Het risicolabel geeft de risicograad van spaar- en beleggingsproducten op een zeer gestandaardiseerde wijze weer. Dit moet niet-professionele cliënten in staat stellen een eerste zicht te krijgen op de risicograad van een product. Het reglement van toezichthouder FSMA legt de criteria vast om spaar- en beleggingsproducten onder te brengen in vijf risicoklassen. Rode draad van deze criteria is de mate van risico om de inleg op de eventuele vervaldag niet te recupereren. Klasse 1 bevat de min of meer stabiele producten, zoals klassieke deposito's en tak21-verzekeringsproducten. Daarna gaat het in opklimmende volgorde van risico en moeilijkheidsgraad. Zo bevat klasse 5 derivaten en gelijkgestelde producten (bijvoorbeeld CFD's en opties). De voorstelling van het label is geïnspireerd op het energielabel voor elektrische toestellen. De vijf risicoklassen worden telkens weergegeven via gekleurde pijlen. Het risicolabel werd getest bij een consumentenpanel. Dat oordeelde dat het risicolabel beantwoordt aan een consumentenbehoefte en ertoe zal bijdragen om de consument beter te informeren en te beschermen. Via een koninklijk besluit wordt de opname van het risicolabel verplicht gesteld voor informatiefiches en publiciteit. (Belga)