"In theorie zijn onze wetten niet minder streng en zijn rechtszaken hier niet minder kansrijk dan in de Verenigde Staten", meent advocaat en KU Leuven-professor Geert Van Calster. "Het zit alleen niet in de Europese genen om grote bedrijven voor de rechter te dagen. Als het toch gebeurt, is dat doorgaans een schok voor het systeem."
...

"In theorie zijn onze wetten niet minder streng en zijn rechtszaken hier niet minder kansrijk dan in de Verenigde Staten", meent advocaat en KU Leuven-professor Geert Van Calster. "Het zit alleen niet in de Europese genen om grote bedrijven voor de rechter te dagen. Als het toch gebeurt, is dat doorgaans een schok voor het systeem." Hij wijst erop dat Volkswagen in de Verenigde Staten vijf jaar geleden al vele miljarden dollars schadevergoedingen heeft uitbetaald, nadat fraude met de emissie van dieselwagens aan het licht was gekomen. "We zien met enige vertraging de rechtszaken in lidstaten van de Europese Unie op gang komen. Ik ben betrokken bij collectieve procedures tegen Volkswagen en andere grote industriële spelers in het Verenigd Koninkrijk. Het is dus zeker niet zo dat bedrijven in heel Europa geen verantwoording moeten afleggen voor de rechter." Van Calster merkt verschillen binnen Europa op. "In Nederland zijn collectieve procedures beter ingeburgerd dan in België. Er heerst een andere rechterlijke traditie en de rechtsgang verloopt er sneller." Het is geen toeval dat de schikking voor de Fortis-beleggers er kwam na een veroordeling in Nederland, en het was ook een Nederlandse rechter die de oliereus Shell verplichtte de lat voor duurzaamheid hoger te leggen. Van Calster wijst nog op een interessante denkspoor. "Burgers kunnen ook voor een Belgische of Nederlandse rechter het Amerikaanse recht inroepen, als het gaat om een bedrijf met een beslissingscentrum in de Verenigde Staten. Het Amerikaanse aansprakelijkheidsrecht is aantrekkelijker, omdat de potentiële schadevergoedingen veel hoger liggen en de aansprakelijkheid van de bestuurders strikter gereglementeerd is." Simon November, de woordvoerder van de consumentenorganisatie Test-Aankoop en jurist, legt uit dat in België - en bij uitbreiding in Europa - de schadevergoeding in verhouding tot de schade moet staan. "In de Verenigde Staten worden schadevergoedingen toegekend om bedrijven te straffen. Die punitive damages kennen wij hier niet." Volgens Van Calster zijn de Belgische rechters niet geneigd die hoge schadevergoedingen over te nemen, maar andere elementen uit het Amerikaanse recht eventueel wel. Zo zouden de gezondheidsproblemen van de mensen die in de onmiddellijke omgeving van de 3M-fabriek wonen, gelinkt kunnen worden aan de lozing van gevaarlijke stoffen. "Voor mensen die wat verder weg wonen, is het veel moeilijker die claim te maken. Belgische rechtbanken zijn ook conservatiever dan rechtbanken in het buitenland als het gaat om schade die te wijten is aan angst voor gezondheidsproblemen." Zo zou het best kunnen dat de woningen en de gronden in de onmiddellijke omgeving van de 3M-fabriek minder waard zijn geworden door de affaire, maar ook dat is moeilijk te meten en te linken. November: "Wij trekken in de zaak tegen Volkswagen de kaart van bedrog bij de verkoop van de betrokken dieselwagens. Dat is gemakkelijker dan te bewijzen dat de restwaarde van dieselwagens gezakt is door Dieselgate." Gary Davis is een van de Amerikaanse advocaten die zaken tegen 3M heeft lopen. "In de Verenigde Staten zijn bedrijven bang voor rechtszaken. Uit interne documenten weten we dat de huisadvocaten van 3M - en hetzelfde geldt voor het chemiebedrijf Dupont - al sinds de jaren