Een werknemer die van zijn werkgever een bedrijfsvoertuig ter beschikking krijgt en daar ook privéverplaatsingen mag mee doen, geniet een voordeel in natura. Daarop zal hij dan ook worden belast. Onder de privéverplaatsingen valt trouwens ook het woon-werkverkeer. Maar ook de werkgever zelf moet hierop een solidariteitsheffing betalen. Die wordt berekend op basis van de CO2-uitstoot van de wagen. Hoe meer gram CO2 wordt uitgestoten, hoe hoger de taks. Die heffing wordt geïnd door de RSZ. Om van de taks te worden vrijgesteld, diende te werkgever tot dusver te bewijzen dat de wagen door de werknemers niet werd gebruikt voor privédoeleinden. Maar dat verandert nu. Althans voor utilitaire voertuigen. Voortaan wordt voor de utilitaire voertuigen het privégebruik niet langer verondersteld. Dit betekent dat het nu aan de inspectiediensten is om te bewijzen dat dit wel het geval is. Bovendien worden de woonwerkverplaatsingen met een dergelijk voertuig niet langer in aanmerking genomen en zal hiervoor dus niet langer de heffing verschuldigd zijn. Let wel: een voertuig waarin de laadruimte kan omgevormd worden tot passagiersruimte, wordt niet beschouwd als een utilitair voertuig, maar als een personenwagen. Hiervoor wordt het privégebruik wel vermoed, waardoor de oude regel van toepassing blijft en men dus moet bewijzen dat de werknemer de auto niet gebruikt voor privédoeleinden. (Belga)

Een werknemer die van zijn werkgever een bedrijfsvoertuig ter beschikking krijgt en daar ook privéverplaatsingen mag mee doen, geniet een voordeel in natura. Daarop zal hij dan ook worden belast. Onder de privéverplaatsingen valt trouwens ook het woon-werkverkeer. Maar ook de werkgever zelf moet hierop een solidariteitsheffing betalen. Die wordt berekend op basis van de CO2-uitstoot van de wagen. Hoe meer gram CO2 wordt uitgestoten, hoe hoger de taks. Die heffing wordt geïnd door de RSZ. Om van de taks te worden vrijgesteld, diende te werkgever tot dusver te bewijzen dat de wagen door de werknemers niet werd gebruikt voor privédoeleinden. Maar dat verandert nu. Althans voor utilitaire voertuigen. Voortaan wordt voor de utilitaire voertuigen het privégebruik niet langer verondersteld. Dit betekent dat het nu aan de inspectiediensten is om te bewijzen dat dit wel het geval is. Bovendien worden de woonwerkverplaatsingen met een dergelijk voertuig niet langer in aanmerking genomen en zal hiervoor dus niet langer de heffing verschuldigd zijn. Let wel: een voertuig waarin de laadruimte kan omgevormd worden tot passagiersruimte, wordt niet beschouwd als een utilitair voertuig, maar als een personenwagen. Hiervoor wordt het privégebruik wel vermoed, waardoor de oude regel van toepassing blijft en men dus moet bewijzen dat de werknemer de auto niet gebruikt voor privédoeleinden. (Belga)