De toekenning van een rechtsplegingsvergoeding was al een gewone praktijk voor de klassieke rechtbanken. Nu dus ook voor de Raad van State. De maatregel geldt voor zaken die vanaf 2 april 2014 aanhangig werden gemaakt. Het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding bedraagt 700 euro. De Raad kan dat niettemin verlagen tot 140 euro of verhogen tot 1.400 euro, waarbij hij rekening houdt met de complexiteit van de zaak en dus met de gemaakte kosten. Houdt de Raad ook rekening met de draagkracht van de veroordeelde, dan mag dit alleen om het basisbedrag te verlagen. Op deze regels gelden enkele uitzonderingen. Zo verdubbelt het maximumbedrag tot 2.800 euro voor de behandeling van geschillen over overheidsopdrachten. Dat komt omdat dergelijke zaken vaak technisch zijn en over hoge bedragen gaan. Voorts kunnen de bedragen worden verhoogd met 20 procent als het gaat om een vraag tot nietigverklaring van een beslissing die gepaard gaat met een vordering tot schorsing of vraag om voorlopige maatregelen. Hetzelfde geldt bij een vordering tot schorsing of een vraag om voorlopige maatregelen die bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingediend. Ook dergelijke dossiers zouden meer werklast en dus kosten veroorzaken. De bedragen worden gekoppeld aan het indexcijfer. (Belga)