uitzoeken. Met een privédetective! Dat werd de ondergang van zijn partij. Voor meer detail: googel 'Dedecker - Tipperary'. Alle ellende was voor hem en het geld voor de schatkist, maar hij beschrijft dat sportief.

Een kleine maand geleden kwam dan weer een verhaal uit Puurs in de aandacht, dat van het bedrijventerrein Pullaar, met onder meer de oude site van de papierfabriek De Naeyer. De kritiek op de verruimde minnelijke schikkingen laaide weer op. Ik deel de kritiek op de procedure, maar tegelijk moet ik zeggen dat niemand zo veel van die schikkingen heeft ondertekend als ik. Stuk voor stuk waren het goede oplossingen. Maar ik verzeker u: niet déze.

En dan was er vorige week de belangwekkende uitslag in de zaak-De Gucht. Maar helaas, de pagina is vol en er is geen ruimte voor verdere commentaar.