zeventig, tachtig en negentig waarschuwden voor de juridische gevolgen. We hebben zelfs documenten gevonden die teruggaan tot de jaren vijftig en zestig." Van Calster wijst erop dat de angst voor procedures bedrijven als 3M en Dupont in de Verenigde Staten niet tegenhield om hun producten te blijven commercialiseren. "Ze hebben berekend dat ze meer konden verdienen met de verkoop van die gevaarlijke chemische stoffen dan ze ooit zouden verliezen in de rechtbank." Hij vindt dat zowel het Amerikaanse als het Europese systeem gefaald heeft. "De overheid mag niet langer naïef zijn en niet vertrouwen op de goodwill van bedrijven. Je hebt goede regels nodig en voldoende controle om die af te dwingen. Als het toch fout loopt, moeten burgers achteraf een schadevergoeding kunnen krijgen." Davis is er ook niet van overtuigd dat het allemaal beter is in de Verenigde Staten. "De Europese Unie loopt voor op sommige gebieden", vindt hij. "Denk aan REACH, de verordening van de Europese Unie die eist dat chemische stoffen geregistreerd, geëvalueerd, geautoriseerd en beperkt worden. Ik ben wel heel cynisch geworden over de verantwoordelijkheidszin bij bedrijven. Wat bij de chemiebedrijven is gebeurd, doet denken aan de tabaksproducenten die hun eigen onderzoek voerden om te bewijzen dat sigaretten niet schadelijk waren voor de gezondheid. De regulatoren lopen altijd achter op de bedrijven." Burgers staan natuurlijk sterker als ze de krachten kunnen verenigen. In België kennen we sinds 1 september 2014 de 'rechtsvordering tot collectief herstel', zeg maar een Belgische variant op de Amerikaanse class action. "Test-Aankoop is al verschillende groepsvorderingen gestart, maar we moeten die zelf financieren", zegt November. Hij oppert dat gedupeerden kunnen wachten op een strafklacht tegen 3M, om er dan als burgerlijke partij hun wagonnetje aan vast te hangen. Maar Van Calster vreest toch dat het initiatief van de burgers zal moeten komen. "Het heeft er alle schijn van dat de overheid en overheidssatellieten zoals Lantis ons in deze zaak in de steek hebben gelaten. Als er een rechtsgang is tegen 3M, zal het bedrijf de overheid mee in het bad trekken, ter vrijwaring." "In de Verenigde Staten zijn advocatenkantoren en privé-investeerders meer geneigd 'te investeren' in dit soort van rechtsgang", zegt ook Van Calster. "Het is er ingeburgerd dat belangrijke delen van de schadevergoeding aan het advocatenkantoor en de financiers van het proces worden uitgekeerd. Het is een beetje cynisch dat procederen een financieel product wordt, terwijl financieel gewin vaak aan de basis ligt van de problemen. Maar belangrijke principiële zaken over bedrijfsaansprakelijkheid in het Verenigd Koninkrijk, Australië of de Verenigde Staten hadden nooit de rechtbank gehaald zonder die procesfinanciering. België loopt een beetje achter op dat gebied. We moeten daar toch eens goed over nadenken." Bij de invoering van de Belgische rechtsvordering tot collectief herstel was het expliciet de bedoeling commerciële belangen uit te sluiten. Van Calster sluit niet uit dat de Nederlandse provincie Zeeland juridische stappen tegen 3M of de Vlaamse overheid onderneemt. "Het is uitzonderlijk, maar de voorbije vijf jaar gebeurt het wel vaker dat lidstaten van de Europese Unie op die manier de knuppel in het hoenderhok gooien. Tsjechië heeft bijvoorbeeld met succes Polen voor de Europese rechter gedaagd, om de sluiting van een vervuilende bruinkoolmijn te eisen." Het zou dus nog kunnen dat onze noorderburen uiteindelijk de overheid en 3M een geweten moeten schoppen, om de vervuiling dicht bij de grens met Nederland aan te pakken.