Nooit eerder deden bedrijven zoveel beroep op de maatregel van tijdelijke werkloosheid. Op het hoogtepunt, in april, werd voor 1,2 miljoen werknemers een aanvraag ingediend en ondertussen kregen al meer dan 1 miljoen mensen een uitkering. Het verschil is te verklaren omdat werkgevers soms uit voorzorg een aanvraag indienen, maar daarna vaststellen dat niet nodig is. Ter vergelijking: tijdens de financiële crisis piekte het aantal werknemers dat een uitkering voor tijdelijke werkloosheid kreeg, op 229.000 in maart 2009.

Vlaanderen op kop

De meeste bij de Rijksdienst Voor Arbeidsvoorziening (RVA) ingediende aanvragen kwamen uit Vlaanderen (60 procent), gevolgd door Wallonië (23 procent) en Brussel (18 procent). 'Wallonië is dus licht ondervertegenwoordigd en Brussel oververtegenwoordigd, onder meer wegens de relatieve specialisatie van de werkgelegenheid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de aanwezigheid van de hoofdkantoren van waaruit er aanvragen afkomstig zijn voor vestigingen over het hele land', zegt de HRW.

Meer mannen

De raad merkt voorts op dat verschillende bevolkingscategorieën oververtegenwoordigd zijn bij de tijdelijke werklozen. Zo is 58 procent man, terwijl mannen 51 procent van het totaal aantal loontrekkenden vertegenwoordigen. Driekwart van de tijdelijk werklozen verdient minder dan 3.000 euro bruto per maand. En het aandeel laaggeschoolden ligt 23 procentpunten hoger dan hun aandeel in het totaal aantal loontrekkenden, terwijl het aandeel van hooggeschoolde werknemers 28 procentpunten lager ligt. Maatregelen zoals de steun bij de betaling van water- en energiefacturen door de gewesten en de moratoria op de terugbetaling van kredieten, beperkten de schok van tijdelijke werkloosheid op de inkomens van gezinnen. Maar, zo merkt de HRW op, hoewel de criteria voor toegang tot het systeem werden versoepeld, hadden bepaalde groepen zoals jobstudenten er geen recht op. 'De toename van de steunaanvragen bij de OCMW's, met name voor voedselhulp en financiële voorschotten, tijdens de lockdown is een objectief bewijs van die problemen', klinkt het.

Zelfstandigen

Zelfstandigen werden evenmin gespaard tijdens de coronacrisis. Wie zijn activiteiten moest stopzetten of drastisch moest terugschroeven, kon rekenen op financiële steun via het overbruggingsrecht. Begin juli waren al meer dan 400.000 dossiers goedgekeurd, wat neerkomt op de helft van de zelfstandigen. Maar die cijfers kunnen nog oplopen, omdat aanvragen voor de voorbije maanden nog steeds ingediend kunnen worden.

Nooit eerder deden bedrijven zoveel beroep op de maatregel van tijdelijke werkloosheid. Op het hoogtepunt, in april, werd voor 1,2 miljoen werknemers een aanvraag ingediend en ondertussen kregen al meer dan 1 miljoen mensen een uitkering. Het verschil is te verklaren omdat werkgevers soms uit voorzorg een aanvraag indienen, maar daarna vaststellen dat niet nodig is. Ter vergelijking: tijdens de financiële crisis piekte het aantal werknemers dat een uitkering voor tijdelijke werkloosheid kreeg, op 229.000 in maart 2009.De meeste bij de Rijksdienst Voor Arbeidsvoorziening (RVA) ingediende aanvragen kwamen uit Vlaanderen (60 procent), gevolgd door Wallonië (23 procent) en Brussel (18 procent). 'Wallonië is dus licht ondervertegenwoordigd en Brussel oververtegenwoordigd, onder meer wegens de relatieve specialisatie van de werkgelegenheid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de aanwezigheid van de hoofdkantoren van waaruit er aanvragen afkomstig zijn voor vestigingen over het hele land', zegt de HRW.De raad merkt voorts op dat verschillende bevolkingscategorieën oververtegenwoordigd zijn bij de tijdelijke werklozen. Zo is 58 procent man, terwijl mannen 51 procent van het totaal aantal loontrekkenden vertegenwoordigen. Driekwart van de tijdelijk werklozen verdient minder dan 3.000 euro bruto per maand. En het aandeel laaggeschoolden ligt 23 procentpunten hoger dan hun aandeel in het totaal aantal loontrekkenden, terwijl het aandeel van hooggeschoolde werknemers 28 procentpunten lager ligt. Maatregelen zoals de steun bij de betaling van water- en energiefacturen door de gewesten en de moratoria op de terugbetaling van kredieten, beperkten de schok van tijdelijke werkloosheid op de inkomens van gezinnen. Maar, zo merkt de HRW op, hoewel de criteria voor toegang tot het systeem werden versoepeld, hadden bepaalde groepen zoals jobstudenten er geen recht op. 'De toename van de steunaanvragen bij de OCMW's, met name voor voedselhulp en financiële voorschotten, tijdens de lockdown is een objectief bewijs van die problemen', klinkt het.Zelfstandigen werden evenmin gespaard tijdens de coronacrisis. Wie zijn activiteiten moest stopzetten of drastisch moest terugschroeven, kon rekenen op financiële steun via het overbruggingsrecht. Begin juli waren al meer dan 400.000 dossiers goedgekeurd, wat neerkomt op de helft van de zelfstandigen. Maar die cijfers kunnen nog oplopen, omdat aanvragen voor de voorbije maanden nog steeds ingediend kunnen worden.