De sociale woonleningen worden toegekend door het Vlaams Woningfonds of door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen aan mensen met een beperkt inkomen en een beperkt woningproject. Voor mensen die een woning willen verwerven in een kernstad of in de rand van Brussel wordt de lat hoger gelegd. De kredietnemer, maar ook wie mee de woning betrekt, mag bij het ondertekenen van de leningsakte geen andere bouwgrond, kavel of woning volledig in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik hebben dan het goed waarvoor de lening is aangevraagd. Het concrete tarief van de lening hangt af van het inkomen, de gezinssamenstelling en de ligging van het woonproject. Het minimum bedraagt echter steeds 2 procent. Het maximum evolueert mee met de marktrente en bedraagt momenteel 3,59 procent. Voor nieuwe leningen kan de rentevoet in een eerste periode tweejaarlijks worden herzien. Nadien gebeurt dat vijfjaarlijks. Bij deze herberekening van de rentevoet wordt telkens rekening gehouden met de evolutie van het inkomen. Daardoor kan het gebeuren dat de rentevoet stijgt, als het inkomen toegenomen is. Maar de rentevoet stijgt nooit boven het contractueel vastgelegde maximumtarief. Ook een wijziging in het aantal personen ten laste kan tot een wijziging van de rentevoet aanleiding geven. De toekenning is wel verstrengd. Wie in aanmerking wil komen voor een sociale lening moet nu op zijn laatste belastingaangifte minstens een belastbaar inkomen van 10.000 euro hebben gemeld. Op die manier willen de kredietverleners bekomen dat er een minimale financiële draagkracht is bij de ontleners. (Belga)

De sociale woonleningen worden toegekend door het Vlaams Woningfonds of door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen aan mensen met een beperkt inkomen en een beperkt woningproject. Voor mensen die een woning willen verwerven in een kernstad of in de rand van Brussel wordt de lat hoger gelegd. De kredietnemer, maar ook wie mee de woning betrekt, mag bij het ondertekenen van de leningsakte geen andere bouwgrond, kavel of woning volledig in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik hebben dan het goed waarvoor de lening is aangevraagd. Het concrete tarief van de lening hangt af van het inkomen, de gezinssamenstelling en de ligging van het woonproject. Het minimum bedraagt echter steeds 2 procent. Het maximum evolueert mee met de marktrente en bedraagt momenteel 3,59 procent. Voor nieuwe leningen kan de rentevoet in een eerste periode tweejaarlijks worden herzien. Nadien gebeurt dat vijfjaarlijks. Bij deze herberekening van de rentevoet wordt telkens rekening gehouden met de evolutie van het inkomen. Daardoor kan het gebeuren dat de rentevoet stijgt, als het inkomen toegenomen is. Maar de rentevoet stijgt nooit boven het contractueel vastgelegde maximumtarief. Ook een wijziging in het aantal personen ten laste kan tot een wijziging van de rentevoet aanleiding geven. De toekenning is wel verstrengd. Wie in aanmerking wil komen voor een sociale lening moet nu op zijn laatste belastingaangifte minstens een belastbaar inkomen van 10.000 euro hebben gemeld. Op die manier willen de kredietverleners bekomen dat er een minimale financiële draagkracht is bij de ontleners. (Belga)