Bij iedere loonuitbetaling moet de werkgever de persoonlijke RSZ-bijdragen bij zijn werknemers inhouden. Bovenop dient hij ook de patronale bijdragen te rekenen. Het totaal moet hij overmaken aan de RSZ. Die gebruikt ze dan voor onder meer de ziekteverzekering, de werkloosheidsuitkeringen, de vergoedingen voor arbeidsongevallen en de kinderbijslagen. De werkgever moet de betaling in principe driemaandelijks uitvoeren, telkens tegen het einde van de maand die volgt op een kwartaal. De vervaldata zijn dus 30 april, 31 juli, 31 oktober en 31 januari. Grote werkgevers moeten voorschotten betalen. Dat is met name het geval als ze in het voorlaatste kwartaal meer dan 6.197,34 euro aan RSZ-bijdragen verschuldigd waren. In 2014 zakt dat naar 4.000 euro. De ervaring leert dat wie voorschotten betaalt, minder snel in financiële problemen komt. De betrokken werkgevers moeten uiterlijk de vijfde dag van de tweede en derde maand van het lopende kwartaal aan de RSZ een voorschot betalen van 30 procent van de bijdragen van hetzelfde kwartaal een jaar geleden. Daarna moeten ze nog eens 25 procent betalen op de vijfde dag van de maand die volgt op het lopende kwartaal. Op deze regel bestaat een belangrijke uitzondering. De voorschotten die betrekking hebben op het vierde kwartaal bedragen respectievelijk 30, 35 en 15 procent van de bijdragen van het overeenkomstige kwartaal van het voorgaande jaar. Tegelijk met de verlaging van de drempel gaat de RSZ de wanbetalers sneller contacteren om hen eventueel een afbetalingsplan voor te stellen. Op die manier wil de RSZ een ontsporing van de achterstalligheid zoveel mogelijk vermijden. (Belga)

Bij iedere loonuitbetaling moet de werkgever de persoonlijke RSZ-bijdragen bij zijn werknemers inhouden. Bovenop dient hij ook de patronale bijdragen te rekenen. Het totaal moet hij overmaken aan de RSZ. Die gebruikt ze dan voor onder meer de ziekteverzekering, de werkloosheidsuitkeringen, de vergoedingen voor arbeidsongevallen en de kinderbijslagen. De werkgever moet de betaling in principe driemaandelijks uitvoeren, telkens tegen het einde van de maand die volgt op een kwartaal. De vervaldata zijn dus 30 april, 31 juli, 31 oktober en 31 januari. Grote werkgevers moeten voorschotten betalen. Dat is met name het geval als ze in het voorlaatste kwartaal meer dan 6.197,34 euro aan RSZ-bijdragen verschuldigd waren. In 2014 zakt dat naar 4.000 euro. De ervaring leert dat wie voorschotten betaalt, minder snel in financiële problemen komt. De betrokken werkgevers moeten uiterlijk de vijfde dag van de tweede en derde maand van het lopende kwartaal aan de RSZ een voorschot betalen van 30 procent van de bijdragen van hetzelfde kwartaal een jaar geleden. Daarna moeten ze nog eens 25 procent betalen op de vijfde dag van de maand die volgt op het lopende kwartaal. Op deze regel bestaat een belangrijke uitzondering. De voorschotten die betrekking hebben op het vierde kwartaal bedragen respectievelijk 30, 35 en 15 procent van de bijdragen van het overeenkomstige kwartaal van het voorgaande jaar. Tegelijk met de verlaging van de drempel gaat de RSZ de wanbetalers sneller contacteren om hen eventueel een afbetalingsplan voor te stellen. Op die manier wil de RSZ een ontsporing van de achterstalligheid zoveel mogelijk vermijden. (Belga)