We denken niet graag na over onze dood, maar af en toe moet u er toch even bij stilstaan. Wie zijn zaakjes goed op voorhand regelt, vermijdt dat zijn geliefden zich bovenop hun verdriet ook nog eens een hele hoop financiële ellende op de hals halen. Wie over de nodige middelen beschikt, moet absoluut eens de mogelijkheid van een schenking onder levenden overwegen. Zoniet dreigt de staat met een pak successierechten op uw zuurverdiende centen aan de haal te gaan. Een voorbeeld: wanneer uw laatstlevende ouder of uw partner (echtgenoot, wettelijk samenwonende partner of feitelijk samenwonende partner waarmee u minstens 1 jaar samenwoont) overlijdt en u een bedrag van 400.000 euro nalaat, eist de fiscus daar zo maar even 60.000 euro (15 procent) van op. Dat is niet weinig. De gehanteerde percentages nemen toe in functie van het geërfde bedrag. Wie bijvoorbeeld slechts 10.000 erft, moet helemaal geen successierechten betalen. Erven van iemand anders dan een familielid in eerste lijn is overigens nog een pak duurder. Een schenking onder levenden biedt een oplossing. Het goedkoopst is zonder meer de zogenaamde handgift, waarop geen rechten dienen betaald te worden. Maar: de schenker moet dan nog wel minstens drie jaar blijven leven, zoniet komt de schenking gewoon mee in de nalatenschap terecht en dienen er dus successierechten betaald te worden.Wie zeker wil spelen, betaalt best op het moment van de schenking al een bevrijdend schenkingsrecht. Voor erfgenamen in rechte lijn, echtgenoten of samenwonenden is dat recht beperkt tot 3 procent. In ons voorbeeld van een erfenis van 400.000 euro komt dat neer op 12.000 euro, een pak minder dan de 60.000 euro verschuldigde successierechten. (DLA)